nieuws

Het jongste icoon van Antwerpen kan al wel weer een likje verf gebruiken

utiliteitsbouw Premium 1940

Het jongste icoon van Antwerpen kan al wel weer een likje verf gebruiken

Zo geavanceerd als het ontwerpproces was,  zo ambachtelijk voltrok zich de afbouw van het Havenhuis in Antwerpen. Dat is te zien anderhalf jaar na de oplevering. Er mag wel weer eens een schilder of een stukadoor langskomen.

Dubbelgekromde wanden die schuine muren doorsnijden. In een hoofddraagconstructie waarin ook ongeveer niets waterpas staat. De bouw van het Havenhuis in Antwerpen was een helse opgave voor menig betrokkene. Niet in de laatste plaats voor de afbouwers. Na hun vertrek moest het gebouw stralen. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is dat er bovenop een bijna honderd jaar oude brandweerkazerne een reusachtige scheepsromp of diamant is geplaatst.

Anderhalf jaar na oplevering breekt het zweet hem nog geregeld uit

Ook anderhalf jaar na de oplevering breekt nog geregeld het zweet uit bij directeur Rudi Parthoens van afbouwfirma Lindner Welsy, als hij terugdenkt aan het project. Zijn bedrijf voerde de volledige afbouw van het havenhuis uit: alle gipskartonwerken, de metalen klimaatplafonds, de vloeren, en het auditorium. Parthoens  is apetrots op het eindresultaat, maar het heeft hem naar eigen zeggen minimaal een jaar van zijn leven gekost. “En ik hoop eerlijk gezegd niet snel weer een project te krijgen dat zo veel van mij en het bedrijf vergt. Anderhalf jaar lang was ik er van 6 uur ’s ochtends tot 10 uur s’ avonds mee in de weer. En de resterende tijd lig je in bed te piekeren hoe je het volgende probleem moet oplossen dat zich aandient.”

 

Dat het niet makkelijk zou worden realiseerde Parthoens zich terdege toen zijn bedrijf werd benaderd door hoofdaannemer Interbuild. Parthoens is eerst met collega’s om de tafel  gaan zitten om te kijken in hoeverre de vormen, die architect Zaha Hadid had uitgetekend, überhaupt maakbaar waren. Want het was allemaal prachtig ontworpen met de meest geavanceerde 3D- en BIM-programma’s, maar hij moest de vertaling maken naar timmerlieden en stukadoors op de werkvloer. “Met tandenstokers en stukjes karton zaten we te fröbelen om uit te vinden wat wel en niet kon in de praktijk. Werktekeningen waren er nauwelijks. We moesten alles zelf maar uit het BIM-model halen. En dan goed opletten dat we het juiste niveau zouden gebruiken in de stalen ruwbouw, waarin ook niets recht was.”

“De vormen die we moesten realiseren grensden aan waanzin”

De vormen die de afbouwers moesten realiseren grensden aan waanzin, zag Parthoens al snel. De verschillende eisen ten aanzien van brandveiligheid, akoestiek, thermische isolatie en esthetiek leidden tot de toepassing van maar liefst 42 verschillende typen wanden in het gebouw. “Om de brandwerendheid van sommige ruimten te garanderen moesten we daar aan beide zijden zeven Gyprocplaten van 6mm dikte rond het houten frame in de juiste kromming brengen. En op iedere verdieping waren verwante details toch net weer even anders.”

Rudi Parthoens, directeur van Lindner Welsy

Parthoens: “Iets ogenschijnlijks eenvoudigs als het omtimmeren van een stalen kolom met Gyproc-platen, vergde door de complexe vormen al gauw drie dagen werk van twee ervaren timmerlieden. Normaal vergt dat een paar uur werk. De calculatie werd daardoor ook een waagstuk. Ga maar uit van viermaal de normale prijs voor verwerking van stuc en metal stud.”

“We hebben de nauwkeurige bouwplanning compleet losgelaten”

In overleg met directeur Jo Verstraelen van Interbuild besloot de afbouwer al snel van een gedetailleerde bouwplanning af te stappen. “Alleen op hoofdlijnen hanteerden we een planning, in de zin dat vast stond in welke maand welk bouwdeel af moest zijn. Nauwkeuriger plannen had geen zin. Je zou meer bezig zijn met het bijstellen van de planning dan dat je aan de daadwerkelijke uitvoering toekwam. Er werd van alle betrokkenen maximale flexibiliteit gevraagd. ”

Door de complexe vormen kostte het omtimmeren van een stalen kolom al gauw drie dagen werk voor twee man.

