artikel

Bouwproeftuin zonder wetten

woningbouw

Bouwproeftuin zonder wetten

Invoering van nieuwe technologie stuit maar al te vaak op belemmerende regelgeving. Niet in The Green Village in Delft, waar vergunningverleners soms een oogje toeknijpen.

Systeemcontext. Dat is het toverwoord binnen The Green Village. Samen met technologiebedrijven wordt in een hoekje van de campus van de TU Delft nieuwe duurzame technologie onder praktijk­omstandigheden getest. Dus niet in de ideale, soms wat gekunstelde omstandigheden van een laboratorium, maar in een realistische situatie, met weerbarstige gebruikers en klungelende onderhoudsmedewerkers.

Green deal

Het meest bijzondere is volgens directeur Jaron Weishut, dat de overheden wat eerder geneigd zullen zijn een oogje toe te knijpen. Dat is mogelijk door een recent kabinetsbesluit op basis van de Crisis- en herstelwet. De bijzondere samenwerking tussen onderwijs- en onderzoeksinstellingen, bedrijven en overheden in The Green Village wordt op 2 juni bekrachtigd met een greendeal. Samen gaan de partijen allerhande groene technologie onderzoeken. In hun systeemcontext dus.

“We hebben een aanloop nodig gehad”, erkent Weishut. Nadat hoogleraar en duurzaam ondernemer Ad van Wijk zijn plan voor een duurzame proeftuin had neergelegd, moest er eerst van alles georganiseerd worden. De verduurzaamde rijtjeswoning prêt-à-loger stond anderhalf jaar moederziel alleen als kwartiermaker op het terrein van het afgebrande Bouwkunde-gebouw. Maar nu er definitief gelden zijn toegezegd door de TU Delft, de Europese Unie, provincie Zuid-Holland en diverse bedrijven kan alles echt van start.

Vooral faciliteren

En dus wordt er gebouwd. Aannemer Van Gelder graaft momenteel sleuven voor kabels en leidingen, legt straten aan en maakt kavels bouwrijp. Ook is er een kantoortje neergezet voor vergaderingen en presentaties. Nu is het aan de bedrijven om zich er te vestigen en hun noviteiten op het gebied van waterbehandeling, verlichting, afvalverwerking, energie, materialen of wat dan ook, in de praktijk uit te proberen. “Want zij moeten het doen”, benadrukt Weishut. “Wij faciliteren vooral.” Er zijn meer partijen die de kreet bezigen en de term is aan inflatie onderhevig. Maar The Green Village is volgens de directeur het enige echte living lab van Nederland.

Laadpaal

Sinds kort staat er een carport naast het Prêt-à-logerhuis. Met zonnepanelen erbovenop. Dat klinkt niet wereldschokkend, maar die laadpaal daaronder is dat volgens Weishut wel. Daarmee kan niet alleen de batterij van een auto worden opgeladen, de auto kan ook stroom aan het net leveren. Gelijkstroom wel te verstaan, zodat er niet onnodige omzettingsverliezen optreden. En die auto is geen gewone elektrische auto, maar een waterstofauto. Een Hyundai iX35 om precies te zijn. De onderzoeksgroep van Ad van Wijk heeft er inmiddels al een jaar ervaring mee opgedaan. “De brandstofcel van één waterstofauto heeft de capaciteit om stroom te leveren voor honderd huishoudens”, vertelt Van Wijk. “Dat is toch heel wat anders dan zo’n Tesla, waarmee je misschien één huishouden een dag van stroom kunt voorzien.“

In Van Wijks visioen kan een parkeergarage met vijfhonderd van die auto’s een stad als Delft compleet van stroom voorzien. “Nou staat een parkeergarage nooit een hele dag vol en worden auto’s ook gebruikt om te rijden, maar met drie van die garages zou je een heel eind moeten komen. In The Green Village gaan we proberen of dat ook echt kan, want er zitten nog wel wat haken en ogen aan.”

De levensduur van de brandstofcel is bijvoorbeeld zo’n aandachtspunt. Zo’n cel lijkt nu maximaal 5000 uur mee te gaan. “Maar wat bepaalt die levensduur”, vraagt de hoogleraar zich hardop af. “Dat lijkt het aantal starts en stops van de automotor te zijn. Daardoor veroudert het membraan van de brandstofcel snel. Misschien kun je de motor wel beter altijd laten draaien. Dat geeft niks, want hij stoot alleen maar zuurstof en water uit en hij maakt geen herrie. Maar dan moet je wel kunnen ingrijpen op het besturingssysteem van de auto.“

Daarom is Van Wijk afgelopen jaar samen met medewerkers van start-up Accenda naar Korea gevlogen om samen met Hyundai de besturingssoftware aan te passen. Van Wijk: “Dat kun je wel zelfstandig doen, zo moeilijk is het niet, maar als je het samen met de fabrikant doet, zie je meteen tegen wat voor belemmeringen die weer oploopt op het gebied van autokeuring, veiligheidseisen of wat dan ook. Dat is weer die systeemcontext die we zoeken. Geen onderzoekers die geïsoleerd hun werk doen, maar alles in een realistische omgeving in nauwe samenwerking met bedrijven en overheden.”

Die laatsten spelen bij The Green Village een bijzondere rol en denken veel verder mee dan gebruikelijk. Een woning alleen aansluiten op gelijkstroom mag al niet eens van het Bouwbesluit, weet Weishut. Daar begint het dus al, want zodra je energie niet van een centrale betrekt, maar lokaal opwekt met zonnepanelen, windmolens, brandstofcellen, is werken met gelijkstroom veruit de efficiëntste manier. En drinkwater mag volgens de drinkwaterwet alleen geleverd worden door erkende bedrijven. Terwijl er inmiddels technologieën zijn om dat uit regen- of oppervlaktewater lokaal heel betrouwbaar te produceren. Sterker, uit de uitlaat van de waterstofauto komt gedemineraliseerd water. Dat is zo zuiver, dat er zelfs mineralen aan toegevoegd moeten worden om het geschikt te maken voor menselijke consumptie.

Ventilatievoud

Weishut: “Dat soort innovaties onderzoeken we in The Green Village en het is fijn dat de vergunningverleners daar met de ontheffing op basis van de Crisis- en herstelwet aan mee kunnen werken.” Eén van de regels uit het Bouwbesluit die bijvoorbeeld zal worden uitgezet, is die van het voorgeschreven ventilatievoud van 4 in de studentenwoningen. Daar loopt Theo Bouwman tegenaan die dit najaar 24 wooneenheden gaat neerzetten met zijn circulaire bouwsysteem Woodyshousing. Het gaat om 24 vierkante meter grote studio’s opgetrokken uit massief houtbouw met power over ethernet, connected verlichting, een centrale besturingscomputer en andere slimmigheden.

Dat hoge ventilatievoud, waarbij per uur vier keer de lucht in de woning ververst moet worden, is volgens Bouwman ingegeven door het Bouwbesluit dat uitgaat van koken op gas. Daarbij kunnen verbrandingsgassen in de woning terechtkomen en vooral ook veel vocht. “Maar onze eenheden zijn uitgerust met inductiekookplaten, dus dat probleem speelt helemaal niet. En we gebruiken alleen maar gezonde bouwmaterialen die geen giftige stoffen uitdampen, die weggeventileerd moeten worden. Om echt energienulwoningen te kunnen leveren willen we graag wat minder ventileren.”

Belemmering

Ook de voorgeschreven hoogte van een badkamer levert een belemmering op. “We bouwen compact en willen liefst de ruimte boven de douchecel benutten om er een bed op te plaatsen. Dat kan gemakkelijk binnen de totale binnenhoogte van 2,90 meter. Maar het levert een badkamer op die volgens het Bouwbesluit te laag is. Daarom is het zo prettig dat in The Green Village het Bouwbesluit deels is uitgezet.”

Omdat er, omwille van het onderzoek, regelmatig aan de woningen gesleuteld zal worden, zullen in de 24 geplande studentenwoningen gemiddeld zo’n zestien studenten wonen. Die fungeren inderdaad als levende proefpersonen, beaamt directeur Weishut. Hoe representatief hun woongedrag is voor de rest van Nederland durft hij niet te zeggen. “Ze zullen wat welwillender tegenover nieuwe technologie staan dan de gemiddelde burger. Ze weten dat ze onderdeel zijn van het experiment en zullen ongemakken als gevolg van haperende technologie eerder voor lief nemen.”

Maar Weishut kan zich voorstellen dat dat in sommige situaties met goed geregisseerde rollenspelen wordt ondervangen. Hij sluit ook niet uit dat er af en toe heel andere bewoners worden uitgenodigd om een tijdje te bivakkeren op de campus. “Op The Green Village is ook ruimte voor sociale experimenten.’’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels