artikel

Struisvogeleconomie 2

woningbouw

Sinds ik vorige week het begrip struisvogeleconomie introduceerde om de verhoudingen tussen vraag en aanbod op de woningmarkt te typeren, regent het voorbeelden.

Een wethouder zegt dat het vertrouwen van kopers in de economie moet herstellen. En een directeur van een onderzoeksinstituut zegt dat de banken kopers meer geld voor een hypotheek moeten lenen. Beiden gaan ervan uit dat er met het huidige prijsniveau van woningen niet zo veel mis is, maar dat het aan de koper ligt. Ik draai de stelling om. Er is vraag genoeg, maar het prijsniveau in de voorraad en de nieuwbouw ligt structureel te hoog. De markt komt pas weer op gang als de prijzen sterk zullen zijn gedaald. Juist nu komt het er op aan dat programmeurs (gemeenten) en producenten (ontwikkelaars en aannemers) van woningen zorgen voor goedkoop aanbod. Zo maken in het Westen van het land een ontwikkelaar en een architect binnenstedelijk samen grondgebonden, kleine, slimme eengezinswoningen van 180.000 euro. De gemeente stimuleert dit soort initiatieven met starterpremies. U raadt het al: 160 kandidaten voor 10 woningen. Wie op zoek gaat naar actuele casuïstiek van goedkope nieuwbouw, ziet dat dit in de praktijk nog maar mondjesmaat gebeurt. Maar waar het gebeurt, met succes. En dat is natuurlijk niet verwonderlijk. Er is veel vraag naar betaalbare nieuwe woningen voor kleine huishoudens. Wie de grenzen van de regels zoekt en nauw samenwerkt met de toekomstige bewoners, zal versteld staan van de verdieneffecten. Voor de koper. En voor de producent.

Adviseur Andersson Elffers Felix

Utrecht

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels