nieuws

Het gebouw vormt voorlopig geen beperking meer voor de superjachten van Van Lent

utiliteitsbouw 2282

Het gebouw vormt voorlopig geen beperking meer voor de superjachten van Van Lent

De geringe doorvaartbreedte van de bruggen rond Kaageiland ging steeds meer knellen bij de bouwer van luxe jachten Van Lent. Daarom liet de firma een compleet nieuwe werf bouwen in de Amsterdamse haven. Bij de opening door koningin Maxima sneeuwden het onderwaterbeton, het aspiratiesysteem van de brandmeldinstallatie en de andere bouwtechnische snufjes een beetje onder.  

Ze zijn terughoudend in de publiciteit. Dat is een tweede natuur bij Van Lent. De rijken der aarde die bij de scheepsbouwer in Kaagdorp hun jachten kopen stellen discretie op prijs. Dat zich een helikopterplatform op de voorplecht bevindt, meerdere jacuzzi’s op het achterdek en ook nog een hoekje is gevonden voor een buitenbioscoop hangen ze niet aan de grote klok.

Maar als je 170 jaar bestaat en koningin Maxima weet te strikken voor de officiële opening van je nieuwe pand, moet je vaste gewoonten soms even laten voor wat ze zijn. En dus zwaait de deur voor eenmaal open voor de verslaggever van Cobouw die al meerdere malen vroeg of hij niet eens een kijkje mocht komen nemen op de bouwplaats. Want er was zo’n bijzondere betonnen vloer toegepast, had hij begrepen van de constructeurs van ABT. En hij had zich ook laten vertellen dat er allemaal installatietechnische slimmigheden waren toegepast. Stiekem hoopte hij natuurlijk ook een glimp op te vangen van een paar van die extreem luxe jachten waar Van Lent en het samenwerkingsverband Feadship wereldberoemd om zijn. Al krijgt hij een strikt verbod om een foto te maken van wat er in het dok ligt. Kijken mag nog net.

Het dok op de werf in Amsterdam meet 160 bij 26 meter. Op de Kaag is het grootste dok 100 bij 14.

Dus schuifelt de verslaggever omzichtig door de reusachtige loods die Cordeel De Kok Staalbouw en BRI groep in twee jaar tijd neerzetten. De verslaggever kijkt vooral naar de zware prefab scheidingswand, naar de enorme bovenloopkranen, naar de dunne rode buisjes tegen het plafond op zo’n 35 meter hoogte, die voortdurend de lucht in de hal afsnuffelen op rook, hitte of andere signalen die wijzen op een brand.

Sprinkleren zou onbetaalbaar worden

Want brandveiligheid heeft veel aandacht gehad, legt bouwmanager Jan Wouter Humme uit. “Je wilt immers niet dat een hal met een schip van 100 miljoen euro binnenin afbrandt.”  Sprinkleren zou onbetaalbaar worden en kan bovendien ongewenste schade aanrichten. Een sprinkler gaat ook nog wel eens per ongeluk af. Dus zijn de installaties er vooral op gericht om een brand in heel vroeg stadium te kunnen signaleren. Daarvoor is het aspiratiesysteem met geporfeerde rode buisjes langs de spanten hoog tegen het plafond van de staalbouwhal. In de kostbare schepen zelf  wordt zodra ze het dok binnenvaren als eerste een draadloos (zigbee) brandmeldsysteem geïnstalleerd. Geen vonkje of rookpluimpje dat de digitale speurneuzen ontgaat. Het werkt volgens Humme allemaal perfect.

 

Lichtere brandscheiding mogelijk via risicobenadering

In de aanloop naar de bouw leverde de brandcompartimentering nog een intensief traject op met adviseurs van Arup. Die kwamen op de proppen met hele zware deuren met een brandvertraging van 180 minuten. Maar dat zou volgens Humme en zijn collega Frank Scholte een onwerkbaar gebouw opleveren waarbij het veel te lang zou duren om de zware stalen brandscheidingsdeuren tussen de hoog- en de laagbouw te passeren.

Uiteindelijk kwamen ze op een veel lichtere brandscheiding uit. Die heeft weliswaar een aanzienlijk geringere brandweerstand van 60 minuten, maar voldoet volgens een risicobenadering wel degelijk aan alle normen en regels. Zo is een werkbare omgeving gecreëerd waarin de timmerlieden, metaalbewerkers en andere vaklieden met hun werkstukken snel tussen de werkplaats en het schip kunnen manoeuvreren.

Stort van de constructieve vloer van het dok

Veruit de meeste tijd en aandacht tijdens de bouw ging uit naar het dok, de bak onderin de loods die naar believen onder water gezet kan worden. Die is met 160 bij 26 meter bijna twee keer zo groot als het grootste dok op Kaageiland. De bodem van het dok is van beton, de wanden zijn uitgevoerd in stalen damwandprofielen. Water in laten gaat door vier openingen in de enorme afsluitende deur aan de kopse kant. Het water stroomt met veel geweld naar binnen zodra de schuiven opengaan. De verslaggever waant zich tijdens de rondleiding even bovenop de Oosterscheldekering.

Veel dunnere bodem door gebruik onderwaterbeton gewapend met staalvezels

De bodem van dat dok is volgens Scholte  is met 1,20 meter een wonder van slankheid. Normaal gesproken zou je zeker een twee meter dik vloerpakket nodig hebben. Ruim een meter onderwaterbeton en daarna nog eens een constructieve vloer die ook die kant op gaat. De constructeurs van ABT besloten echter het onderwaterbeton te wapenen met speciale 4D vezels. Daardoor hadden ze aan tachtig centimeter genoeg en volstond daar bovenop een 40 centimeter dikke definitieve vloer.  “Die 4D vezels klinken een stuk spannender dan het lijkt, het zijn onooglijke stukjes draadstaal met een soort ribbelprofiel. Maar ze doen wat ze moeten doen. En leverden een enorme besparing aan beton op.”

Funderingswerkzaamheden vielen samen met hoogtepunt materiaal tekorten

Zo’n vloer moet uiteraard gefundeerd worden en die werkzaamheden vielen zo’n beetje samen met het hoogtepunt van de tekorten aan materialen en materieel waar de Nederlandse bouw twee jaar terug plots door overvallen werd. Civiel aannemer Cordeel kon niet het gewenste aantal stellingen mobiliseren voor de vibro-combipalen en liep stevige vertraging op. Temeer omdat het verwijderen van de groutschil van de combipalen, onder water, ook veel moeizamer ging dan verwacht. Daardoor moest er geschoven worden in de planning, en stonden de fundeerders voor het dok en die voor de stalen hal op een gegeven moment tegelijkertijd op de bouwplaats. Humme: “En dan lijkt het enorm zo’n dok van 160 bij  26 meter en een flinke laagbouw ernaast, maar met die grote stellingen is het echt schipperen met ruimte en moest de planning flink overhoop gegooid.”

De funderingsstellingen voor het dok en de hal erboven dreigden elkaar in de weg te lopen, waardoor de planning moest omgegooid.

Scholte wijst op een groot venster, hoog in een hoek van de hal. Het glas is mat en ondoorzichtbaar. “Maar”, vertelt hij, “als je een schakelaar overhaalt en spanning zet over de spouw van de privalight ruit wordt die ineens compleet transparant.” Het is het raam van de VIP-room. Niet toegankelijk voor de verslaggever van Cobouw met zijn vuile bouwlaarzen. Deze ruimte, met leren fauteils, teak-hout en andere luxe is het domein voor de klanten van Feadship.  Hier voert de directie van de scheepswerf de spanning op en biedt de klanten, na een druk op de knop, een eerste blik op hun felbegeerde aankoop.

Een werkgebouw als dit natuurlijk nooit af, vervolgt de bouwmanager. Het is een stuk gereedschap dat ten dienste staat van de bouw van de superjachten. Op dit moment bouwt De Kok staalbouw bijvoorbeeld een extra deur waarmee het dok kan worden afgesloten. Dat is een bouwwerk op zich, want de eerste dokdeur woog al 178 ton en moest per schip worden aangevoerd. De nieuwe deur maakt het mogelijk om het dok in compartimenten op te delen, waarbij het ene deel droog staat, terwijl het compartiment ernaast onder water staat. De extra deur moeten daarbij zomaar een waterstandsverschil van 7 meter kunnen opvangen. Hij wordt zo gebouwd dat hij overal in de kassen van de damwanden van het dok passen. Misschien komt er ook nog wel een

1 miljoen per strekkende meter

Sinds 2008 is het inmiddels 170 jaar oude Royal Van Lent eigendom van het Franse mode- , champagne en luxe- concern Louis Vuitton Moët Hennessy.  De baas van het concern, Bernard Arnault liet in 2015 zijn eigen schip bouwen op de Kaag: de Symphony. Dat is met 101,5 meter het grootste schip dat Van Lent tot nu toe bouwde. Over prijzen en klanten doet de werf eigenljk nooit uitspraken. Een grove vuistregel is dat een koper moet rekenen op ongeveer 1 miljoen euro per strekkende meter. Daar zal het nieuwe 160 meter lange bedrijfspand bij lange na niet aan komen, maar ook over de bouwsom doet Van Lent geen uitspraken.

 

geknikte deur,  zodat grote schepen met de punten naast elkaar kunnen steken, terwijl de ene drijft en de ander droog staat op de kielbokken. Zo beschikt Van Lent volgens Scholte over een werkplaats die zijn gelijke niet kent. “Het is niet alleen veel groter dan het grootste dok op Kaageiland, er is onderweg naar open water geen brug waarvan de doorvaart nog een belemmering vormt voor de afmetingen van de schepen. Van Lent bouwt echt imposante jachten hoor, maar de zeesluis bij IJmuiden kunnen ze echt allemaal wel passeren.”

Prettige bijkomstigheid is dat de superjachten in de schaalloze omgeving van de Amsterdamse haven ook nog eens minder opvallen. Op de Kaag en de ringvaart van de Haarlemmermeer torenen de schepen hoog boven de omgeving uit en trekken veel bekijks.  Maar naast de containerschepen en bulkcarriers in de haven vallen ze bijna in het niet. Net als die reusachtige nieuwe loods aan de voet van de Westrandweg. Stiekem vinden ze dat bij de jachtbouwer wel prettig. Ze proberen zoveel mogelijk in anonimiteit te opereren. De liefhebbers, die zich een echte Van Lent kunnen permitteren, weten hen toch wel te vinden. En die zijn er volop. Over de hele wereld.

 

Nieuwbouw  Van Lent / Feadship

Dok: 160 bij 26 meter, 7 meter diep

Bouwmanagement: Van Lent, Adcom2000, Bouwimpuls

Betonwerk: Cordeel

Staal: De Kok Staalbouw

Installaties: BRI Groep

Infra: Dura Vermeer

Adviseurs: ABT, Arup, Crux, LBP Sight, IV, en vele anderen

 

 

 

 

 

 

Reageer op dit artikel