nieuws

Verloedering Schiedam voorbij

woningbouw Premium

Volgens onderzoeksbureau Locatus behoorde de Schiedamse binnenstad in 2010 tot de winkelgebieden met de grootste leegstand van Nederland. Vooral in de Hoogstraat, ooit de ruggengraat van de middenstand, was het huilen met de lamp uit.

Afgebladderde gevels, verveloze kozijnen en kapotte goten maken duidelijk dat de misère geen verschijnsel is van gisteren. De verpaupering zette vijftien jaar geleden al in, toen winkelgalerij Passage op de kop van de Hoogstraat werd gemoderniseerd en winkels verderop in de smalle en tamelijk donkere straat uit de loop raakten. Schiedammers nemen liever de tram of de metro naar Rotterdam om te funshoppen in lichte en ruime winkelparadijzen, zoals de Koopgoot en Alexandrium.

Verpaupering is besmettelijk. Ook monumenten en beeldbepalende panden in de omgeving, sommige een kostbare erfenis uit het glorieuze jenevertijdperk, verkeren in verval. Van de Havenkerk bijvoorbeeld, een katholiek monument uit de 19de eeuw, wordt het houten dak opgevreten door boktorren en brokkelt het metselwerk af.

Eind jaren negentig trachtte de gemeente met subsidies particulieren te verleiden hun panden op te knappen. “Er kwam niemand op af,” zegt Menno Siljee, wethouder binnenstad en monumenten. Toen de markt niet reageerde, nam de gemeente zelf het voortouw. Het oude stadhuis op de grote Markt en het Stedelijk Museum uit de 18de eeuw werden voor veel geld gerestaureerd. In 2007 besloot de gemeente 10 miljoen euro voor de binnenstad beschikbaar te stellen. Het Fonds Schiedam Vlaardingen beloonde deze financiële inspanning door ook 10 miljoen euro voor het stadsherstel te reserveren.

Hoog op de urgentielijst staat de Havenkerk. In 2008 blokkeerde de financiële crisis het plan van een particuliere ontwikkelaar om de verveloze neoclassicistische kerk met pastorie te verbouwen tot hotel. Eind 2010 kocht een speciaal voor dit doel opgerichte stichting de kerk alsnog aan. Er is voorlopig anderhalf miljoen euro beschikbaar om het casco te restaureren en het gebouw aantrekkelijk te maken voor investeerders.

De voormalige bioscoop Monopole uit 1921, een beeldbepalend maar zwaar verwaarloosd gebouw tegenover het Stedelijk Museum, heeft zojuist dezelfde behandeling ondergaan. “Dit was een echt zorgenkindje. We waren net op tijd om het van de ondergang te redden,” meent projectleider Vera van der Vlerk. Tijdens de leegstand hoopte het vocht zich op in muren en houtwerk. “De gevel was bouwkundig zo slecht dat we er niet eens een steiger aan konden hangen”, schetst ze.

Het pand werd van binnen compleet gestript en het casco aan de buitenzijde volledig gerestaureerd . Er ging een nieuw staalskelet in, er kwam een nieuw dak op en er werden nieuwe vloeren gelegd. Tegelijk herstelde de aannemer een aantal constructiefouten, zoals de wankele lateiconstructie boven de hoofdingang, die werd vervangen door een betonnen latei met betonverankering. Totale kosten: 1 miljoen euro. Wethouder Siljee: “We hebben het pand weer in een solide staat gebracht. We kunnen nu eisen stellen aan gegadigden.”

Een ander miljoenenproject is de verbouwing van de vroegere bottelarij van Wenneker. Dit industriële juweeltje uit 1951 kwijnde weg als moskee, tapijthal en garage, totdat de gemeenteraad in 2009 besloot er een cultuurcentrum van te maken met bioscoop, theaterzaal, dansschool en kunstuitleen. Royal Haskoning verzorgde het ontwerp en de bouwbegeleiding. Er kwam een glazen pui in de gevel, het metselwerk werd hersteld en binnen werden doos-in-doosconstructies aangebracht om geluidshinder over en weer te voorkomen. Het opgeknapte glazen sheddak blijkt het ideale plafond voor de kunstuitleen.

Met het Wenneker-project wil de gemeente laten zien dat Schiedam niet terugdeinst voor een duur en technisch ingewikkeld karwei als dat de stad ten goede komt. Projectleider Ruud de Graaf constateert dat de herrijzenis van het Wenneker-pand inspirerend werkt. Hij wijst op een aangrenzend, nog net niet bouwvallig pakhuis dat zojuist is bedekt met splinternieuwe dakpannen. Blauwe bouwzeilen kondigen verdere activiteiten aan.

Ook elders zijn tekenen van herstel door particulier initiatief zichtbaar. Slecht onderhouden winkelpanden staan in de steigers en boven winkels worden woningen gerealiseerd. De eigenaren trekken gelijk op met de gemeente, die onlangs zes slechte panden op het middendeel van de Hoogstraat aankocht om die vakkundig te laten restaureren en exploiteren. Een vroegere schoenenzaak die door zijn vierkante, met plastic schroten beklede pui te boek staat als het lelijkste pand van Schiedam, is strategisch aangekocht; de bestemming staat nog niet vast.

Middels het project ‘Werk aan de winkel’ schiet de gemeente particuliere eigenaren met geld en bouwkundige adviezen te hulp. Die methode werkt, concludeert Van der Vlerk: “Er zijn al zo’n dertig winkelpanden opgeknapt en er lopen nog tientallen aanvragen.” Volgens Siljee is het niet exclusief de verdienste van de gemeente dat de markt uit zijn lethargie is ontwaakt. “Panden zijn sterk in waarde gedaald, waardoor het aantrekkelijk is om nu te kopen.” Verder wijst de wethouder op het positieve effect van de landelijke Sinterklaasintocht in 2009 op het imago van de stad. Ook de zojuist voltooide wederopbouw van molen De Kameel aan de Schie en de nominatie voor de Eden Award voor duurzame toeristische ontwikkeling hebben de belangstelling voor de stad vergroot.

Dit vliegwieleffect genereert veel werk in de Schiedamse binnenstad. Enkele toekomstige projecten zijn een parkeergarage met 300 plaatsen aan de westrand en herstel van een historische gymzaal en het monumentale Zakkendragershuisje uit de 18de eeuw. Elf stadsvilla’s met historiserende gevels aan de Schie zijn in uitvoering. Al deze inspanningen zijn erop gericht het leven in de binnenstad terug te brengen. “Een Koopgoot kun je hier niet maken,” stelt Van der Vlerk. “Maar je kunt bezoekers wel een complete historische binnenstad aanbieden.” De Graaf: “Kleinschaligheid komt weer in. Misschien hebben grote winkelcentra toch hun langste tijd gehad.”

Reageer op dit artikel