nieuws

Bijlmermeer: Hoogbouw bleek een flop

woningbouw Premium

Bijlmermeer: Hoogbouw bleek een flop

Om de Bijlmermeer van de ondergang te redden moet een kwart van het woningbestand worden gesloopt (3500 huizen) en zijn investeringen nodig in koopwoningen. Met die aanbeveling haalde de werkgroep Toekomst Bijlmermeer precies twintig jaar geleden de voorpagina’s.

Vervangen van hoogbouwflats door middenhoog- en laagbouw (geraamde kosten
toentertijd: 645 miljoen gulden) zou voordeliger zijn dan doorexploiteren,
concludeerde de werkgroep. Schokkend nieuws, maar het kwam niet geheel
onverwacht. Want het was landelijk bekend dat de wijk in Amsterdam-Zuidoost
terecht was gekomen in een neerwaartse spiraal van leegstand en gettovorming.
Terwijl het twintig jaar eerder zo hoopvol was begonnen. Amsterdam bouwde tussen
1968 en 1975 in de voormalige polder in hoog tempo 31 flatgebouwen volgens een
industriële methodiek. De meeste in honingraatmodel met tien verdiepingen. Van
de 13.000 woningen die de Bijlmer eind 1975 telde, bevond zich 90 procent in
flats. Die waren ruim en luxe, zeker voor die tijd. De wijk was ruimtelijk
opgezet, met veel groen. Bij oplevering van de eerste woning in 1968 repte de
Amsterdamse burgemeester Van Hall van ‘het modernste, spraakmakendste en
prettigste woonoord dat men zich kan denken’. Maar de stadswijk voor de moderne
mens, geïnspireerd door de ideeën van het Nieuwe Bouwen, bleek in de praktijk
geen succes. Althans, niet in Amsterdam-Zuidoost.

Aftoppen

De beoogde doelgroep – gezinnen met kinderen – had liever een huis met tuin.
En die werden gebouwd in randgemeenten, waar ook het voorzieningenniveau beter
was. De toestroom van grote groepen Surinamers, na de onafhankelijkheid van
1975, schrok ook velen af. Sinds eind jaren zeventig werden pogingen tot
conceptverbeteringen vergezeld door een groeiende roep om radicalere
oplossingen: slopen of ‘aftoppen’ van flats. Mede omdat financiële tekorten door
gemiddeld 25 procent leegstand zowel corporaties als gemeente in problemen
brachten. Na het rapport van februari 1990 werd duidelijk dat veel flats
daadwerkelijk de slopershamer wachtte, gekoppeld aan een programma voor
verbetering van de leefbaarheid. De ramp met een Boeing van El Al bezegelde op 4
oktober 1992 al het lot van de flats Klein-Kruitberg en Groeneveen. In 1995
volgde de voorziene sloop van de flat Geinwijk, die pas dit jaar wordt afgerond.
Rond de eeuwwisseling viel namelijk het besluit om veel meer van de
hoogbouwmonocultuur te slopen (3400 woningen), ten faveure van een mix van
appartementen en eengezinswoningen. Slechts een handjevol honingraatflats is
overgebleven. De ingrijpende operatie brengt uiteindelijk het aantal sociale
huurwoningen terug van 93 naar 55 procent en het aandeel hoogbouw van 95 naar 45
procent. Van de totaal benodigde investering van 1,5 miljard euro geldt een
derde als onrendabele top. Nederland heeft een harde les geleerd: het concept
van sociale flatwijken werkt niet.

Reageer op dit artikel