nieuws

Vraagtekens beleid sociale huisvesting

woningbouw Premium

Het Europees Parlement stelt een wassende stroom vragen over het besluit van de Europese Commissie rond de sociale huisvesting in Nederland.

Binnenkort praat het parlement daarover met Eurocommissaris Joaquin Almunia
van Mededinging. De Europarlementariërs begrijpen niet dat het inkomen om in
aanmerking te komen voor een sociale huurwoning in Nederland op 33.000 euro is
gezet. Negentig procent van het corporatiebezit moet aan die doelgroep worden
verhuurd. De verbazing komt vooral doordat het gemiddelde inkomen in Nederland
38.000 euro bedraagt. Almunia heeft de vele vragen beantwoord met erop te wijzen
dat de grens is voorgesteld door de Nederlandse regering zelf. Die heeft daartoe
ook de bevoegdheid. Het enige dat de commissie heeft gedaan, is kijken of het
niet in strijd was met de vrijstelling van aanmelding voor staatssteun voor
diensten van algemeen economisch belang. Daarvan is in ieder geval sprake bij
sociale huisvesting. De zaak van eventuele staatssteun aan corporaties speelt al
sinds eind jaren tachtig toen de rijksoverheid ophield met het zwaar subsidiëren
van sociale woningbouw. Vanaf dat moment mochten corporaties duurdere
huurwoningen en koopwoningen bouwen. Met het geld dat daarmee wordt verdiend,
kunnen ze de onrendabele top van de sociale huurwoningen financieren, was de
gedachte.

Oneerlijk

De voorganger van Almunia, Neelie Kroes, heeft daar enkele jaren geleden al
opmerkingen over gemaakt. Haar kwam het voor dat marktpartijen oneerlijke
concurrentie werd aangedaan door de corporaties. Dit had mede te maken met het
verschil in grondprijs dat marktpartijen en corporaties betaalden en met fiscale
voordelen voor corporaties, die inmiddels overigens niet meer bestaan. De
Vereniging van Institutionele Vastgoedbeleggers IVBN heeft destijds ook een
klacht ingediend in Brussel tegen die oneerlijke concurrentie. Dat alles heeft
er vorig jaar toe geleid dat afspraken tussen Nederland en Brussel zijn gemaakt
over wat corporaties nu wel en niet mogen doen. Onder meer is daarbij
afgesproken dat 90 procent van de sociale huurwoningen daadwerkelijk verhuurd
zou moeten worden aan gezinnen met een inkomen tot maximaal 33.000 euro.
Corporatiekoepel Aedes is het al langer niet eens met het Europese besluit. Een
aantal corporaties is inmiddels al naar de Europese rechter gestapt.

Reageer op dit artikel