blog

Tuinhuisje: tijdelijke of definitieve opvang?

woningbouw Premium

Tuinhuisje: tijdelijke of definitieve opvang?
Suzanne van de Kerk

Het opmerkelijkste bericht van deze maand is voor mij het initiatief van architect Jan Borkent uit Apeldoorn. Hij lanceerde het plan tuinhuisjes te bouwen als tijdelijke huisvesting voor asielzoekers. “Een verplaatsbaar huisje met een oppervlakte van 15 vierkante meter, prefab geproduceerd tegen een kostprijs van ongeveer 25.000 euro”, legde hij onlangs uit in Cobouw.  

In zo’n huisje, compleet met sanitaire voorzieningen, kunnen twee tot vier vluchtelingen onderdak vinden. Bovendien is het klein genoeg om in veel Nederlandse tuinen van particuliere woningen te staan. Wie gedurende vijf jaar zo’n noodgebouwtje in zijn tuin plaatst en zodoende bijdraagt aan de opvang van asielzoekers mag het huisje definitief maken en naar eigen inzicht gebruiken. De tuinhuisjes gaan gemiddeld 35 jaar mee, becijferde Borkent.   

Voorwaarde voor succes is dat gemeenten hun medewerking verlenen. “Zo moet er bijvoorbeeld vergunningsvrij worden gebouwd”, aldus Borkent. “Anders duurt het te lang voordat de voorzieningen in gebruik kunnen worden genomen.”

Goed idee?

Aan de goede intenties van Borkent, meewerkende gemeenten en burgers die een asielzoekershuisje in hun tuin willen plaatsen, hoeft niemand te twijfelen. Aan de noodzaak onderdak voor vluchtelingen te regelen evenmin. Niettemin rijst de vraag of het plan van Borkent wel echt zo’n goed idee is. Daarvoor blikken we terug naar het midden van de negentiende eeuw, toen in Nederland een migratiestroom op gang kwam doordat werkloze landarbeiders massaal naar de grote steden trokken in de hoop daar aan de slag te kunnen.

Eenkamerwoningen

Weliswaar hadden deze migranten een totaal andere achtergrond dan de huidige asielzoekers, maar net als nu leidde hun komst tot grote huisvestingsproblemen. Gedeeltelijk werden die problemen opgelost door leegstaande gebouwen te transformeren tot eenkamerwoningen. Tegelijkertijd werden op grote schaal open ruimten achter al bestaande straten, zoals binnentuinen van particulieren, vol gebouwd met spotgoedkope arbeiderswoninkjes. Een vergunning was daarvoor niet nodig, want de overheid stelde nauwelijks eisen aan het bebouwen van inpandige terreinen. Tienduizenden migranten vonden zodoende onderdak, zonder dat daarmee de problemen voorbij waren. Integendeel.

Krottenzee

Zowel in grote steden als Amsterdam, Den Haag en Rotterdam als in kleinere agglomeraties ontstond binnen enkele decennia een onafzienbare krottenzee. Met als gevolg verloederde binnensteden, waarin duizenden gezinnen woonden onder erbarmelijke omstandigheden. Armoede, overbewoning en uitbraken van besmettelijke ziekten, waren aan de orde van de dag. Het duurde tot ver in de twintigste eeuw totdat de krotten en sloppen hadden plaatsgemaakt voor acceptabele woningen. 

Complicatie

Natuurlijk is de huidige situatie niet een-op-een te vergelijken met die van anderhalve eeuw geleden. Toch brengt het op grote schaal uitvoeren van het plan Borkent het risico met zich mee dat de als noodvoorziening bedoelde tuinhuisjes aanzienlijk langer dienst zullen doen voor de opvang van asielzoekers dan is bedoeld. In dat geval wordt met de oplossing van het huisvestingsvraagstuk voor migranten een nieuwe probleem in het leven geroepen, dat Nederland nog heel lang parten kan spelen. Zeker nu de overheid zich steeds meer terugtrekt en de maatschappelijke kwesties oplossen overlaat aan het particulier initiatief, is voorzichtigheid geboden.

Reageer op dit artikel