nieuws

Stinkende krotten uit ons geheugen gewist

woningbouw

Nederland stond rond het jaar 1900 vol met krotten en sloppen. Dertig procent van de bevolking woonde in een eenkamerwoning. “Ons beeld van de vaderlandse geschiedenis is te zacht en te zoet”, stelt auteur Auke van der Woud in zijn boek Koninkrijk vol sloppen, dat zaterdag meestrijdt voor de Libris Geschiedenis Literatuurprijs.

Nederigheid. Dat is het gevoel dat overheerst bij het lezen van Auke van der Wouds boek over het leven in de Nederlandse sloppenwijken in de negentiende eeuw. De geur van de rottende grachten (gevuld met urine, drollen en vuilnis), beerputten, mesthopen en kakstoelen komt je tegemoet. Ook de gedachte aan de vochtige, donkere, zuurstofarme eenkamerwoninkjes waarmee “het lagere volk” het in die tijd moest doen, doet sidderen.

Hoe komt het toch dat we al deze viezigheid uit ons collectieve geheugen hebben weggepoetst? vraagt Van der Woud, hoogleraar architectuur- en stedenbouwgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen, zich af. Het romantische beeld dat Nederland een proper land is geweest, moet worden bijgesteld. “De lofrede aan de nationale zindelijkheid is een fabeltje”, vindt Van der Woud.

Honderdduizenden Nederlanders woonden en werkten rond het jaar 1900 in sloppen en krotten. De grote trek naar de steden had de vraag naar goedkope woningen sterk gestuwd. Bijna de helft van de Nederlanders (2 miljoen mensen) woonde in uiterst bekrompen omstandigheden. Meestal ging het om omgebouwde werkplaatsen, stallen of pakhuizen op een achtererf.

Bouwmaterialen

Wonen in krotten kwam zowel op het land als in de stad voor, maar de bouwmaterialen verschilden. Op het land waren de bouwvallen gemaakt van leem, riet en dennentakken; in de stad woonde het volk dik opeengepakt in kelders, kamers en op zolders, die meestal achter de herenhuizen te bereiken waren via nauwe steegjes. Hele gezinnen hadden vaak niet meer dan twintig vierkante meter beschikbaar. De vloer bestond uit planken of koude stenen die niet altijd bestand waren tegen optrekkend grondwater. Niet voor niets werd de gemiddelde Nederlander halverwege de negentiende eeuw slechts 34 jaar. Eind van de negentiende eeuw groeide het besef dat behalve de grondsoort waarop de woningen stonden ook de woning zelf, de voeding en het beroep van mensen van grote invloed was op de gezondheid van mensen.

Mede door inbreng van de Kivi (ingenieursvereniging) werd het laissez-faire-klimaat langzamerhand ingeruild voor socialisme. Dat leidde uiteindelijk tot de Woningwet in 1901, waardoor hele krottenwijken uit de weg werden geruimd en het volk beter gehuisvest werd.

In de omslag naar de sociale economie die kort voor 1900 plaatsvond, lagen de kiemen van de verzorgingsstaat die zich in de twintigste eeuw zou ontwikkelen.

Al vóór de Woningwet, namelijk in de jaren na 1870 toen de woningnood ontstond, was de moderne massawoningbouw in Nederland op gang gekomen. Stoomtimmerfabrieken legden zich toe op seriematige productie van prefabonderdelen als kozijnen, kapspanten, trappen en deuren. De snelle productie en concurrerende prijzen zorgden ervoor dat bouwvakkers niet altijd de vaklui van weleer waren. Het criterium dat je een hamer kon vasthouden, was vaak al voldoende om als timmerman op te treden. Een geluid dat je ruim een eeuw daarna nog af en toe hoort echoën.

‘Slums’

De stedengroei schiep snel en goedkoop in elkaar gezette woningen. “Verschuift men een stoel, dan geeft dit in tien andere woningen dezelfde gewaarwording”, citeert Van der Woud een bron uit die tijd. Goed waren de nieuwe woningen nog niet, maar de vieze sloppen waren aan het eind van de twintigste eeuw wel opgeruimd.

Althans in Nederland. Want “slums” zijn er nog steeds, benadrukt Van der Woud, doelend op lagelonenlanden in Azië. “Onze knechten en naaisters maken er de betaalbare spullen die we nodig hebben. De achterbuurten staan nu alleen aan de andere kant van de wereld. Op afstand en toch mooi dichtbij. Bestellingen zijn op afroep leverbaar, met een dagje vliegen zijn ze hier.”

Titel: Koninkrijk vol sloppen

Auteur: Auke van der Woud

Uitgever: Bert Bakker

Prijs: 29,95 euro

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels