nieuws

In 2010 is woningbouw op z’n dieptepunt

woningbouw Premium

In 2010 is woningbouw op z’n dieptepunt

De recessie grijpt diep in bij de woningbouwproductie. Terwijl in 2009 de productie al met 8,5 procent daalde, wordt dit jaar de grootste klap verwacht. Dan daalt de woningbouwproductie naar verwachting met 13,5 procent. De daling vindt over de hele linie plaats, maar de nieuwbouwproductie reageert als gebruikelijk het sterkst op de conjunctuur.

In de periode 2009-2010 krimpt de nieuwbouwproductie van woningen cumulatief
met een kwart. Vanaf 2012 zal de productie van nieuwe woningen naar verwachting
krachtig herstellen. Regionaal gezien worden alle regio’s door de dalende
woningbouwactiviteit getroffen. De noordelijke provincies klimmen het eerst weer
uit het dal. In het najaar van 2008 kwam Nederland in een recessie terecht. De
recessie vertaalt zich, met enige vertraging en verspreid over meerdere jaren,
door in een lagere woningbouwproductie. Dat de bouwproductie later reageert dan
andere sectoren is het gevolg van de lange doorlooptijden en de fasering van
bouwprojecten.

Landelijk probleem

De recessie leidt tot vraaguitval op de woningmarkt. Deze komt zowel tot
uiting in minder transacties en lagere prijzen, als in minder vraag op de
nieuwbouwmarkt voor woningen. Eind 2009 lag het aantal woningtransacties ruim 30
procent lager dan een jaar eerder en de prijzen van koopwoningen lagen volgens
het CBS 5 procent lager. Door inkomens- en baanonzekerheid, hogere
hypotheekrentes, anticipatie-effecten op huizenprijsdalingen en
kredietbeperkingen is de vraag op de koopmarkt sterk teruggelopen. Binnen de
woningbouwmarkt reageert de nieuwbouw het sterkst op de conjunctuur. De
woningbouwproductie daalde in 2009 met 8,5 procent. De nieuwbouwproductie daalde
in dat jaar naar verwachting zelfs met 10,5 procent. In totaal werden 72.000
woningen opgeleverd, een daling met zo’n 7.000 woningen ten opzichte van een
jaar eerder. De herstel en verbouw van woningen liet in 2009 een minder sterke,
maar toch stevige terugval zien van 4,5 procent. Woningonderhoud reageert over
het algemeen minder heftig op conjuncturele schommelingen. In 2009 slaat de
conjunctuur overigens wel een groter gat in de onderhoudsmarkt dan in voorgaande
recessies het geval was. Het volume van het woningonderhoud kromp in 2009 met 1
procent.

Moeilijkste jaar

In 2010 wordt de woningbouw het hardst getroffen. De nieuwbouwproductie neemt
met 16 procent af. Het aantal voltooide woningen daalt tot 62.000, een afname in
twee jaar tijd met meer dan 20 procent. Zonder het stimuleringsbeleid van
overheden zou de daling nog scherper zijn geweest. Over alle crisisjaren leidt
een behoedzame schatting van de invloed van het beleid op de productie tot de
conclusie dat er tegen de 5.000 woningen extra gebouwd worden als gevolg van
beleidsinterventies. De daling van de herstel en verbouwproductie is met 9
procent beperkter dan die van de nieuwbouwproductie, maar toch nog altijd fors.
In 2010 zal het onderhoud van woningen naar verwachting weer iets groeien. Het
CPB verwacht dat het BBP in 2010 met 1,5 procent groeit, terwijl voor de
particuliere consumptie een geringe groei van 0,25 procent wordt voorzien.
Normaal gesproken vertaalt deze economische groei zich met vertraging in groei
op de onderhoudsmarkt. Dat voor het woningonderhoud in 2010 weer groei wordt
verwacht (1,5 procent), wordt mede veroorzaakt door het pakket aan
stimuleringsmaatregelen dat de overheid in gang heeft gezet. In 2011 is het
effect van de stimuleringsmaatregelen nagenoeg uitgewerkt, waardoor het
groeitempo van het woningonderhoud in dat jaar weer terugvalt naar 0,5 procent.
De nieuwbouwproductie zal zich dan, in navolging van de economische opleving in
2010, met een groei van 2,5 procent enigszins gaan herstellen. Het aantal
opgeleverde woningen stijgt in 2011 echter nog niet: naar verwachting
stabiliseert het op een niveau van 62.000 woningen. De herstel- en
verbouwproductie zal in 2011 niet verder dalen, vanaf 2012 trekt hij weer aan.

Tijdelijke vraaguitval

De vraaguitval als gevolg van de recessie is uiteindelijk tijdelijk van aard.
Op middellange termijn speelt vooral de demografische ontwikkeling en de
vervangingsvraag (sloop) een rol. Hierdoor is er in deze periode structureel
behoefte aan zo’n 70.000 nieuwbouwwoningen per jaar. Vanaf 2012 wordt dan ook
een krachtig herstel van de nieuwbouwproductie voorzien. Deze stijgt tot 2015
naar verwachting met gemiddeld 7 procent per jaar. Het aantal voltooide woningen
komt in 2015 met een aantal van 73.000 boven de structurele trend te liggen. Op
de herstel en verbouw- en de onderhoudsmarkt was tijdens de crisisjaren de
vraaguitval kleiner, waardoor ook het herstel minder krachtig zal zijn. Dit
verklaart waarom de groei van de herstel en verbouwproductie in de jaren vanaf
2012 met 5 procent iets lager ligt dan die van de nieuwbouwproductie. De
onderhoudsproductie stijgt in deze jaren met 2 procent.

Reageer op dit artikel