artikel

Verhuurderheffing dupeert kleine man

woningbouw

Verhuurderheffing dupeert kleine man

De verhuurderheffing heeft vooral tot doel de nationale schuld te verminderen. Die heffing wordt onder meer betaald door huurders van woningen van corporaties. Intussen is er een gebrek aan goedkope huurwoningen. Waarom wordt de heffing niet ingezet voor de bouw van sociale huurwoningen?

Wat in 2013 bij de invoering van het Woonakkoord – met de daarin opgenomen verhuurderheffing – al voorspelbaar was, is inmiddels concrete werkelijkheid geworden.

De kwakkelende economie leidt ertoe dat nog immer veel burgers hun werk en inkomen verliezen, en daardoor hun koopwoning moeten verlaten. In steeds grotere aantallen doen zij een beroep op de (sociale) huursector. Nieuwkomers op de huurmarkt – met name in steden als Amsterdam en Utrecht – hebben sowieso geen enkele kans. Bovendien hebben woningcorporaties de verplichting om asielzoekers met een verblijfstatus een huurwoning aan te bieden.

Tegendeel

Alle stemmingmakerij van PvdA-senator Adri Duijvestein ten spijt, zitten we nu met een fiks tekort aan huurwoningen. Hij had de huursector een betere dienst kunnen bewijzen door lef te tonen ofwel in 2013 tegen de wet te stemmen.

Volgens minister Stef Blok moeten de maatregelen van het – mede door D66, SGP en CU gesteunde – Woonakkoord de woningmarkt gaan stimuleren, maar het tegendeel is aan de orde.

Verhuurders met een bezit van meer dan tien huurwoningen moeten sedert 2013 een verhuurderheffing aan het Rijk betalen over de woz-waarde van hun huurwoningen. De verhuurderheffing is per 1 januari verhoogd van 0,381 naar 0,536 procent en zal in 2015 een kleine miljard euro moeten gaan opleveren. Op termijn moet de heffing voor de staat oplopen naar 1,75 miljard euro.

De verhuurderverheffing wordt door woningcorporaties niet uit de reserves betaald, maar wordt veelal bekostigd door het verhogen van de huren. Waar mogelijk gaan woningcorporaties over tot het liberaliseren van sociale huurwoningen, door ze voor hogere huren in de markt te zetten. Delen van het bezit van woningcorporaties worden zelfs verkocht om de financiële reserves op peil te houden dan wel te vergroten.

De in de wet opgenomen verhuurderheffing heeft vooral tot doel de nationale schuld te verminderen. Is het niet eerder zaak om de verhuurderheffing – onder dwang van dezelfde rijksoverheid – aan te wenden voor investeringen in (sociale) huurwoningen? Met de verhuurderheffing oplopend naar 1,75 miljard euro kunnen jaarlijks tenminste 15.000 nieuwe sociale huurwoningen aan de woningvoorraad worden toegevoegd.

Ongehoord

Het is ongehoord dat het financiële wanbeleid van diverse kabinetten, gemeenten, woningcorporaties en banken wordt afgewenteld op de lagere inkomensgroepen en hun recht op huisvesting. Daarentegen maakt dit kabinet zonder slag of stoot wel een bedrag van 642 miljoen euro – als naheffing – over aan de Europese Unie.

Keer op keer maken overheden de verkeerde keuzes, door niet de financiële reserves aan te leggen als het geld tegen de plinten klotst, maar fors te bezuinigen in perioden van laagconjunctuur.

In het Woonakkoord is ook voorzien dat de corporaties zich slechts op hun kerntaak mogen richten, te weten het voorzien in goede en betaalbare huurwoningen voor de van hen afhankelijke doelgroepen. Dat is een goede zaak. Echter, in dorpen doen zich volstrekt andere maatschappelijke problemen voor dan in grote steden. Door het gebrek aan voorzieningen in dorpen is de achterblijvende vergrijzende bevolking vaak niet meer in staat – zonder hulp van buitenaf – om zelfstandig boodschappen te doen.

Tweeledig doel

Wat is er dan op tegen om de woningcorporatie een multifunctioneel gebouw te laten realiseren, waarin op de begane grond een buurtsupermarkt, kapper, huisarts annex apotheek en overige noodzakelijke voorzieningen en op de verdiepingen seniorenwoningen worden ondergebracht? De woningbouwcorporatie dient in dat geval een tweeledig maatschappelijk doel: senioren kunnen zolang mogelijk zelfstandig blijven wonen en alle dorpsbewoners beschikken over de noodzakelijke voorzieningen. Zo kan het ook zijn dat in buitenwijken van grote steden een recreatieruimte in een complex met seniorenwoningen wordt opgenomen, teneinde ouderen uit hun isolement te halen ofwel enige zin in het bestaan te blijven geven door tijdsbesteding.

Een belangrijke bijkomstigheid van bouwen in een periode van laagconjunctuur is dat woningen in de sociale huursector relatief goedkoop kunnen worden gerealiseerd, omdat de bouwprijzen onder druk staan. Het leidt bovendien tot de hoognodige werkgelegenheid voor de noodlijdende bouwsector en mogelijk als aanjager tot meer economische beweging. Een reden te meer om van een andere besteding van de verhuurderheffing spoedig werk te maken, zowel door de rijksoverheid als de woningcorporaties.

Leo Onderwater, architect en publicist

Reageren op dit artikel? Dat kan via redactie@cobouw.nl of op Twitter via @CobouwNL

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels