blog

Waar blijft mijn woning (en die andere 199)?

woningbouw

Waar blijft mijn woning (en die andere 199)?

In mijn stad zijn tweehonderd woningen te weinig gebouwd, blijkt uit mijn eigen onderzoek. Eindelijk heb ik een stok om mee te slaan.

Soms ontstaan verhalen door persoonlijke irritaties. Ik ben al een tijdje aan het uitkijken naar een nieuwbouwwoning in mijn stad. Al voor de crisis begon de zoektocht. Niets gevonden. Toen kwam de crisis. Helemaal niets. Maar ook na de crisis is het aanbod schraal. Een projectje van tien woningen in de wijk. Maar te duur. Meer is er niet.

Bouwt mijn stad te weinig? Zou kunnen. Mijn gemeente koos aan het begon van de crisis bewust voor faseren en doseren: niet te veel projecten tegelijk de markt op, anders wordt er niets gebouwd. Schaarste creëren dus. Goed voor de consument en bouwer, was de uitleg van de gemeente.

Maar hoe kun je zien of een gemeente (te) weinig bouwt? Ik dook in de cijfers van het CBS. Die liegen niet. Mijn gemeente blijkt vergeleken met het landelijk gemiddelde in de periode 2012-2014 ruim tweehonderd nieuwe woningen te weinig gebouwd te hebben, rekende ik uit (Ik keek hoeveel woningen er gebouwd werden in verhouding tot de bestaande woningvoorraad. Als ik dit nieuwbouwpercentage berekende voor alle gemeenten, kon ik het gemiddelde bepalen. Zo kon ik de afwijking per gemeente uitrekenen).

Inwoners van andere steden hebben het erger te verduren, zag ik in de lijst met bouwactiviteit per gemeente. Wat opvalt is dat Rotterdam en Den Haag helemaal onderaan bungelen. Niet toevallig gemeenten waar Vestia groot was. Die corporatie bouwt geen nieuwe woning meer sinds het derivatenechec. “Dat is de echte ramp”, waarschuwde Vestia-interimbestuurder Jacques Thielen al in 2013. Den Haag heeft volgens het CBS in 2014 maar 84 woningen gebouwd, waarvan 34 sociale huurwoningen. Volgens de administratie van de gemeente zelf stond de teller op 597 woningen.

Amsterdam lijkt op dit moment te bruisen van bouwactiviteit. Toch zit de hoofdstad met 8.010 opgeleverde nieuwe woningen in de periode 2012-2014 maar net (vijf woningen) boven het landelijk gemiddelde. Dus Amsterdam een magneet? Zeker. Maar niet overdrijven. Nijmegen en Tilburg, maar ook Breda, Westland en Amstelveen zijn relatief gezien veel meer nieuwe bewoners naar zich toe aan het trekken.

Van de grote steden bouwt Utrecht wel veel meer dan gemiddeld. In de stad werden tussen 2012 en 2014 4654 nieuwbouwwoningen opgeleverd. Geen enkele stad bouwde zoveel. 1855 meer dan het landelijk gemiddelde. Een gemiddelde gemeente bouwde in de periode 2012-2014 een nieuwbouwwoning per vijftig bestaande woningen. Met andere woorden: in drie jaar tijd werd de woningvoorraad met 2 procent uitgebreid.

Beter luisteren

Wat houdt gemeenten tegen om de vaart erin te gooien, nu de vraag naar woningen aan het exploderen is? David Moolenburgh, wethouder ruimtelijke ordening in de gemeente De Ronde Venen, merkt dat veel aannemers en ontwikkelaars nog steeds moeite hebben om aan de wensen van de klant te voldoen. “Als we beter luisteren, neemt ook de vraag naar woningen toe”, zei hij in een interview met Cobouw. Een trieste constatering na zeven jaar crisis.

Hij vindt ook dat ontwikkelaars niet op hun handen moeten gaan zitten meer moeten gaan ondernemen. “Wij hadden voor een uitleglocatie een contract met een ontwikkelaar zonder eenduidige einddatum. Het risico lag volledig bij de gemeente, maar de ontwikkelaar deed nauwelijks iets. Dan heb je als gemeente geen poot om op te staan.”

Het resultaat is er naar: De Ronde Venen bouwde de afgelopen drie jaar 153 nieuwe woningen. Tweehonderd minder dan je van zo’n gemeente met deze grootte mag verwachten.

Agrarische prijzen

Landsmeer bouwde veel meer. Met 186 woningen in 2014 was het de actiefste woningbouwer. Het geheim? De gronden waren tientallen jaren geleden aangeschaft tegen agrarische prijzen. En woningbouw kwam budgetneutraal van de grond.

Soms zijn het de gemeenten die te voorzichtig zijn met nieuwbouw. Zoals in Heerlen. Nieuwbouwplannen worden in de krimpgemeente uitgebreid tegen het licht gehouden. “Dat is geen trage bureaucratie, maar gericht beleid om een gezonde woningmarkt te houden of te krijgen. We willen niet bouwen voor de leegstand”, aldus de gemeente.

Niet bouwen voor de leegstand. Klinkt altijd plausibel. Maar het is ook een dooddoener. Maar waarom altijd die vrees voor leegstand? Natuurlijk is het niet leuk om naast een leeg huis te wonen. Maar wat zouden we ervan vinden als we bij Ikea een nieuwe bank willen kopen, en de burgemeester zegt vlak voor het moment van afrekenen: “Stop, u mag deze bank niet kopen. Op Marktplaats staan genoeg gebruikte banken te koop. Kiest u daar maar uit.” Gek genoeg laten we onze gemeenten en provincies het aanbod aan woningen wel inperken.

Energierekening verdwijnt

Wat extra nieuwbouw en het toestaan van en extra leegstand zou de woningmarkt overal gezonder maken. Het extra aanbod verlaagt de woningprijzen. Lagere prijzen zijn goed voor doorstroming van de woningmarkt. En goed voor de portemonnee van de bewoners. Het prijsverschil tussen nieuwbouw en bestaande woningen zal groter worden. Maar een goede nieuwe woning is zijn prijs waard, zeker naarmate de energierekening bij nieuwbouw verdwijnt.

Dus beste burgers van dit land: gebruik de lijst hieronder als stok om uw gemeente en provincie mee te slaan. En vraag om meer nieuwbouw. Daar wordt iedereen beter van. En dan kan ik ook ooit eens een mooie woning kopen! 

 

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels