nieuws

Corporaties zien gasloos tijdperk snel naderen

woningbouw

Corporaties zien gasloos tijdperk snel naderen

“Over twintig jaar is er geen gas meer”, verwacht ‘ambassadeur duurzaamheid’ Jan-Willem Croon van de Rotterdamse corporatie Woonbron. “Dan zijn er ook geen gasketels meer en moet er een beproefd alternatief zijn.”

Corporaties maken meer werkvan energiebesparing en milieubehoud. Enerzijds
omdat huurders geen slecht geïsoleerde woning meer willen. Anderzijds om een
alternatief te vinden voor de huidige energievoorziening.

Op een bijeenkomst in Den Bosch van Onderzoeksinstituut OTB vertelde Croon
wel wat te zien in de ‘elektrische woning’. “Een goed geïsoleerde woning die
volledig op elektriciteit draait.” Pablo van der Laan, directeur
onderhoudsstrategie en aanbesteding van corporatie Ymere uit Amsterdam, vertelde
al onderzoek te doen naar dit ‘all electric house’. Het is één van de
alternatieven voor de energievoorziening die zijn corporatie onderzoekt. De
HRe-ketel is ook een alternatief. Die blijkt nog niet zo eenvoudig te beproeven
want het toestel blijkt te groot voor het overgrote deel van Ymere’s woningen.
Van der Laan noemt stadsverwarming ook een aantrekkelijke optie. Bij deze
techniek vervallen de individuele ketels en dus het bijbehorende onderhoud. Een
betere (na)isolatie zorgt ervoor dat woningen met minder al dan niet alternatief
opgewekte energie toe kunnen. “Energiebesparing helpt woningen gewild te
houden”, hoopt Van der Laan. Als die maatregelen uitblijven verwacht Ymere op
termijn zesduizend woningen niet meer te kunnen verhuren. “Het gaat dan vooral
om vooroorlogse woningen”, weet Van der Laan. “Die hebben een vrij vervelend
energielabel.” De maatregelen die Ymere momenteel treft komen neer op het
plukken van laaghangend fruit: ze vergen weinig inspanning en sorteren toch een
goed effect. Maar, zegt Van der Laan: “Naarmate de tijd vordert, worden de
maatregelen steeds duurder en renderen ze steeds minder.” Met energiebesparing
en (na)isolatie helpen corporaties hun huurders en ook zichzelf, vindt
Jan-Willem Croon van OTB. “Over pakweg tien jaar zijn bewoners net zoveel kwijt
aan energie als aan hun huur. Mensen staan straks voor de onmogelijke keus om
eerst de huur te betalen of eerst de energienota.” Daarmee krijgt de corporatie
wat hem betreft een extra taak: de zorg voor de energierekening van de huurders.
Croon ziet in het zonnepaneel een doeltreffend hulpmiddel. “Het levert geen
grote hoeveelheden elektriciteit op en het duurt zeker achttien jaar voordat het
is terugverdiend.” Hij ziet wel dat een zonnepaneel de ‘energiebewustheid’
bevordert van de bewoners. “Die gebruiken daardoor minder energie en zien dat
gedrag beloond met een lagere energierekening.”

Lapmiddelen

Energiebesparing en (na)isolatie zijn in de uitleg van Croon en Van der Laan
eigenlijk niet meer dan lapmiddelen die fouten in het ontwerp moeten
compenseren. De praktijk doet vermoeden dat dit voorlopig nog wel zo blijft.
“Architecten tonen zich over het algemeen nog niet heel erg betrokken”, meent
Croon. Voor de bewoners pakt dat extra vervelend uit. Croon: “Als het klimaat
verandert en het inderdaad warmer wordt, dan voldoet de Nederlandse
doorzonwoning niet meer. Daar is nog geen alternatief voor.”

Corporaties vaak te ambitieus met milieumaatregelen

Ambities voor een beter milieu worden te vaak opgeschroefd tot onrealistische
hoogte. Zie daar de essentie van het milieubeleid van corporaties in de visie
van Jan Arie de Gier, manager strategie en marketing van corporatie BrabantWonen
uit Oss/Den Bosch. Besturen van corporaties gaan mee met hun tijd, vertelde De
Gier op een bijeenkomst van Onderzoeksinstituut OTB. Dus willen ze ook energie
en CO2 sparen. “Lagere functionarissen krijgen dan de opdracht: regel dat eens
even. Dan blijken ambities te hoog opgeschroefd. Bijstelling is erg lastig want
ze zijn een eigen leven gaan leiden.” De Gier vindt het uitvoeren van de
maatregelen ‘in beginsel niet ingewikkeld’. “Maar wie gaat het doen? Welke
afdeling het ook krijgt toebedeeld: het is werk wat bij het reguliere werk
komt.” De praktijk leert hem dat het er niet zomaar kan worden bijgedaan. De
aannames die bij het ‘regel dat eens even’ zijn gedaan verliezen snel hun
waarde, vindt De Gier. “We gaan nu ontdekken wat een halvering van de
CO2-uitstoot eigenlijk kost.” De fasering van het werk is één van de problemen
die De Gier ziet. Als de maatregelen tijdens de renovatie worden uitgevoerd dan
duurt het vijftien tot twintig jaar tot het hele bestand onder handen is
genomen. Vinden ze gelijktijdig plaats met het schilderwerk dan blijft die
periode beperkt tot zes of zeven jaar. De Gier: “Dan blijkt dat isolerend glas
vaak te zwaar is voor gewone kozijnen; die moeten dan worden vervangen door
zwaardere.” Vervolgens komt de vraag welke afdeling dat gaat betalen. “Als dat
vooraf niet goed is geregeld blijft het een organisatie tot in lengte van jaren
achtervolgen.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels