artikel

Project AtelierwoningGevel van glasvezeldoek waait met alle winden mee

woningbouw Premium

Fluiten doet hij niet, flapperen daarentegen wel. Door de wind. Maar bovenal is de gevel van de woning van kunstenaar Rob Veening in het ‘vrije’ Homeruskwartier in Almere opvallend en onderhoudsvrij.

Dat laatste heeft zich inmiddels bewezen, want de hagelwitte bekleding is vorig jaar zomer aangebracht en nergens zijn sporen van uv-invloeden of het weer te bespeuren. Het zelfreinigende materiaal is glasvezeldoek met een coating van ptfe (teflon). Bijzonder is de toepassing als gevelbekleding, want het doek wordt doorgaans vooral gebruikt voor de productie van lopende banden. Via de TU Eindhoven kwamen de ontwerpers van cc-studio architecture & engineering in contact met de Duitse producent Verseidag-Indutex. Die heeft het onbrandbare materiaal gratis ter beschikking gesteld voor dit project; het betrof in het productieproces niet meer bruikbare restrollen met een bruto-oppervlakte van 1200 vierkante meter.

Het idee om afval voor de gevel te gebruiken komt voort uit het beleid van de gemeente Almere zoveel mogelijk de cradle-to-cradle principes toe te passen in de bouw. Het was een test voor de ontwerpers hoever ze hierin bij wethouder Adri Duivesteijn konden gaan. In het Homeruskwartier hebben de bouwers namelijk een grote ontwerpvrijheid. De witte gevel bleek geen probleem.

Shingles

Volgens Gerald Lindner van cc-studio architecture & engineering, één van de ontwerpers, is het materiaal uitstekend geschikt om als gevelbekleding te dienen. Voor het huis van Veening is het 0,8 tot 1,2 millimeter dikke doek in shingles gesneden, waarna handmatig met een mes het patroon van ongelijke cirkels is aangebracht. De stroken zijn met roestvaststalen, 2 millimeter dikke nieten (tackers) op de ondergrond van osb-platen bevestigd. Het geluid dat het flexibele materiaal produceert als het beweegt dringt nauwelijks door in de aangrenzende woningen. Alleen via de ventilatieroosters kan ongewenst geluid worden overgedragen. Van fluiten hebben de buren in ieder geval geen last, verzekert Lindner. “daarvoor zijn de gaten in de shingles te groot.”

Wat hij wel anders had willen uitvoeren, zijn de horizontale aansluitingen van de stroken, de naden die bij metselwerk stootvoegen heten. De naden zijn nu kwetsbare plekken in de gevel, aangezien de shingles de neiging hebben om te krullen. “Een volgende keer gaan we dat ook overlappend uitvoeren.”

Het casco van het woonhuis/annex kunstenaarsatelier is gemaakt door Bouwbedrijf Postma in Kootstertille. Deze heeft de stabiliteit van de houtskeletbouwwoning volledig kunnen halen uit geniete platen van Fermacell (gipsvezelplaat) in de geveldelen. Hierdoor konden, mede dankzij een integraal ontwerpproces, de stalen stabiliteitsportalen achterwege blijven. Wel zijn op zes punten in de houtconstructie van beneden naar boven ankerstaven aangebracht om de effecten van windbelasting op te vangen.

Plezier

Gerald Lindner kijkt met plezier terug op de samenwerking met onder andere opdrachtgever Rob Veening, die de afbouw van het interieur deze maand afrondt, en aannemer Postma. “Meestal willen opdrachtgevers allemaal zekerheid, maar Veening kan juist goed omgaan met onzekerheden. Dat was hier heel prettig.” Lovend is hij over de flexibiliteit van Postma. Deze moest onder andere binnendeuren van 2.70 meter hoog leveren en monteren. Groot voordeel daarbij was dat Postma beschikt over een eigen kozijnenfabriek. En over de gevel maakt Lindner zich geen zorgen. “Die kan zo vijftig jaar mee.”

Projectgegevens

Opdrachtgever: Rob Veening

Project: Atelierwoning met 3,5 meter hoge beganegrondverdieping en inhoud van 1030 kubieke meter

Ontwerp: CC-studio & Studiotx in samenwerking met Rob Veening

Constructeur: CC-studio

Aannemer: Bouwbedrijf Postma

Bouwkosten: casco: 170.000 euro, afbouw en installaties: 80.000 euro

Reageer op dit artikel