artikel

Zomerblog: “Je moet je eraan overgeven”

woningbouw

Zomerblog: “Je moet je eraan overgeven”

Met angst en beven ziet Cobouw-verslaggever Ad Tissink toe hoe een Slowaakse aannemer zijn huis verbouwt. Een blog over babylonische spraakverwarring, vakmanschap en universele aannemerstrucs. Aflevering 2.

Eindelijk staan ze dan op de stoep.  Vers ingereden vanuit Slowakije met een busje. Om half acht, best vroeg voor ons huishouden, meldt voorman Rasto zich met drie sterke, enigszins gedrongen mannen.  

We schudden handen en noemen namen. Nog voor ik een kop koffie heb kunnen aanbieden, heeft de man die zich voorstelde als Marian al de stekker van zijn kango in een stopcontact gestoken en begint met het loshakken van de tegels in onze gang. Want dat had ik besproken met Rasto tijdens de laatste voorbespreking. Zonder handschoenen, oordoppen of veiligheidsbril gaat de man aan de slag .

Zijn collega’s beginnen behang af te steken  en aangezien er boven het gejekker van de kango uit geen zinvol gesprek meer valt te voeren, gaat Rasto naar een andere klus. Ik heb deze eerste dag van de verbouwing vrijgenomen, want ik wil toch weten wat voor volk er nou over de vloer komt. Wat ze gaan doen, hoe ze werken en hoeveel troep ze maken.  Als het me niet zint, kan ik altijd nog besluiten ze de toegang tot de bouwplaats te ontzeggen. 

Ik probeer Marian duidelijk te maken dat hij voorzichtig moet doen met die kango. Misschien is de granitovloer die onder de plavuizen ligt nog wel te redden. Ik heb zelf namelijk ook al eens een stukje weggetikt en daar kwam een prachtige bijna honderd jaar oude granitovloer onder te voorschijn. Hoewel er ook een deel verminkt bleek. Waarschijnlijk hebben eerdere bewoners van ons huis ooit problemen met het riool gehad en toen bruut de vloer opengehakt.  

Om tien uur is er dan toch tijd voor koffie. Ik heb koeken  gehaald en probeer wat te converseren. We herhalen alle namen nog maar eens. In een mengeling van Duits en drie woorden Engels die sommigen spreken, noemen ze het aantal kinderen dat ze thuis hebben. Ook wordt duidelijk dat ze van voetbal houden. Verder gaat de conversatie niet en we drinken zwijgend de koffie. Ik heb nog wat aarzelingen om ze alleen te laten in mijn huis waar al onze bezittingen zijn, afgedekt onder schamele zeiltjes. Maar ik kan ze toch ook moeilijk vier weken lang op de neus blijven kijken.

Terwijl Marian weer verder gaat met het weghakken van de tegelvloer slaan Pavel en Jaro de twee wc-potten er alvast uit en gooien die in de container die al voor de deur staat. Onhandig, want mijn blaas is vol en ik kan me zo voorstellen dat de bouwvakkers zelf ook nog wel eens een keer naar de wc moeten komende weken. Ik heb nog geen Dixie gezien. Het zal er wel op neer komen of de vijver in ons stadstuintje de komende weken tot een openbaar toilet promoveert. Hoop dat de goudvissen drie weken bijtende Slowaakse urine overleven

Ik moet me overgeven aan wat komen gaat begrijp ik. Hoewel het niet lastig is aangezien ongeveer al onze bezittingen tijdens de verbouwing in huis blijven. Ik hoop dat het woord ‘wederopbouw’ uit de offerte niet betekent dat ze eerst alles eigenhandig tot de grond toe afbreken om het daarna opnieuw op te bouwen. Ik moet het loslaten. Met een bezwaard gemoed vertrek ik naar het vakantiehuisje dat we tijdens de duur van de verbouwing hebben gehuurd. 

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels