blog

‘Biedt nieuw regeerakkoord ruimte voor de woonproducent?’

woningbouw Premium 272

‘Biedt nieuw regeerakkoord ruimte voor de woonproducent?’

Wat is het perspectief voor ons woonstelsel in 2017? De crisis op de woningmarkt lijkt voorbij, na jaren stagnatie en zelfs stilstand is er weer beweging. En dus is de beer los. Zet je huis in de verkoop en in de grote steden is deze nog dezelfde week boven de vraagprijs verkocht.

Kopers nemen weer gedwee plaats op de wachtlijsten van de zeldzame nieuwbouwprojecten en de prijzen schieten omhoog. De koopwoningmarkt kan, na al die zware jaren, opbouwen.

Hoe die wederopbouw er uitziet? Eigenlijk net als vroeger. Oude posities worden ingenomen, dus institutionele partijen blijven ‘eigenaar’ van de woningmarkt. De paar locaties die gemeentes nog bezitten worden, vaak ambtelijk aangedreven, als vanouds weggezet tegen de hoogste prijs bij projectontwikkelaars. Deze pakken, samen met aannemingsmaatschappijen, bestaande grondposities op en brengen de bekende producten op de markt.

Geur van consumentvriendelijkheid

Dat is veelal sobere confectiebouw, hier en daar met een geur van consumentvriendelijkheid en een vleugje duurzaamheid. De architect is hierbij niet meer dan een decorateur en de burger een consument. De zelfbouwer wordt alweer verdrongen door de terugkeer van de aanbodgedreven partijen. De vraag die zich aan mij opdringt is of er in 2017 echt plaats is voor de burger als woonproducent.

Klassikaal zenden

Op de huurmarkt is het al niet veel beter: daar is de burger zo mogelijk nog minder mondig. Woningcorporaties komen langzaam bij van de klap van de parlementaire enquête en afgedwongen terugkeer, vastgelegd in de nieuwe Woningwet 2015, naar de ‘kerntaken’. De werkwijze van corporaties is, in onderwijstermen, nog steeds klassikaal zenden. De gedachte dat burgers het recht op zelfbeheer krijgen, staat mentaal nog ver af van de goed verdienende professionals, die graag ‘voor ons’ zorgen.

Woud van institutionele belemmeringen

Over de tegenstelling van deze tijd blijf ik me verbazen. Een burger die beter is opgeleid dan ooit, die meer en meer mondig is geworden, kan zich in ons woonbeleid slechts gedragen als een consument. Tegelijkertijd zie ik van bij burgers tal van initiatieven van onderop, zowel in de zelfbouw, als in de behoefte om bestaande woningbouwcomplexen om te vormen tot wooncoöperaties. Bijna altijd lopen ze vast in een woud van institutionele belemmeringen.

Als er al wat gebeurt, zoals in Almere, bevindt dit zich op een uitzondering na binnen de zone van de repressieve tolerantie. De burger in actie, als vormgever van de eigen woon- en leefomgeving, is dus vooral een ideaal van burgers zelf en wordt nauwelijks gedragen door een grote vernieuwingsbeweging. Waar zijn de professionals die zo’n vernieuwingsbeweging kunnen vormen?

Klaarblijkelijk komt verandering niet vanuit de instituties. Gelukkig biedt 2017 opnieuw de kans op verandering. Wanneer de politiek haar vertegenwoordigende taak inhoud geeft, kan een nieuw regeerakkoord binnen een nieuw woonbeleid principieel ruimte maken voor de burger als woonproducent. Zowel in zelfbouw, als in beheer van de bestaande woningvoorraad.

En de professionals dan?

Die mogen deze beweging faciliteren en er vooral dienstbaar aan zijn. Er is voor hen dan nog werk genoeg.

Reageer op dit artikel