artikel

Blog: Taboe op kwaliteit woning

woningbouw

Wist u dat negentig procent van de Nederlanders tevreden is over zijn woning? Dat meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek deze week. Negentig procent!


‘Dit kan niet waar zijn’ (vrij naar Joris Luyendijk), was het eerste dat ik dacht toen ik die bijna ongeloofwaardige cijfers bekeek. En daarna: nu valt mijn hele plan in duigen.

Mijn plan? Een blogserie over de kloof die er lijkt te zijn tussen bouwers en burgers. Over het gebrek aan keuzevrijheid die woonconsumenten op natuurlijke achterstand zet. Over al die regeltjes die creatief bouwen en dus ook wonen, vrijwel onmogelijk maken. Ik zou opgelichte woonconsumenten interviewen, prutsende aannemers ontmaskeren, opzienbarende achtergronden over duurbetaalde keurmerken blootleggen, wilde kortweg langdurig en gestructureerd aandacht vragen voor misschien wel het grootste raadsel van deze tijd: waarom weet de Nederlander zo weinig over zijn woning? Waarom eist hij niet meer invloed? 


Negen op de tien Nederlanders zijn tevreden met hun huis en de locatie. Ik kan me dat ergens best voorstellen, maar vraag me tegelijkertijd af waar die tevredenheid op is gebaseerd. Op het feit dat hij niet naast asociale buren woont? Op het feit dat zij dicht bij moeders woont? Of op het feit dat de woning zelf zo fijn aanvoelt en voldoet aan al zijn wensen?

 

Ik snap de cijfers van het CBS niet. Zeker niet omdat de parlementaire commissie huizenprijzen nauwelijks twee jaar geleden concludeerde dat Hollandse huizenkopers jarenlang katten in te dure zakken kochten. U en ik waren slachtoffer geworden van een pervers hypothekensysteem, grondspeculatie, schaarste en een vergaande institutionalisering van de woningmarkt. ‘Kostenkoper’, noemde de commissie dat. In politiek Den Haag is het een actuele discussie: Bouwkwaliteit.

Consumentenbonden doen mij geloven dat er een groot probleem is, spreken over weigerende installaties en lekkende gevels. Bouwers op hun beurt nuanceren dat beeld. Wie heeft er gelijk? Ik zou het niet durven zeggen. Zelden spreek ik als bouwjournalist mensen die rampenhuizen betrokken. Ik ken ze wel hoor: huizen die ‘onder water staan’, de zelfs voor vogels te kleine tuintjes, mensen die door hoge hypotheekschulden gevangen zitten in hun eigen woning. Zelfs hen hoor ik niet klagen. In tegendeel: ze benoemen de voordelen. De gezamenlijke speeltuin voor de deur…

 

Moet ik het misschien dieper zoeken? Zit klagen gewoon niet in de genen van aardbewoners die in de weelde van de Westerse wereld opgroeien? En bovendien. Wie gaat zijn net aangeschafte, misschien te duurbetaalde woning de put in praten? Zou u dat doen?

Ik lees die CBS-regel weer: negentig procent van Nederlanders is tevreden over zijn woning. Nu zie ik de CBS-wetenschapper voor me. Hij vraagt: “Bent u tevreden over uw woning?” “Natuurlijk”, antwoord ik zonder aarzelen. Maar wat is dat antwoord waard als niemand doorvraagt?

Die blogserie komt er. Dit is het begin. Misschien trap ik op tenen, daag ik u uit of provoceer ik. Maar het doel heiligt wat mij betreft de middelen. Het ontbreekt volgens mij namelijk aan informatie op basis waarvan wij betere beslissingen kunnen nemen over de grootste aankoop van ons leven. Op basis waarvan bouwers u beter kunnen bedienen.

 

Thomas van Belzen is onderzoeksjournalist en politiek verslaggever van Cobouw. In deze blogserie ‘De klant is woning’ onderzoekt hij of de Nederlandse woonconsument tevreden is en wat hij verwacht van bouwers.

Wilt u reageren op deze blog? Mail dan naar t.v.belzen@cobouw.nl of reageer via Twitter @ThomasvanBelzen.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels