blog

Pleidooi voor de integrale stad

woningbouw

Pleidooi voor de integrale stad

Herkenbaar? Je bent wethouder, stedenbouwer, corporatiebestuurder, projectontwikkelaar, vastgoedadviseur, architect, aannemer en het is je taak om een project af te leveren. Binnen de duivelsdriehoek ‘tijd, geld en kwaliteit’.

Hele ploegen ruimtelijke professionals trekken er iedere dag op uit om ons land te maken. Wat we moeten realiseren is, als het meezit, onderdeel van een grotere gedachte, al dan niet vastgelegd in structuurvisie of plan. Maar wie is nu echt doordrongen van die grotere gedachte? Vaker komt het neer op heel hard werken aan de realisering van een afzonderlijk onderdeel.

Kwaliteit voor morgen

Die afstand tussen de gedachte van een plan en het maken ervan heeft mij altijd verbaasd. Immers: al onze handelingen bepalen met elkaar de inrichting van ons land. Stad en land ontstaan letterlijk uit onze gedachten en handen. Zijn wij er dan echt van overtuigd dat wat wij maken ook de kwaliteit voor morgen is?

[intermezzos:1] Eerlijk gezegd ben ik bang van niet. Dat bedoel ik niet onvriendelijk, maar ons vakgebied bestaat uit mensen die opgevoed zijn in een decennia oude planningstraditie, met als uitgangspunt een ver doorgevoerde ruimtelijke scheiding van functies. Het leverde ons de naoorlogse wijken op, kaalslag van economische activiteiten in stadsvernieuwingsgebieden, een VINEX met min of meer dezelfde rijtjeswoningen en aparte bedrijventerreinen en kantorenlocaties. Wijken waarin ‘architectonische kwaliteit’ tot kunstmatige diversiteit is verworden.

Gemengde stad

Soms word je weer eens wakker geschud. Mij overkwam dat na het bezoek van Infinity (het voormalige ING-kantoor oftewel de Poenschoen, die zo parmantig langs de de A1O staat) waar de tentoonstelling WHAT? (Work Home Apart Together) is te zien. Yvonne Franquinet, de directeur van Arcam, had de schrijver van het boek ‘1000 jaar Amsterdam’, Fred Feddes, gevraagd een tentoonstelling te maken over de vroegere vanzelfsprekendheid van combinaties van wonen en werken in Amsterdam. Feddes voert ons in korte tijd langs wat de gemengde stad bij uitstek is: het Ambachtshuis (Rembrandthuis), het Koopmanshuis, het Dijkhuis, het collectieve wonen en werken (kloosters), het winkelhuis en de dienstwoning.

Nog verrassender is dat de expositie toont wanneer de gemengde stad veranderde in de gescheiden stad: met de Woningwet. Daarmee namen we afscheid van organische groei. Zelfs Berlage’s zo gewaardeerde Plan Zuid is een uitdrukking van de gedachte om functies uit elkaar te halen. Na de oorlog wordt de scheidingsgedachte bijna pervers doorgevoerd in de naoorlogse wijken, met de Bijlmer als extreem voorbeeld. Ook de goede plankaartlezer ziet dat de VINEX programmatisch een ‘Bijlmer in laagbouw’ is.

Werken op de slaapkamer

Eigenlijk bestaat onze ruimtelijke ordeningstraditie nog steeds uit het verder opschonen van wat eens een integrale samenballing van stedelijkheid was. Wij halen letterlijk overal het leven uit. Tegelijkertijd zien we, dat juist nu de grote actuele opgave is om te zoeken naar dwarsverbanden, naar een menging van functies. Inmiddels zijn we begonnen kantoren om te katten naar creatieve werkplaatsen en naar woningen. Steeds meer mensen werken thuis, noodgedwongen op de slaapkamer.

De warmte van een gemengde stad staat in groot contrast met het kille, afstandelijke en megalomane voormalige hoofdkantoor van ING, waar de tentoonstelling staat opgesteld. Eigenlijk is de expositie, zonder daar al te expliciet in te zijn, een krachtig pleidooi voor de integrale stad, waar wonen en werken samenkomen. Reden genoeg voor eenieder die bezig is met de inrichting van ons land en het maken van onze steden, om na te denken over dat wat wij dagelijks doen misschien toch niet zo vanzelfsprekend is. Het kan anders: sterker nog, onze toekomst vraagt om de terugkeer van de gemengde stad.

Tentoonstelling EXPO WHAT: Wonen en en werken in Amsterdam door de eeuwen heen

Geopend tot 13 maart 2016

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels