nieuws

‘Ruimtelijke ordening krijgt klappen’

woningbouw

‘Ruimtelijke ordening krijgt klappen’

Gebiedsontwikkelaars moeten zich niet laten ontmoedigen door de economische recessie, vindt stedenbouwkundige Riek Bakker (65).

Zij is een van de prominenten uit de bouwwereld die tijdens de
vijfde
Nationale Conferentie Gebiedsontwikkeling
, die woensdag in Utrecht wordt
gehouden, haar visie geeft op de huidige gebiedontwikkeling. Dagblad
Cobouw
sprak met haar aan de vooravond van de conferentie.

De politieke situatie in Nederland lijkt zich drastisch te wijzigen;
verwacht u gevolgen voor gebiedsontwikkelaars?
“Nee, ik verwacht niet dat de gewijzigde politieke omstandigheden extra
problemen gaan opleveren voor gebiedsontwikkeling. Het is een goed instrument en
dat zul je linksom of rechtsom moeten gebruiken. Daar ontkomt de politiek niet
aan. Ik verwacht eerder dat er problemen zullen ontstaan door de economische
crisis. Er moet 35 miljard euro worden bezuinigd. En daarvan zal de ruimtelijke
ordening klappen krijgen. Bijna iedere vier jaar worden er sleutelprojecten
benoemd en ik ga ervan uit dat daarvoor veel minder geld beschikbaar komt.”

Kunnen gebiedsontwikkelaars daarop anticiperen?
“Zeker, ze moeten slimmere manieren bedenken om geld te krijgen voor
gebiedsontwikkeling. Dat vraagt om creativiteit. Het is niet langer
vanzelfsprekend dat er geld beschikbaar komt voor vastgoed. Daarom moeten we
financiële mogelijkheden creëren om gebiedsontwikkeling mogelijk te maken.”

Is het daarvoor niet te laat? De recessie is uiteindelijk in volle
gang.

“Juist niet. Dit is het moment om op zoek te gaan naar nieuwe verdienmodellen.
We moeten zeker niet ophouden met het ontwikkelen van gebieden. Dan leg je het
hoofd in de schoot en daar bereiken we niets mee.”

Aan welke slimme strategie denkt u?
“Tot nu wordt voor de financiering van projecten vooral gekeken naar
vastgoedpartijen. De tijd van de traditionele gebiedsontwikkeling waarbij vooral
de woningbouw een belangrijke rol speelt, is echter voorbij. De woningbouw is
niet meer wat het was en ik verwacht ook niet dat die branche zich snel zal
herstellen. Dus moeten we naar andere sectoren uitkijken. Daar kunnen goede
resultaten uit voortkomen. Ik stel voor om andere ondernemers te benaderen. Denk
daarbij aan recreatiebranche en de infrasector. Die bieden nog voldoende
mogelijkheden voor samenwerking.”

Dus eigenlijk biedt de economische recessie nieuwe kansen voor
gebiedsontwikkelaars?
“Als we het slim aanpakken zeker. Inbreiding en de ontwikkeling van
stadsranden kunnen daarbij een belangrijke rol gaan spelen. “

Hebben die dan minder te lijden onder de recessie?
“De woon- en leefomgeving staat hoog op de politieke agenda en daarvan
kunnen we bij gebiedsontwikkeling gebruikmaken. Bijvoorbeeld door inbreiding en
natuurontwikkeling aan elkaar te koppelen. Je kunt natuur zo aanleggen dat rond
de stad recreatiemogelijkheden ontstaan. Dat betekent dan wel dat er ook
infrastructuur moet worden aangelegd. Dat is dan meteen een goede reden om de
stadsranden aan te pakken en daartoe allianties te sluiten.”

Kunt u een voorbeeld noemen?
“Ik denk aan
Midden
Delfland
. Die gemeente heeft er doelbewust voor gekozen om zuinig
te zijn op de natuur. Waar andere gemeenten kiezen voor bouwen, kiest die
gemeente voor het versterken van de groenstructuur. En daarbij wordt zowel
samengewerkt met de recreatiebranche als met de agrarische sector. Ik zie veel
in die samenwerking. Het leidt tot een grotere wisselwerking tussen het
platteland en de stedelijke gebieden. Daar kunnen gebiedsontwikkelaars hun
voordeel mee doen.”

Riek Bakker denkt dat in de toekomst vaker zal worden samengewerkt tussen de
gebiedsontwikkelaars en de agrarische sector. Op het congres gaat ze vooral in
op inbreiding en ontwikkeling stadsranden.

Dbfmo-projecten van RGD

Stedenbouwkundige Riek Bakker is directeur van Riek Bakker Advies en
medeoprichter en partner van BVR, het adviesbureau voor stedelijke ontwikkeling,
landschap en infrastructuur. Ze was de drijvende kracht achter de ontwikkeling
van de Kop van Zuid in Rotterdam en de Vinex-wijk Leidsche Rijn in Utrecht.
Bakker was tussen 1997 en 2003 hoogleraar stedenbouwkunde aan de Technische
Universiteit Eindhoven. Zij was daarvoor directeur Stadsontwikkeling van de
gemeente Rotterdam (1986-1991) en vervolgens directeur van de Rotterdamse dienst
Stedebouw en Volkshuisvesting (1991-1993). Vanwege haar bijdrage aan de
Nederlandse stedenbouw werd haar in 2006 door de Rijksuniversiteit Groningen de
Aletta Jacobsprijs toegekend. Ze was voorzitter van de Adviescommissie
Gebiedsontwikkeling van het ministerie van VROM.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels