blog

Is de Wet Kwaliteitsborging echt zo slecht voor consumenten?

woningbouw 515

Is de Wet Kwaliteitsborging echt zo slecht voor consumenten?

Woensdag 18 januari wordt dan eindelijk de Wet Kwaliteitsborging behandeld in de Tweede Kamer. Een wet waar al heel veel over is geschreven, hier bij Cobouw, en elders.  

De Wet Kwaliteitsborging omvat grofweg twee delen: een wijziging van publiekrechtelijk wetgeving (met name de Woningwet) en het toezicht door Bouw & Woningtoezicht, en een privaatrechtelijk component die ziet op wijziging van het Burgerlijk Wetboek (BW). Die wijziging van het BW is slechts een relatief kleine aanvulling op de grote stelselwijziging die het voorstel in wezen beoogt. 

Het in het BW verschuiven van het uitgangspunt van aansprakelijkheid van de aannemer en het toevoegen van  informatieplichten dient slechts als extra impuls voor het bewerkstelligen van de eigen verantwoordelijkheid  van de aannemer voor (het inzichtelijk maken van) de kwaliteit van het gebouwde.  

Kritiek

Er is op de wet veel kritiek te leveren. Het Instituut voor Bouwrecht heeft al eerder hier en in het Tijdschrift voor Bouwrecht aandacht aan die kritiekpunten besteed (lees onder andere mijn eerdere column, en de ingezonden brief van prof. mr. dr. Chao-Duivis. Ik beperk mij hier tot een aantal punten.

Om te beginnen gaat het om een wet op hoofdlijnen, veel  belangrijke (en onbelangrijke(re)) details zijn nog niet (goed) ingevuld.  

Voorts lijkt de wet geen rekening te houden met de diversiteit aan bouwprocessen. Zo ziet de wet op alle bouwwerken, van simpele schuurtjes en bruggetjes tot grote (b.v. installatietechnisch of infrastructureel) ingewikkelde projecten. Die diversiteit en de daarmee samenhangende verschillen in taken en rolverdeling van alle bouwactoren (ook afhankelijk van de gekozen samenwerkingsvormen), lijkt niet goed tot uitdrukking gebracht in de wet. Zo kunnen de rollen van adviseurs, architecten, instrumentaanbieders, kwaliteitsborgers, opdrachtgevers, vergunningsaanvragers en aannemers steeds verschillen en in sommige gevallen zelfs samenvallen.  

Eindeloze keten

Tot slot is over de vele vormen van geschilbeslechting die dit nieuwe systeem met zich mee brengt, niet goed nagedacht (lees hierover ook TBR 2016/93 en TBR 2016/94). Een voorbeeld: Er wordt een huis gebouwd waarvan de fundering niet blijkt te voldoen. De consument kan hiervoor de aannemer aanspreken op basis van zijn koop-/aannemingsovereenkomst of de (meestal afgesloten) garantie- en waarborgregeling.

De aannemer kan echter van mening zijn dat hij de fundering heeft gebouwd volgens een door de Toezichthoudende Instelling goedgekeurd instrument en met een door de Toelatingsorganisatie goedgekeurd product, dat tevens gecontroleerd is door zijn kwaliteitsborger en stellen dat hij aan zijn verplichtingen heeft voldaan.

De kwaliteitsborger kan stellen dat een instrument heeft toegepast dat door een instrumentaanbieder was aangeboden en goedgekeurd door de Toelatingsorgansatie en dat hem niets te verwijten valt, maar dat het instrument op proces- of productniveau niet blijkt te voldoen. De instrumentaanbieder kan zich ten slotte verweren met het argument dat de toezichthoudende instelling dat instrument wel degelijk heeft goedgekeurd.

Kortom: er kan een eindeloze keten aan discussies en geschillen ontstaan over de geschiktheid van het gebouwde, een instrument, en de al dan niet terechte goedkeuring van het instrument of het gebouwde. Het is niet gezegd dát dit (steeds) zal gebeuren. Maar het is wel een mogelijkheid die het systeem met zich brengt. Een mogelijkheid die niet goed doordacht lijkt in de huidige wet.  

Hoe komt consument er vanaf?

Vorige week kwam ook de Vereniging Eigen Huis met kritiek op de wet. Kritiek die zij ook eerder naar voren bracht in het kader van de consultatierondes. Ik deel niet al die kritiek en zal me hier beperken tot de kern van hun betoog, namelijk dat de consument er onder de nieuwe wet niet goed vanaf komt. 

In Nederland wordt 85% van de consumenten-nieuwbouw gebouwd met de model koop-/aannemingsovereenkomst (van de SER) en de daarbij vaak gebruikte Garantie- en Waarborgregeling van de Stichting Keurmerk Garantiewoning. De Vereniging Eigen Huis is een aantal jaar geleden uit de overlegorganen met betrekking tot die beide regelingen gestapt, omdat zij van mening was dat haar belangen (die van de consument) daar niet voldoende in werden behartigd.

Dat neemt niet weg dat die modellen en het daarmee samenhangende systeem bijna 40 jaar geleden door de gehele sector is ontwikkeld en daarna door die gehele sector is onderhouden.  

Perfect

Ik zeg niet dat die voorwaarden en dat systeem perfect zijn en optimale of maximale consumentenbescherming geven, of zelfs niet voor verbetering vatbaar zijn op punten, maar ik zeg wel dat het evenwichtige regelingen zijn die veel bieden aan de consument. Zo veel zelfs dat veel van de in de Wet Kwaliteitsborging voorgestelde wijzigingen van het BW al (beter) geregeld zijn onder de koop-/aannemingsovereenkomst en de garantie- en waarborgregeling.

Zo kent de regeling al een ruimere aansprakelijkheid van de ondernemer en garantie voor consumenten dan onder de huidige wet en de voorgestelde wetswijziging, en zo kent de regeling niet enkel een informatieplicht omtrent de verzekerde garantie, maar bíedt het zelfs een dergelijke garantie.

Voorts stelt het voorstel een aanvulling op de 5% regel van art. 7:768 BW voor, een aanvulling die voor alle bouwconsumenten geldt en één van de weinige onderdelen van de wet is waarop ik na lang nadenken geen kritiek kon formuleren (lees onder andere mijn uitgebreide artikel hierover in TBR 2016/110). Waarom de Vereniging Eigen Huis dat onderdeel van de wet ‘kwetsbaar’ noemt, is mij dus niet duidelijk.  

Stelselwijziging

Enkel voor de 15% die niet onder die regeling wordt gebouwd is de voorgestelde wetswijziging dan ook van belang. En die 15% komt er als het om de voorgestelde BW-wijzigingen gaat, dan ook nog iets beter voor te staan in de nieuwe wet, dan nu het geval is. 

Dat de wet op andere punten verbetering, verduidelijking of verder uitwerking behoeft, lijkt mij duidelijk. Dat nog niet alle deelnemers aan het bouwproces er klaar zijn voor deze wijziging ook. Maar dat de consument nu slechter af raakt door de voorgestelde wijzigingen zie ik niet zo. In ieder geval niet door de voorgestelde BW-wijziging. Of de stelselwijziging dit tot gevolg gaat hebben, kan ik moeilijk beoordelen, maar als die gevolgen voor de consument gelden, gelden die wellicht voor de gehele sector.  



mr. dr. E.M. Bruggeman is senior stafmedewerker bij het Instituut voor Bouwrecht.

Op de website van het IBR staat meer informatie over het wetsvoorstel en zijn via het online kennisplatform (de zgn. IBR Tracker) een groot aantal artikelen over  het onderwerp op te vragen. 

Reageer op dit artikel