artikel

Bouwen met textiel en stro op architectuurfestival IFAC

woningbouw Premium

Bouwen met textiel en stro op architectuurfestival IFAC

Met een paar latten, wat stroken textiel, cement en latex kunnen daken worden gemaakt die tot tien meter overspannen en slechts 18 kilo per vierkante meter wegen. En wie stro onder druk zet, kan het toepassen als constructief materiaal. Beide toepassingen zijn te zien op het architectuur- en kunstfestival IFAC in Bergen.

Het Ecodorp bij Bergen biedt nog tot en met 20 augustus plaats aan het International Festival of Art and Construction IFAC. Driehonderd architecten en architectuurstudenten uit 22 landen bouwen er aan een ‘ecoparadijs’. Binnen het thema ‘zelfvoorzienende, landelijke architectuur’ kunnen deelnemers en andere geïnteresseerden een breed scala aan cursussen volgen.

 

Tom Rijven geeft er les in bouwen met leem en stro. In de twintig jaar dat Rijven met deze materialen bouwt, heeft hij een methodiek ontwikkeld die is gebaseerd op druk en tegendruk. Hoewel zijn ideeën nog niet zijn voorzien van de nodige stempels en keurmerken om er grootschalig mee in Nederland aan de slag te mogen, kunnen individuen wel volgens zijn methode bouwen.

De meeste strobouwers stoppen het stro in een houtskelet. Het skelet vormt de constructie, het stro fungeert als isolatiemateriaal en als basis voor de raap- en afdeklagen. Rijven past zijn strobalen toe met de kopse kanten naar boven en beneden en zet ze in verticale richting onder druk. “Alles wat onder druk staat, geeft tegendruk, dus dan heb je een veel sterkere wand”, aldus Rijven. 

Voordeel hiervan is dat hij minder hout nodig heeft en geen ingewikkelde constructie: 3 centimeter dikke latten volstaan om een frame te bouwen waar het stro in wordt geperst. “Het meest ingewikkelde technische element in dit huis is een zaagsnede onder een hoek van 30 graden over de lengte van de planken. Dat betekent dat iedereen zijn eigen huis kan bouwen.”

De woningen zijn opgebouwd uit zeshoeken, want die liggen dicht bij de cirkel: qua volume en sterkte de optimale vorm. “Ook met wind en regen is het goed om bijna rond te bouwen, want die komen dan veel minder hard aan.” Een zeshoek is ongeveer 25 vierkante meter groot. Door meerdere zeshoeken te schakelen, kunnen grotere woningen worden gebouwd.

 Elke zeshoek staat op zes autobanden gevuld met gravel: een bovengrondse fundering die veel sterker is dan je zou denken. “Acht autobanden kunnen de Eiffeltoren dragen”, aldus Rijven, die ook in aardbevingsgebieden heeft gebouwd en ondergronds funderen vanuit dat oogpunt niet verstandig vindt. Op de vraag of zijn huizen kunnen dansen, antwoordt Rijven dat ze in elk geval kunnen stuiteren. “Er is wel eens een muur van een truck gevallen en toen zat er nog geen barst in de raaplaag.” Het lichte houtskelet houdt de druk vast en de muren wegen nog geen 100 kilo per vierkante meter.

Spaarbank van muren

Rijven geeft vaker cursussen op het Ecodorpterrein. “Het is mijn bedoeling om hier een spaarbank van muren te beginnen. Want veel mensen hebben geen tijd om achter elkaar een huis te bouwen, maar als je eenmaal een terrein hebt en een hypotheek, dan moet je door. Ik wil dat ze bij mij elke keer dat ze tijd hebben en wat geld een muur kunnen komen bouwen. Dan hoeven ze de grond pas te kopen als ze genoeg muren hebben. Dat scheelt een hoop geld.”

Lichtgewicht daken voor vluchtelingen

Een paar latten en stroken textiel, een beetje cement en wat latex. Met die ingrediënten heeft de 94-jarige Amerikaan George Nez al menig vluchteling van een dak voorzien. De stedenbouwer werkte vijftig jaar in rampgebieden, veelal in Afrika, maar dichter bij huis ook na de aardbeving van 1963 bij Skopje (Macedonië).

   

Hij ontwikkelde een licht, sterk dak van simpele materialen, dat eenvoudig te maken is. Een houten (of bamboe) frame, stroken textiel en een 3 centimeter dik mengsel van cement, zand en latex (in Bergen vervangen door ViscoBond) en iedereen kan een dak maken.

 Nez ontwikkelde dit systeem in 1961 in Ghana, waar de Volta-rivier moest worden voorzien van een stuwmeer. Honderdduizend bewoners moesten snel worden verhuisd. Nez had achttien maanden de tijd om 14.000 nieuwe huizen te bouwen. Onder de druk van deze immense taak kwam hij op het idee om eerst kolommen neer te zetten met daken, zodat de mensen zelf in de schaduw hun wanden konden bouwen. Het dak, dat per vierkante meter 18 kilo weegt en 50 dollar kost, kan door een paar man op de kolommen worden getild. Voor Nederland is wat isolatiemateriaal wellicht wenselijk, maar wie weet op wat voor briljante doorontwikkelingen de bezoekers van IFAC komen.

   

   

In Bergen wordt ook gebouwd aan: opblaasarchitectuur, geodetische koepels, een verrijdbare, modulaire plantenkas, een meditatiehuis op poten, een schommelbed en de meest inventieve in- en uitvouwbare architectuur. 

   

Hier bouwt een groep aan vier 6 meter hoge kolommen van riet. Deze worden straks op een platform geplaatst en bovenin met elkaar verbonden, zodat een meditatieplatform ontstaat. De architecten willen onder meer weten hoe lang hun bouwwerk zal standhouden in het Nederlandse klimaat.  

Reageer op dit artikel