Alles is natuurlijk terug te voeren op de ambities voor het project, weten Parthoens en Verstraelen. Die waren torenhoog. Het nieuwe kantoor voor het Havenbedrijf Antwerpen moest een icoon worden zoals dat nog nooit eerder was vertoond. Wat de Eiffeltoren is voor Parijs moest het Havenhuis worden voor Antwerpen. Parthoens: “Maar daar hoort dan ook een intensief onderhoudsplan bij met bijbehorend budget en personeel. Alleen al voor de binnen-afbouw zouden er eigenlijk permanent twee onderhoudsmensen moeten rondlopen in het Havenhuis.“

Architect dacht vooral vanuit vorm en niet vanuit materiaal

Probleem is waarschijnlijk dat er door de architect vooral vanuit vorm is gedacht, waarbij uitvoerbaarheid of levensduur ondergeschikt leken.  Om gewicht te besparen  werden alle binnenwanden uitgevoerd in gipskarton.  De plafonds bestonden uit een metalen koelplafond in combinatie met gipskarton. Alle plinten moesten ingewerkt worden in de muren, wat bijna een onmogelijke opgave was vanwege de vele krommingen en schuine wanden. Op dit probleem op te lossen is er gekozen om de ingewerkte plinten te vervangen door stootvaste gipskartonplaten tot op een hoogte van ongeveer 1 meter. Niettegenstaande zijn er inmiddels veel storende gebruikssporen waar te nemen. Dat komt natuurlijk ook doordat het  pand intensief wordt gebruikt door het Havenbedrijf. Er vinden veel bijeenkomsten en evenementen plaats.

Parthoens weet dondersgoed dat Lindner Welsy niet alleen stond in haar worsteling en dat alle onderaannemers en toeleveranciers tegen vergelijkbare zaken aanliepen. Het werk werd natuurlijk aangenomen in het staartje van de crisis. Toen de markt er heel anders bij stond en aannemers schreeuwden om werk.”

Van staalbouwer VictorBuyck is bekend dat toen die de hoofddraagconstructie per ponton aanvoerde er spandoeken op hingen dat het bedrijf de bouw voor miljoenen sponsorde. En dat was niet vrijwillig, maar omdat er iets onmogelijks werd gevraagd waar geen passende honorering tegenover stond.

Alle complicaties kwamen samen bij hoofdaannemer Interbuild. Verstraelen en zijn mannen hebben zich ook in alle bochten moeten wringen om het werk tot een goed einde te krijgen. In de parkeerkelder onder het plein voor het Havenhuis wijst de Interbuild-directeur op een betonnen kolom. Zomaar een kolom bij het trappenhuis. Er zit een onmogelijke twist in, waar twee timmerlieden zeker twee weken mee bezig zijn geweest om het uit te kisten. En dat is dan één betrekkelijk onbeduidend detail. Zo kleeft er aan elk detail wel een verhaal en is elke onderaannemer en toeleverancier wel betrokken bij tien van dergelijke verhalen. “Ook dat hoort waarschijnlijk bij een icoon”, constateert Parthoens berustend.

Vrienden voor het leven

Wat het project hem ondanks alle kopzorgen heeft opgeleverd zijn vrienden voor het leven. Want de werfleider en de directeur van Interbuild ziet hij nog heel regelmatig. Naar goed Vlaams gebruik eten ze dan graag een hapje samen. “We zijn zo intensief met elkaar omgegaan, dat laat je niet zomaar los. Bovendien worden we voortdurend gevraagd voor rondleidingen, die we vaak samen geven. Want of je nou in de bouw werkt of niet: iedereen die maar enigszins de kans krijgt wil het nieuwe icoon van Antwerpen graag even met eigen ogen zien. Ook al kan dat inmiddels wel weer een likje verf gebruiken.“


 

Zaha kwam slechts één keer kijken

Architect Zaha Hadid hoort in het rijtje toparchitecten waartoe ook namen als Renzo Piano, Norman Foster en Rem Koolhaas behoren. Die vliegen voortdurend de hele wereld over en verbinden soms hun naam aan gebouwen waar ze zelf tijdens de bouw helemaal nooit zijn wezen kijken. Om dat te voorkomen had opdrachtgever Havenbedrijf Antwerpen contractueel vastgelegd dat de Brits/Iraanse architecte de bouwplaats van het Havenhuis op zijn minst twee keer zou bezoeken: bij de start van de bouw en bij de officiële opening. Bij de eerste paal was ze aanwezig, maar de tweede afspraak heeft ze niet na kunnen komen. In maart 2016, een paar maanden voor de opening overleed ze op 65 jarige leeftijd.

Reageer op dit artikel