nieuws

‘Niemand koopt een huis omdat er een warmtepomp in zit’

woningbouw

‘Niemand koopt een huis omdat er een warmtepomp in zit’

Duurzaam bouwen lijkt terug om nooit meer weg te gaan, meent Birgit Dulski. “Steeds meer bedrijven bellen ons met de vraag hoe ze van duurzaamheid een business case kunnen maken.”

Birgit Dulski heeft het druk. Tussen twee afspraken door kan ze wel even
ruimte maken in haar agenda. Maar dan wel op Utrecht CS, zodat ze direct weer
door kan naar haar nieuwe afspraak. Achter haar thee in stationsrestauratie De
Tijd vertelt de geboren Berlijnse enthousiast over de opkomst van duurzaam
bouwen in Nederland. Na een inzinking zo’n vijf jaar geleden, is de aandacht
voor duurzaam bouwen volgens haar terug als nooit tevoren. “In de jaren negentig
wilde de overheid duurzaamheid nog verplicht opleggen”, herinnert Dulski zich.
Er kwam een lijstje met maatregelen dat werd afgevinkt. Daarna zakte de aandacht
helemaal weg. Duurzaam bouwen (Dubo) leek een modegril geweest te zijn. “Op het
ministerie van VROM wilde men het woord Dubo niet meer horen.” Inmiddels is het
tij gekeerd. “Het staat weer heel hoog op de agenda. Het is nu marktgedreven.
Bedrijven zien het als kans, zien er business in.” Dulski werkt bij het Center
for Sustainability van Nyenrode Business Universiteit en bij Nibe, een
adviesbureau voor duurzaam bouwen. Begin 2008 deed ze bij Nyenrode onderzoek
naar de betrokkenheid van installateurs en aannemers bij het energiezuinig maken
van woningen. “Ze hadden nauwelijks interesse in duurzaam bouwen, bleek uit dat
onderzoek. Ze hadden werk genoeg, en deden alles op een standaard manier.
Duurzaam bouwen was nog niet doorgesijpeld naar de kleine aannemers.” Door de
crisis is dat veranderd.

Omslag

“Kleine aannemers zijn nu op zoek naar werk, willen zich onderscheiden, doen
cursussen over duurzaamheid en kloppen bij ons aan.” Wanhoop? “Dat ook. Het is
een mix. Ze zoeken ook nieuwe manieren van samenwerken. Er is echt sprake van
een omslag. Het is een hele interessante tijd.” Ze gelooft niet dat als de bouw
straks weer aantrekt, iedereen weer op de oude manier gaat bouwen. “Nee, ik
verwacht dat het op de agenda blijft staan. Bouwbedrijven voelen de noodzaak om
iets te doen. Ook vanwege het financiële plaatje: energie wordt een probleem, de
prijzen zullen blijven stijgen, dat blijkt uit diverse onderzoeken, de
energielasten zijn straks hoger dan de huurlasten. Bedrijven en beleggers
beseffen dat ook, ze houden de exploitatiekosten in de gaten. Ze willen niet
over twintig jaar met gigantische kosten zitten.” Toch is het niet een groot
hosanna-verhaal. Renovatie loopt bijvoorbeeld op tegen praktische
omstandigheden. “We denken wel dat particulieren een lage energierekening willen
en een goed comfort, maar zijn ze bereid daarvoor overlast te accepteren? En
willen ze investeren? De pijn van een eenmalige investering wordt veel meer
gevoeld dan het plezier van die twintig euro die elke maand wordt
terugverdiend.” Dulski vertelt over een onderzoeksproject in Amsterdam waar
historische woningen met eenvoudige aanpassingen 50 procent energiezuiniger
gemaakt kunnen worden. “Je zou zeggen: dat willen bewoners graag. Maar dat
blijkt in de praktijk anders dan we dachten. Bewoners willen geen overlast, en
zijn niet bereid om maanden in een ander huis te wonen. Als ze weer terugkomen,
is er uiterlijk niets veranderd aan de woning. Voor hun gevoel hebben ze voor
niets maanden last gehad.” Die instelling is een van de redenen waarom het
corporaties niet altijd lukt om de vereiste 70 procent toestemming te krijgen
voor duurzame renovatie. “Wil je dat oplossen, dan moet je denken aan het
versnellen van de renovatie. Dan kunnen bewoners bijvoorbeeld overnachten in een
Centerparcs-huisje, en als ze terugkomen hangen de gordijnen weer, staan de
bloemetjes weer op tafel en ziet alles er piekfijn uit.” Ook bereik je
waarschijnlijk meer als bewoners de keuze hebben om meteen hun woonruimte te
vergroten. “Ja, daarvoor zijn ze bereid meer huur te betalen. Er moet voor de
bewoners ook iets te winnen zijn. Je moet je bij zo’n renovatie afvragen wat ze
boeit. Alleen voor de lagere energierekening doen ze het niet.” Nog een
voorbeeld: de wijk EVA Lanxmeer in Culemborg. Een nieuwbouwwijk waarvan het
eerste deel al tien jaar staat en waarvan de laatste fase nu in ontwikkeling is.
Een ecologische wijk, energiezuinig, een collectieve warmtepomp, goede isolatie,
zonneboilers. “Waarom gaan mensen daar wonen? Niet om de warmtepomp. Wel omdat
het een kindvriendelijke wijk is, en vanwege de sfeer, de bereikbaarheid, de
gemeenschappelijke tuinen en de betaalbaarheid. Die warmtepomp is mooi
meegenomen, maar niemand koopt een huis omdat er een warmtepomp in zit. Toch
willen mensen er graag wonen, er wordt heel weinig verhuisd. Het trekt veel
gezinnen. Voor ontwikkelaars en corporaties is dat gunstig, de vastgoedwaarde
stijgt. Zo’n wijk is goed voor mensen, financiën en het milieu – de drie P’s van
de trias energetica. Waar tien jaar geleden te veel gefocust werd op ‘planet’,
spelen nu ook ‘people’ en ‘profit’ mee”, meent Dulski.

Uitgelachen

Dat duurzaam bouwen hot is, is te merken aan het aantal telefoontjes dat op
Nyenrode binnenkomt. “Steeds meer bedrijven bellen ons met de vraag hoe ze van
duurzaamheid een business case kunnen maken.” Ze willen hun papieren ambities
naar de praktijk vertalen. Niet alleen bouwers, ook beleggers en ontwikkelaars
willen zich profileren als duurzaam, stelt Dulski tevreden vast. “Als je
ontwikkelaars vier jaar geleden had verteld dat ze duurzaam ontwikkelen zouden
kunnen overwegen, hadden velen je hard uitgelachen.” Dulski vergelijkt duurzame
woningen met de opkomst van de iPhone. “Als je iets maakt wat ontzettend gewild
is, vindt die opschaling vanzelf plaats.” Volgens de Nyenrode-onderzoeker wordt
dat bewezen in de praktijk. “In een wijk waar duurzame woningen even betaalbaar
zijn als de reguliere woningen, blijkt dat duurzame woningen sneller verkocht
worden. Misschien dat mensen niet op zoek zijn naar duurzame woningen, maar als
ze die aangeboden krijgen, dan willen ze die wel graag.” Te vroeg juichen wil
Dulski echter niet. Ondanks de progressie van het groene bouwen, constateert ze
dat het voorlopig nog vooral de voorlopers zijn die het in de praktijk brengen.
“Het lijkt wel of de groep tussen de innovatieve voorhoede en de volgers in de
bouw ontbreekt.” Deze ‘early majority’ die de nieuwe producten of werkwijzen
gemeengoed moet maken, roert zich ogenschijnlijk nog beperkt. “Maar het kan ook
zijn dat deze groep langzaam aan het groeien is.” Ze is niet bang dat de
economische neergang de duurzame bouwambities de nek omdraait. Realistisch
moeten de plannenmakers zijn, vindt ze. “Zorg dat je iets maakt wat je kunt
overzien, zonder verlies van je ambitie”, zegt Dulski. “Maar ga bijvoorbeeld
niet in de eerste van de vier fases van een bouwplan direct geothermie
aanleggen. Het risico is vrij groot dat fase vier nooit komt. Maar zorg wel dat
je in de eerste fase een wijk maakt waarin het fijn is om te wonen, en dat elke
fase duurzaam is. En ga de fases erna nog niet in detail plannen, je weet
bijvoorbeeld niet hoe snel de ontwikkelingen van de technologie gaan. Misschien
is geothermie over tien jaar wel erg achterhaald.”

Birgit Dulski

Ir. Birgit Dulski (1967) is geboren en getogen in Berlijn. Ze heeft
architectuur en stedenbouw gestudeerd aan de Universität Kaiserslautern, de TU
Hamburg-Harburg en de TU Delft. Sinds april 2008 is ze in dienst bij het Center
for Sustainability van de Nyenrode Business Universiteit als senior researcher
sustainable building. Daarnaast werkt ze als senior consultant bij het
Nederlands Instituut voor Bouwbiologie en Ecologie (Nibe).

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels