artikel

Een nieuwe bezieling voor woningbouw

woningbouw

Een nieuwe bezieling voor woningbouw

Ondanks alle kwaliteits-nota’s en -commissies is de gemiddelde woningproductie nog steeds eenvormig. Laat kwaliteitsturing los en er ontstaat de veelvormigheid van het Homeruskwartier in Almere. Jan den Boer beschrijft de ‘nieuwe bezieling’ in de Nederlandse woningbouw.

Een boekje met architectuur in Nederland dat overzicht geeft van alle bouwstijlen; van cataloguswoning tot experimenteel. Zonder oordelen over goed of fout. Dat soort boekjes zijn er niet zoveel. Het Homeruskwartier in Almere is aanleiding voor ‘Hoe bouwt de particuliere opdrachtgever’. Hier staan al deze woningen, naast elkaar, door elkaar, zonder al te veel bemoeienis van stedenbouwkundigen, welstand en andere kwaliteitmeesters. Architecten mochten meedoen, het hoefde niet.

En dat schetst meteen in de inleiding al een interessant perspectief. Als mensen zelf mogen kiezen, of en wanneer kiezen ze een architect? En hoe kan die zijn meerwaarde laten zien, zodat hij in beeld komt?

Fred Schoorl, directeur van de Bond van Nederlandse Architecten (BNA) constateert in zijn inleiding dat de architect gericht moet zijn op co-creatie in plaats van vooropgezette ‘goede smaak’. Blijkbaar is het voor architecten niet vanzelfsprekend om zich in te leven in de opdrachtgever. Maar hier moeten ze wel. En dat is interessant. Schoorl ziet in zelfbouw kansen voor zelf- ontwikkeling, maar om onduidelijke reden eindigt hij met de conclusie dat het “met mate” moet.

Daar staat initiatiefnemer wethouder Adri Duivesteijn heel anders in. Voor hem is deze zelfbouw de grote kans voor de woningbouw. Hij stelt dat het wonen een massaproduct geworden is, handelswaar. Dat daarmee de ziel eruit verdwenen is.

Resultaten

Duivesteijn vindt dat mensen zelf moeten kunnen bepalen hoe hun woon- en leefomgeving eruit ziet. Ze moeten hun eigen wensen, dromen en fantasieën kunnen omzetten in een woning die als een jas om hen heen past. Wat hem betreft laat de Almeerse praktijk zien dat zelfbouw substantieel betere resultaten oplevert. Dat de vervreemding van het wonen, die voortkomt uit onze institutionele benadering, niet onomkeerbaar is.

Maar de bezieling komt niet vanzelf tot stand. Jacqueline Tellinga, conceptontwikkelaar in Almere, beschrijft hoe de zelfbouwers zich verbazen over wat allemaal verboden is, zoals een steile trap of een plafondhoogte lager dan 2,60 meter. Het Bouwbesluit heeft de woonkamer sterk gestandaardiseerd. Ook door de grondpolitiek van gemeentelijke grondbedrijven is alles gericht geraakt op winstmaximalisatie en standaardisatie. Daarom ogen volgens Tellinga alle Vinex-wijken hetzelfde. Dat is in het Homeruskwartier dus niet het geval. Dat heeft ook met de investeringsbedragen te maken. Ontwikkelaars beperken zich veelal tot bedragen tussen 150.000 en 250.000 euro. Particulieren zijn bereid tussen 100.000 en 700.000 euro te investeren. Dat alleen al geeft veel meer variatie.

Het leuke van het boekje is dat het in de woorden van Tellinga een waardevrij overzicht is. Als een bewoner blij is met de cataloguswoning, krijgt hij eenzelfde plek als het unieke ontwerp dat een architect misschien waardeert.

De betrokken architect zelf heeft er ook van geleerd. Florian Eckardt schrijft dat hij dacht dat het voor iedereen vanzelfsprekend dat de meerwaarde van een huis herkenbare architectuur is. Tot zijn verrassing bleek dat niet zo te zijn. Hij vroeg de bewoonster van een conventionele woning wat zij zou bouwen als ze de loterij zou winnen. Ze antwoordde: hetzelfde, maar dan groter. Een opdrachtgever van een architectuurwoning zei weer een ‘normaal huis’ een stap terug te vinden. Voor Eckhardt zijn deze verschillen reden nog eens goed na te denken over de meerwaarde van de architect bij zelfbouw. Catalogus- en systeembouwers hebben volgens hem een communicatiemiddel in handen omdat ze klanten referentiewoningen en prijzen kunnen tonen. Die weten waar ze aan toe zijn in plaats van een proces met een open einde. Architecten kunnen daarop inspelen en ook cataloguswoningen ontwerpen. Sommige nemen daarbij begeleidenhet complete bouwproces. Daar liggen nieuwe kansen. Eckardt: ‘De kunst is goed te luisteren naar de opdrachtgever en zich in zijn situatie te verplaatsen, niet aan zijn wensen voorbij te gaan maar wel verder te gaan dan het sec vertalen daarvan.’

Drs.ir. Jan den Boer

Jan den Boer publiceerde in 2012 het boek De stad is van iedereen. Hoe bouwt de particuliere opdrachtgever? NAi uitgevers, Rotterdam, 2013.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels