artikel

Spanning bevolkingsgroei en woningvoorraad

woningbouw

Spanning bevolkingsgroei en woningvoorraad

Het zal er letterlijk om spannen op de woningmarkt. Na het herstel van zware krimp, krijgt de markt nu te maken met een ware groeistuip van de bevolking.

De nieuwe CBS-prognose geeft aan dat het aantal inwoners in 2016 en 2017 jaarlijks met meer dan 100.000 zal toenemen, mede door de instroom van asielzoekers. Omdat de aanwas niet uit baby’s bestaat, maar voor 4/5 uit volwassen immigranten en hun kinderen, ziet het CBS op korte termijn ook een bovengemiddelde toename van het aantal huishoudens.

Aanwas en vervanging

Dit jaar kwamen er bijna 70.000 huishoudens, oftewel potentiële woningvragers, bij in Nederland; in 2016 bijna 80.000 en ook in 2017 nog 70.000.

Daarna matigen de aantallen. Met andere woorden: de aanwas van extra huishoudens waarvoor een woning nodig zou zijn, loopt op korte termijn flink op. En dan tellen we niet eens de seizoenwerkers mee die officieel niet als inwoner gelden – en ook niet als huishouden tellen – maar wel ergens wonen.

Naast de bevolkingsaanwas zijn er woningen nodig  ter vervanging  van gesloopte huizen. De afgelopen tijd zijn jaarlijks 10 à 13.000 woningen aan de voorraad onttrokken. Meevaller: de  transformatie van gebouwen lijkt het verlies door sloop te compenseren.  

Spanning vraag en aanbod

Al met al ontstaat op korte termijn jaarlijks een vraag naar 70 à 80 duizend extra woningen. Jammer genoeg pieken de bouwplannen aanmerkelijk minder. De realisatie van afgelopen jaren ligt een stuk lager, tussen de 45.000 en 50.000 nieuwbouwwoningen. In 2014 zijn er volgens CBS cijfers vergunningen voor 39.000 woningen afgegeven,  woningen die in 2015 en 2016 gereed kunnen zijn. Ter vergelijking: in de topjaren, halverwege de jaren negentig, ging het nog om een niveau van circa 100.000 vergunde woningen per jaar.

Het kan niet anders of de spagaat tussen huishoudensgroei en nieuwe woningen leidt in 2016 en 2017 tot oplopende spanning  in vraag en aanbod. Tenzij? Mensen passen zich aan, nood breekt wet. In turbulente tijden krijgen allerlei nieuwe ideeën kansen. Wat te denken van intensivering van bewoning: met meerdere huishoudens woonruimte delen. Dit is in onze grote steden al waarneembaar als leefvorm voor ‘Friends’.

Er wordt ook over gesproken om asielzoekers  woningen te laten delen. En wat te denken van gescheiden vaders die samen in een eengezinswoning hun co-ouderlijke rol  uitvoeren? Projectontwikkelaars verkennen de mogelijkheden van microwoningen, die per oplegger verplaatsbaar zijn. Voor seizoenmigranten zijn oplossingen als flexwonen nodig. De transformatie van gebouwen levert ook aardig wat extra woonruimte op, al zullen op een gegeven moment ook de overbodige kantoren op raken, temeer omdat er ook heel veel staan op plekken waar je niet wilt wonen!

Grijze singles

Op langere termijn speelt vooral de vergrijzing van de woonconsument en daarmee de vraag naar andere woonvormen. De huishoudensgroei betreft vooral het aantal grijze singles. In de jaren zeventig domineerden jonge gezinnen, maar dat zal opschuiven naar oudere woonconsumenten. Het aantal ‘jongere huishoudens’ zal tot 2040 zelfs sterk afnemen.  Straks zijn er twee miljoen tachtigplussers, hoe willen die wonen? Steeds meer oudere alleenstaanden vergt onder andere meer drempelloze, aangepaste woningen, bij voorkeur in de buurt van voorzieningen. Ook eenzaamheid zal steeds meer een punt van aandacht zijn, net als kleiner wonen. Immers, wonen kost geld per vierkante meter. Alleenstaanden kunnen hun huur niet delen en zijn een groter deel van hun inkomen kwijt aan huur. Minister Blok suggereerde al dat corporaties ook kleinere appartementen en woningen zouden moeten bouwen. In Amsterdam en andere steden worden intussen  de eerste micro-appartementen neergezet voor jonge alleenstaanden. Blijkbaar een gat in de markt.

Kortom: de turbulente ontwikkelingen op het snijvlak van bevolking en wonen zullen zowel op korte als op lange termijn nog veel nieuws (en werk) brengen voor de bouw.


Jan Latten, hoogleraar sociale demografie UvA, hoofddemograaf CBS. Reageren op dit artikel? Dat kan via Twitter op @JanLatten of via @CobouwNL 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels