nieuws

‘Provincie moet mee kunnen beslissen over hoogbouw’

woningbouw Premium

‘Provincie moet mee kunnen beslissen over hoogbouw’

In de provincie Utrecht moeten tot 2030 120.000 woningen komen. Volgens gedeputeerde Bart Krol (ruimtelijke ontwikkeling) van de provincie Utrecht zou hoogbouw daar een goede oplossing voor kunnen bieden. Maar of de Belle Van Zuylen daar een goed voorbeeld van is, betwijfelt de CDA-gedeputeerde nog.

Van het aantal nog te bouwen woningen in de provincie moet de helft
binnenstedelijk gebouwd worden. Volgens Krol is het ‘volstrekt helder’ dat
hoogbouw daarvoor een oplossing zou kunnen bieden. Maar, zegt hij, daarbij is
het van groot belang dat het gebouw aansluit op de omgeving: “Bij ruimtelijke
ordening en kwaliteit gaat het altijd over de relatie tussen het gebouw en de
omgeving. Dat is de essentie van mijn portefeuille. Dat betekent dat een hoog
gebouw niet per definitie goed of fout is maar in relatie met zijn omgeving moet
worden gezien. Een hoog gebouw midden in een het centrum van een stad is anders
dan een hoog gebouw in een woonwijk.” Volgens Krol zijn er twee redenen voor
hoogbouw: “De ene reden is een economische. Dan gaat het om grondprijzen en
ruimtegebrek. De andere is dat er een statement met een gebouw moet worden
gemaakt, een accent. Daarmee moet je oppassen want dan komen de meest vreselijke
gebouwen om de hoek kijken. Over die laatste reden ben ik dan ook minder
enthousiast.”

Belle van Zuylen

Een voorbeeld van een toren die bedoeld is als statement, is volgens Krol de
Belle van Zuylen-toren, een multifunctioneel gebouw van 262-meter hoog dat de
gemeente Utrecht en projectontwikkelaar Burgfonds in de Utrechtse Vinex-wijk
Leidsche Rijn willen bouwen: “Het gaat hier niet om hoogbouw in het centrum van
de stad waar we willen proberen nog een paar honderd mensen te vestigen of om
het landschap te besparen. Het is duidelijk de bedoeling om een groot accent
neer te zetten.” Dit najaar heeft het voorontwerp van het bestemmingsplan
Leidsche Rijn Centrum Noord, dat voorziet in de bouw van een toren in het gebied
van maximaal 265 meter hoog, ter inzage gelegen. Krol wil nog geen standpunt
innemen over de toren, hij heeft er nog een aantal vragen over. Zo vindt hij het
voorontwerp van het bestemmingsplan nog te onduidelijk: “Ik vind het van belang
te weten wat de omwonenden van dat ding vinden. Dat weet ik nu niet. Daarnaast
vind ik dat de toren een behoorlijk impact heeft op het Nationaal Landschap en
daar zie ik in het voorontwerp nog te weinig van terug. Ik kan dus op dit moment
volstrekt nog niet beoordelen of er voldoende rekening wordt gehouden met de
buren en omgeving.” Daarom is het volgens de gedeputeerde ‘sterk de vraag’ of de
provincie op dit moment de noodzaak van een dergelijke grote toren in de
Vinex-wijk inziet. Krol heeft dus vraagtekens over de impact op omwonenden, de
invloed op het Nationaal Landschap en de locatie van de toren. Daarom heeft de
provincie de gemeente verzocht uitgebreider te beargumenteren waarom de komst
van de toren noodzakelijk is. Probleem voor de gedeputeerde is dat de provincie
dankzij de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (WRO) weinig ruimte heeft om in te
grijpen bij hoogbouw. “De nieuwe wet geeft weinig ruimte om iets te vinden van
beslissingen van gemeenten op het gebied van het hoogbouw. In oude wet was het
zo dat de gemeente het huiswerk moest doen en de provincie dat moest
controleren. In de nieuwe wet is dat niet meer. Gemeenten en provincie hebben nu
ieder een eigen domein waarover ze kunnen beslissen. De nieuwe wet zegt:
definieer je provinciaal belang. Dat moeten we op het gebied van hoogbouw nu
gaan doen.”

Hoogbouwbeleid

Daarom wordt er aan de burelen van het provinciekantoor gewerkt aan een
hoogbouwbeleid, dat in het voorjaar op tafel moet liggen. Met dat beleid in de
hand moet het duidelijk worden wanneer de provincie zich wel en wanneer de
provincie zich niet mengt in een discussie over de komst van een hoog gebouw.
Hoe het hoogbouwbeleid er precies uit komt te zien, is op dit moment nog niet
duidelijk omdat het nog in ontwikkeling is. Krol zou het in ieder geval wel
wenselijk vinden dat de provincie zou kunnen meebeslissen over de komst van de
Belle van Zuylen-toren: “Omwonenden die niet in de stad Utrecht wonen, kijken
straks wel iedere dag tegen die toren aan, maar kunnen niet beslissen of die er
wel of niet moet komen. Ook beïnvloedt de toren het Nationaal Landschap, waar
wij onder de nieuwe wet juist een grote verantwoordelijkheid voor hebben, dan
moeten wij daar iets van kunnen vinden.”

Reageer op dit artikel