artikel

Scheefwonen: hoe krijgen we recht wat krom is?

woningbouw

Scheefwonen: hoe krijgen we recht wat krom is?

Scheefwonen staat door de druk op de woningmarkt weer volop in de schijnwerpers. De onderliggende vraag: hoe zorgen corporaties voor voldoende betaalbare woningen? Zes vragen over scheefwonen.

Wat is het probleem?

Nederland heeft 2,7 corporatiewoningen en toch een tekort aan beschikbare sociale huurwoningen. We hebben zo’n 878.000 scheefwoners, blijkt uit een onderzoek van ABF Research. Van de bewoners van een sociale huurwoning wordt 20 procent (546.000 woningen) bewoond door huishoudens die qua inkomen de doelgroep ontgroeid is. 12 procent van de huishoudens (332.000 woningen) woont in een te duur huis: ze betalen eigenlijk meer dan goed voor ze is. In allebei de gevallen spreken we over scheefwonen.

Zijn er te veel scheefwoners?

Dat wisselt met het politieke en economische tij. Scheefwonen was onder staatssecretaris Remkes in 2000 afgeschaft als probleem. “Een actief scheefheidsbeleid kan, in wijken met een eenzijdige samenstelling van het woningbestand, segregatie naar inkomen in de hand werken”, vond hij.

Als we ons concentreren op de scheefwoners die goedkoop wonen, zien we een dalende trend. De laatste twintig jaar is het aantal scheefwoners niet zo klein geweest. In 2002 waren er nog 803.000 scheefwoners. In 2015 komt de teller uit op 496.000. De daling hangt samen met de besluit van de Europese Commissie om sociale huur meer in te beperken tot de doelgroep. Ook huurverhoging boven de inflatie en negatieve inkomensontwikkeling vanwege de crisis zorgen voor een daling.

Bestaat dé scheefwoner?

Dé scheefhuurder die zijn leven lang scheefhuurt bestaat waarschijnlijk niet. Goed onderzoek naar hoe lang mensen scheefhuren is eigenlijk niet gedaan. Het laatste onderzoek stamt uit 1995. Van de huishoudens die vijf jaar eerder een te goedkope woningen kregen toegewezen, woonde 55 procent inmiddels passend. De helft omdat men was doorverhuisd naar een duurdere woning of omdat de huur met meer dan de trend was opgetrokken, de andere helft omdat het inkomen inmiddels was gedaald.

Waar woont de scheefwoner?

Overal. Maar vooral in de steden. Volgens ABF Research zijn er meer huishoudens die (goedkoop) scheefwonen in regio’s met een gespannen woningmarkt, zoals de regio Amsterdam. In deze regio’s woont gemiddeld 21 procent van alle huurders scheef, terwijl dat in de regio’s met een ontspannen woningmarkt 16 procent is. Dat scheefwoners vooral in steden wonen komt ook doordat in steden de kwaliteit van woningen en dus ook de prijs lager is dan buiten de stad.

Hoe krijgen we meer rechtwoners?

ABF Reseach heeft een waslijst aan oplossingen. Belangrijkste: vergroot het segment tijdelijke woonverblijven: huurwoningen, maar ook leegstaande koopwoningen en andere bewoonbare (kantoor)ruimtes. Voor de langere termijn is een woonmarkt zonder overheidsbemoeienis, anders dan inkomenssteun voor de laagstbetaalden (een (woontoeslag), een alternatief, herhaalt het adviesbureau een recent advies vande Raad voor de leefomgeving en infrastructuur. Tijdelijke huurcontracten zijn ook prima. Mocht een huurder na vijf jaar te veel verdienen, dan zou de huur verhoogd kunnen worden, direct een markthuur kunnen gelden of een verhuizing binnen een jaar afgedwongen kunnen worden.

Meer bouwen?

Meer nieuwe betaalbare huurhuizen bouwen is onvermijdelijk. Bouwen voor de allerlaagste inkomens wordt echter financieel moeilijk voor corporaties. Dat vergt lage grondprijzen. Huizen liberaliseren of verkopen aan beleggers zou een oplossing zijn om geld te genereren om goedkope woningen te bouwen. Corporaties die te weinig bouwen, houden indirect het aandeel scheefhuurders in stand.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels