artikel

‘Sommige weilanden mooier met woningen’

woningbouw

‘Sommige weilanden mooier met woningen’

Als we in Nederland krampachtig nieuwe woningbouwlocaties blijven aanwijzen, krijgen we schaarste, oplopende woningprijzen en mensen die op woonkwaliteit moeten inleveren, waarschuwt Taco van Hoek, directeur van het EIB.

Als we naar woningbouwlocaties zoeken, moeten we rationeel en nuchter naar de feiten kijken

“Meneer Van Hoek wil het land volbouwen.” Taco van Hoek zegt het met zelfspot aan het eind van het interview. Voor dat beeld is hij bevreesd. Je bent in Nederland of voor of tegen bouwen in het weiland, zo lijkt het wel. Zo simpel is het niet. Dat wil hij graag uitleggen.

Het gesprek gaat over hoe we in Nederland voldoende woningen kunnen bouwen om aan de grote vraag te voldoen. Een vraag die nauwelijks is bij te benen, blijkt uit de bouwproductieprognose die het EIB vandaag publiceert. Vooral het gebrek aan ontwikkelingslocaties in de Randstad en de sterke steden dreigt de noodzakelijke groei in bouwproductie te smoren.

Struikelblok voor het opschroeven van de woningbouwproductie zijn de dogma’s die het ruimtelijk beleid in de greep houden, vindt Van Hoek. “Bouwen in een weiland is niet meer van deze tijd – er zijn mensen die dit soort uitspraken hanteren. Het heeft te maken met beeldvorming. Tijdens de crisis is het beeld ontstaan dat het niet meer nodig was. Nederland is af. Er staan nog zo veel gebouwen leeg. In de meeste regio’s schrappen gemeenten in het planaanbod.”

Harnas

Partijen zitten “geharnast” in deze discussie, valt Van Hoek op. Natuur- en milieuorganisaties, maar ook provincies die met “vrees” naar de ambities van gemeenten kijken. Gevolg: een beleid dat zich richt op het begrenzen en beperken. Er bestaat weinig besluitvaardigheid over ontwikkelingslocaties.

Feit is dat Nederland de huishoudensgroei niet volledig kan accommoderen in de steden. De houding van verboden-te-bouwen-in-het-weiland heeft duidelijke nadelen, waarschuwt Van Hoek. “Je krijgt schaarste, oplopende woningprijzen en mensen die moeten inleveren op woonkwaliteit. Ze moeten bijvoorbeeld klein gaan wonen, terwijl ze dat liever niet willen. De rekening komt zo bij de woonconsument te liggen.”

Niet dat provincies de teugels onbezorgd moeten laten vieren. Van Hoek wil het land niet volbouwen. “Dat is mijn wens en mijn persoonlijke overtuiging helemaal niet. We moeten van de polarisatie in de discussie af. Het gaat hem erom dat we bij het zoeken naar woningbouwlocaties rationeel en nuchter naar de feiten kijken. “Dat mis ik een beetje in de ruimtelijke ordening.”

Volgens de EIB-directeur moet je ieder gebied apart bekijken. “Bij sommige gebieden kom je tot de conclusie dat je er niet wilt bouwen om de natuurwaarde of maatschappelijk waarde niet aan te tasten. Dat is zeer legitiem. Er zijn andere gebieden waar je wel bepaalde ontwikkelingen mogelijk kunt maken, maar waar je misschien striktere voorwaarden wilt stellen aan woningbouwontwikkelingen, zodat het past bij wat het gebied goed kan dragen. En er zijn gebieden die formeel niet als bebouwd binnenstedelijke gebied gelden, maar waarvoor inhoudelijk gezien weinig redenen zijn om niet te bouwen.”

Niet elk weiland is een plaatje. Zo zwart-wit is het landschap niet in te delen. “Er zijn gebieden die er mooier door worden als je er woningen zou bouwen.”

Natuurlijke rangorde

Je moet niet zuinig met ruimte omgaan, maar goed met ruimte omgaan

“Het beeld bestaat dat er voor woningbouw een natuurlijke rangorde is. Dat het soms het beste is om woningen in een bestaand gebouw te realiseren. Als dat niet kan, los je het binnenstedelijk op. Als dat niet kan, dan maar desnoods in een weiland.” Dat is dus geen ontwikkelingsgerichte visie, stelt Van Hoek. “Het gaat er niet om dat je zuinig met ruimte omgaat, maar dat je goed met ruimte omgaat. De stad wordt al verdicht. Het wordt steeds moeilijker om geschikte plekken te vinden. En het gaat ook ten koste van stedelijk groen.” “Er zijn ook locaties aan de rand van het bebouwd gebied, waar heel veel mensen willen wonen en waarvoor ze veel geld willen betalen. Dat levert geld op voor andere zaken.” Maar als dat juist in een mooi gebied is waar je rustig je hondje zou willen uitlaten? “Weeg alle maatschappelijke voor- en nadelen tegen elkaar af in plaats van voor te sorteren op basis van abstracte indelingen van type locaties”, zegt Van Hoek.

Regio Amersfoort

Het EIB deed in regio Amersfoort onderzoek naar mogelijke woningbouwlocaties. Van Hoek: “Het gebied was heel gedifferentieerd.” Het ene weiland is het andere niet. Uit onderzoeken naar de maatschappelijke waardering van landschappen blijkt volgens de EIB-directeur dat niet elk vrijstaand stukje grond een hoog rapportcijfer krijgt. “Unieke gebieden en bos krijgen hoge waarderingen, maar niet ieder weiland. En de meest geschikte grond voor woningbouw is juist weiland.”

Bouwproductie per sector, 2014-2021 (bron: EIB)

 

Terug naar de noodzaak. Het aantal opgeleverde woningen in Nederland is ondanks de sterke groei nog altijd ongeveer 50.000 woningen per jaar. Dit steekt schril af tegen de niveaus van 80.000 woningen per jaar die voor de crisis werden gerealiseerd. Het aantal blijft ook nog duidelijk achter bij de huishoudensgroei. Er zijn dus meer bouwlocaties nodig. Van Hoek ziet graag provincies met een ontwikkelingsgericht beleid. “Ze moeten open afwegen, zonder dogma’s: waar kunnen we woningen bouwen die aansluiten bij de vraag? En daarbij creatief zoeken naar mogelijkheden om mooie woningen te realiseren die passen bij de omgeving waar ze worden gerealiseerd.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels