nieuws

Leve de scheefwoners

woningbouw Premium

Woningcorporaties – of woningbouwverenigingen – verhuren rond 2,4 miljoen woningen.

Overwegend van goede tot redelijke kwaliteit en een schappelijke huur:
sociale woningbouw. De opbouw van het bezit vond sinds de komst van de woningwet
in 1901 plaats met hulp van de overheid. Subsidies en leningen kwamen van de
rijksoverheid, gemeenten rekenden lagere grondprijzen. Deze lagere prijzen
werden goedgemaakt door een hogere rekening voor koopwoningen en duurdere
huurwoningen.

In veel gevallen lieten gemeenten de woningen bouwen, waarna ze werden
overgedragen aan de corporaties. Gemeentelijke woningbedrijven zijn in de loop
der tijd omgevormd tot corporaties. Midden jaren negentig kocht de rijksoverheid
haar subsidieverplichtingen voor sociale huurwoningen af in ruil voor aflossing
van de nog uitstaande leningen aan corporaties.

Scheefwoner

Woningbouwverenigingen zijn private organisaties, dikwijls aangeduid als
maatschappelijke ondernemingen. Wij zijn er aan gewend dat de huisvesting van
mensen met een beperkt inkomen niet (meer) in handen is van gemeenten, maar van
deze private rechtspersonen. De 2,4 miljoen huishoudens die de woningen van
corporaties bewonen, behoren lang niet alle tot de oorspronkelijk beoogde
inkomensgroepen. Huishoudens kunnen in de loop der tijd een hoger inkomen
krijgen, maar niet iedereen zet dit om in hogere uitgaven voor wonen. Daarmee is
de scheefwoner geboren.

Inkomenshuren

Hij kan meer betalen, maar doet het niet. Huis en buurt bevallen goed en voor
een beetje meer kwaliteit elders moet hij in verhouding veel meer betalen. Veel
politici juichen de situatie met scheefwoners toe; het bevordert de stabiliteit
in buurten en voorkomt gettovorming. Niet voor niets wordt met man en macht
geprobeerd de scheefwoners, die wel verhuisden terug te halen naar de vroegere
buurten door deze via sloop en nieuwbouw aantrekkelijker te maken. In Brussel
kijkt de commissaris voor mededinging met meer dan een scheef oog naar de
scheefwoner. Die krijgt ten onrechte staatssteun, heet het. Dat vraagt om een
oplossing, maar goede raad is duur. Er is geen rechtsgrond om mensen op straat
te zetten vanwege hun inkomen. Ongelijke huren naar inkomen kunnen wel door
subsidie op de huur, maar niet door verschillende huren voor identieke woningen.
Ook al wordt met deze figuur op kleine schaal geëxperimenteerd, inkomenshuren
hoort meer bij het vroegere Oost-Europa.

Tegenhanger van de scheefwoner is de staatssteun voor de woningkoper:
belastingaftrek voor de hypotheekrente. Hoe hoger het inkomen en hoe hoger de
hypotheeklening, hoe hoger de belastingaftrek en hoe schever dus wordt gewoond.
Of dit ook in Brussel wordt bestudeerd, weet ik niet. Over taak en plaats van
corporaties is veel te zeggen. Evenals over huurbeleid en behandeling van de
eigen woning. Ruimer gesteld: de (huur)woningmarkt fungeert nauwelijks als
markt. Corporaties zijn er als maatschappelijke onderneming geen volbloed
speler. Dit blijkt uit de pogingen om bij het berekenen van het jaarlijkse
rendement ook maatschappelijke en moeilijk te benoemen opbrengsten in kaart te
brengen. Of het fenomeen corporatie vandaag nog zou worden uitgevonden, waag ik
te betwijfelen. Voor een gekunstelde afbouw van het stelsel lijkt mij echter –
gelet op de mede door de corporaties gerealiseerde kwaliteit van de
volkshuisvesting – in het geheel geen reden. Wel zou de scheefwoner verdwijnen.
Jammer, want meer nog dan nu zouden mensen gesorteerd naar inkomen wonen.

Reageer op dit artikel