nieuws

De Zwarte Madonna: vervloekt en geprezen

woningbouw Premium

De Zwarte Madonna: vervloekt en geprezen

Appartementengebouw de Zwarte Madonna in Den Haag van Carel Weeber behoort tot de meest omstreden gebouwen van de vorige eeuw.

De geschiedenis van het complex dat in 1985 verrees en in 2007 werd gesloopt,
is geboekstaafd in
‘De Zwarte
Madonna’. De onfortuinlijke geschiedenis van een Haags woningbouwcomplex
.
Waardering voor de schepping van architect Carel Weeber kwam laat. Te laat. Pas
toen de slopershamer in zicht kwam, kreeg het wooncomplex in het Haagse
Spuikwartier op een steenworp van Het Binnenhof, van alle kanten lof
toegezwaaid. Zelfs vanuit de Verenigde Staten. “Het is een excellent gebouw”,
complimenteerde de Amerikaanse bouwmeester Richard Meier, nadat de sloopplannen
bekend waren geworden. “Goed doordacht en een sterk architectonisch statement.”
Zulke geluiden waren nagenoeg afwezig in 1985 toen het complex werd opgeleverd.
Weebers geesteskind gold destijds als niets minder dan het lelijkste gebouw van
Nederland, staat in het boek. Het gekrakeel over de Zwarte Madonna begon al
voordat de eerste paal was geslagen, schrijft auteur Paul Groenendijk. Het feit
dat Carel Weeber tegelijkertijd optrad als stedenbouwkundige voor de bebouwing
van het Spuikwartier en als architect van een wooncomplex in diezelfde wijk,
viel totaal verkeerd. Als stedenbouwkundige stel je eisen aan architecten. Maar
je bent al snel geneigd water bij de wijn te doen als je met beide petten op bij
een project betrokken bent, zo luidde de teneur van een criticaster destijds.

Vriendjespolitiek

Anderen suggereerden dat de verantwoordelijke wethouder, Adri Duivesteijn,
vriendjespolitiek zou hebben bedreven. Een conclusie die door Duivesteijn
resoluut naar het rijk der fabelen werd verwezen. Er was geen handjeklap
gespeeld, er was doelbewust voor gekozen een spraakmakende architect aan te
trekken om in het centrum van Den Haag een sociaal huurcomplex te ontwerpen,
beweerde hij. “We moeten in Den Haag eens architecten hebben die iets neerzetten
waarover wordt gesproken.” Zelden werden de voornemens van een politicus zo
bewaarheid. De Zwarte Madonna ging, evenals haar geestelijke vader, vanaf het
bouwplan tot en met de sloop vrijwel onophoudelijk over de tong. Meestal
hartgrondig vervloekt, soms genuanceerd bekritiseerd en ten slotte de hemel in
geprezen. Een golfbeweging die Groenendijk aan de hand van uiteenlopende
voorbeelden aanschouwelijk maakt. Daarbij passeren criticasters van De Zwarte
Madonna en van Weeber in soorten en maten de revue. Maar niet alleen die
azijnpissers komen aan het woord.

Aanwinst

Groenendijk heeft oog voor nuance. Hij plaatst de Zwarte Madonna in een
breder perspectief en toont in een helder opgebouwd betoog dat de kritiek op het
gebouw niet valt los te zien van de positie van Carel Weeber. Daarnaast gaat hij
ook in op de argumenten die uiteindelijk tot de sloop leiden. Dat alles en de
fraaie illustraties maken van het boek een aanwinst voor de liefhebbers van
moderne architectuurgeschiedenis. En voor de bewonderaars van de Zwarte Madonna
draagt Groenendijk een troostende gedachte aan: architect Ton van Hoorn heeft
een computermodel van het gebouw gemaakt, waarmee het tot in detail zou kunnen
worden herbouwd. Op een andere plek wel te verstaan want waar eens de Zwarte
Madonna pronkte, verrijst nu nieuwbouw voor de ministeries van Justitie en
Binnenlandse Zaken.

Reageer op dit artikel