artikel

Wij deug(d)en niet

woningbouw

Wij deug(d)en niet

Dat Barbertje moet hangen bij een parlementaire enquête, is logisch. Geen enquête zonder politiek slachtoffer. Maar ook aan de kant van de sector of de instantie die onderzocht wordt, moet er bloed aan de paal.

In die zin is een enquête natuurlijk ook een soort publiek proces, gevolgd door een publieke executie. De leukste enquêtes zijn die waar de betrokkenen zo lang mogelijk ontkennen, eromheen draaien, anderen de schuld geven of aan geheugenverlies lijden. Sommige verhoren kunnen zo gebruikt worden voor een musical. In die zin bederft Marc Calon eigenlijk het feestje. Nog voordat de enquête begint, trekt hij het boetekleed aan en stelt hij: wij deugden niet. Het uitspreken van schaamte en het aanbieden van excuses zijn belangrijke zetten in het politieke schaakspel, daarover geen misverstand.

Het is alleen wel de vraag wanneer je die zetten doet. Door al zo vroeg over te schakelen op het eindspel, worden corporatiedirecteuren gedwongen dat spel mee te spelen. Misschien is dat de bedoeling van Calon geweest, maar het leidt er ook toe dat er nu grote interviews met corporatiedirecteuren verschijnen, waarvan blijft hangen ‘dat Haagse politici ons pesten’. Bovendien heeft Calon met zijn actie het jachtseizoen geopend op corporatiedirecteuren die afwijken van de middelmaat of boven het maaiveld uitsteken. Sommige kranten jagen intussen al achter ‘onthullingen’ aan en dopen de penselen in verzuurde inktpotjes.

Maar wie vertelt het echte verhaal? Dat er een ingewikkelde samenloop is geweest van woningmarktontwikkelingen, politieke interventies, maatschappelijke verruiming van de opdracht en pionierende directeuren. In een goede regie is er altijd één die het boetekleed aantrekt en één die zorgvuldig het echte verhaal vertelt. Het lijkt er op dat dit laatste helaas niet in het script staat.

Lenny Vulperhorst, Adviseur Andersson Elffers Felix Utrecht

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels