nieuws

Een duurzaam gebouw rondom de stopcontacten

utiliteitsbouw 1446

Een duurzaam gebouw rondom de stopcontacten

Studenten drommen in onderwijsgebouwen steevast samen rond de stopcontacten weet architect Paul de Ruiter maar al te goed. Dus plaatste hij de stroompunten in het nieuwe duurzame pand voor de Hogeschool van Rotterdam op strategische plaatsen, zodat het hele atrium goed wordt benut.

Een reusachtig atrium over zes verdiepingen met lokalen, collegezalen en kantoorruimten rondom. Het is vaker gedaan, ook door hemzelf. En toch pakt het vaak goed uit, is de ervaring van architect Paul de Ruiter.  Dus herhaalde hij de truc voor het nieuwe gebouw voor de bedrijfskundige studierichtingen van Hogeschool Rotterdam. Met een grote eikenhouten trap slingerend door het atrium bereiken de bezoekers bijna ongemerkt de bovenste verdieping. Zonder de lift te pakken. Dat scheelt weer energie.

De beloning voor het beklimmen van de trap is een vrije plek bij een studie-eiland of een van de andere zitjes die De Ruiter intekende.  Daar bevinden zich stopcontacten voor de  laptops en mobieltjes. Want een leven zonder stroom voor de laptop of mobiel is voor de student vandaag de dag ondenkbaar.  Niet alleen  voor het onderhouden van de sociale contacten. Ook de interactieve onderwijsvormen vereisen continue toegang tot internet.

Straffe deadlines

Het gebouw voor de bedrijfskundige en economische opleidingen aan de Kralingse Zoom is in een dik jaar neergezet door aannemer SMT. “De deadlines waren straf”, meldt directeur Maurice Wieland, “maar wel te doen. Al heb ik wel begrepen dat een paar grote aannemers bij de aanbesteding aangaven dat ze een half jaar meer nodig hadden. Dat kostte hen de opdracht, want die ruimte was er niet. Bij de start van dit studiejaar moest het in gebruik genomen, zoals  is gelukt. Activiteiten die herrie produceerden, zoals het heiwerk en doorbraken maken naar aanpalende onderwijsgebouwen, moesten in de vakantieperiodes plaatsvinden. Die lagen lang van te voren vast en boden geen enkele mogelijkheid tot uitloop.”

SMT kreeg het project gegund voor zo’n 18 miljoen euro. Tijdens het werk kwam daar nog ongeveer een miljoen euro bij.  Dat was deels het gevolg van de ingrijpend veranderende marktsituatie weet Wieland. “Aan het begin waren bedrijven blij als ze drie maanden werkvoorraad hadden, inmiddels zit iedereen voor het eerstkomende jaar vol. De marktsituatie is compleet veranderd. Daardoor dreigden we soms te moeten uitwijken naar andere toeleveranciers. Bijvoorbeeld voor de plafondplaten. Vooraf was niet duidelijk dat die zwevend gemonteerd moesten worden. Maar de architect hield voet bij stuk, wat betekende dat we de platen langs de randen niet op een profiel konden opleggen. We konden de platen dus niet even op maat zagen, er moesten in de fabriek in Oostenrijk zorgvuldig gedetailleerde passtukken worden gemaakt. Daar ga je dan een gesprek over aan met de opdrachtgever en dan moet er soms wat geld bij. Gelukkig kwamen we er altijd uit.”

Klassiek meerwerk

Er zat natuurlijk ook klassiek meerwerk bij, door aanvullende wensen en opdrachten. Toen de Hogeschool het wifi-netwerk ging testen bleek het signaal niet overal sterk genoeg. Toen kwam het verzoek om 150 extra zenders te plaatsen. Dat had gevolgen voor de rest van de werkzaamheden, want eigenlijk moesten op dat moment de plafonds al gesloten worden.

Wieland en hoofduitvoerder Olaf Warhout zijn blij dat ze voor een fundering op prefabpalen kozen en niet voor in de grond gevormde palen. Dat leverde ze uiteindelijk ook lof op van de gemeente Rotterdam, omdat  in de grond gevormde palen door de grondwaterstromen ter plekke nogal eens voor problemen zorgen. Nu kon met drie stellingen in één week rond hemelvaart vorig jaar alle 240 heipalen van 22 meter lengte in de grond worden geslagen.  Zo bedacht SMT tal van slimmigheden. Sommigen voor de hand liggend, anderen opvallender. Zoals de keuze om in plaats van de voorgeschreven bollenvloeren te werken met in situ gestortte vloeren met behulp van een tafelbekisting.

Voor architect De Ruiter spreekt het vanzelf dat het gebouw voor de Hogeschool een duurzaam gebouw is geworden met het label Breeam excellent. “Wij zijn al met duurzaamheid bezig sinds de oprichting van het bureau in 1994, toen het nog een linkse hobby was.”

Kleine schil groot vloeroppervlak

De duurzaamheid begint volgens de architect al met de kubus-achtige hoofdvorm. Die biedt veel vloeroppervlak binnen een verhoudingsgewijs kleine schil. Dat vereenvoudigt de klimatisering van het royale atrium. De lucht die vers wordt aangevoerd naar de lokalen langs de buitengevel stort over naar het atrium. Verwarming of koeling gebeurt met plafondpanelen die via hele kleine perforaties de lucht gelijkmatig de ruimten in laat stromen. Dat voorkomt  de aanleg van grote luchtkanalen die herrie maken, vuil worden en vaak ook voor tocht zorgen. Gebruikers kunnen zelfs luiken open zetten die ingenieus in de gevel zijn verwerkt. “Het is altijd prettig om als gebruiker directe invloed op je werkomgeving te kunnen uitoefenen.  Zo zit het gebouw vol integraal duurzame oplossingen. Met een grote rol voor de gevel.”

Het verduurzamen van het gebouw was nadrukkelijk niet alleen de verantwoordelijkheid van de architect. Om aan de benodigde punten te komen voor de Breeam – excellent score was het noodzakelijk dat ook de aannemer actief meedacht. Bijvoorbeeld om de vervoersstromen en de daaraan gekoppelde CO2 uitstoot zoveel mogelijk terug te dringen. Maar ook met materiaalkeuzes kon SMT een bijdrage leveren. De kap van het atrium was bijvoorbeeld ontworpen met stalen vakwerkspanten. “Maar wij kwamen op de proppen met gelamineerde houten liggers”, vertelt hoofduitvoerder Warhout. “Dat was niet alleen milieuvriendelijker, maar op dat moment ook goedkoper.”

Toen de spanten er eenmaal inlagen wilde iedereen ze eigenlijk in zicht laten. De 2 meter hoge en 30 meter lange gelamineerde liggers boden een fraaie aanblik die paste bij een duurzaam gebouw. Maar dat was volgens Wieland helaas geen optie. Omwille van het terugdringen van de nagalmtijd in het atrium moest het raster ingepakt worden met steenwol en akoestische beplating.

Het is jammer dat het niet kon, vindt ook De Ruiter, maar hij heeft er niet wakker van gelegen. “Zo’n atrium moet geen echoput worden waar je horendol wordt.  Het moet een gebruiksruimte opleveren waar mensen prettig moeten kunnen samenwerken en die leidt tot onverwachte ontmoetingen. Akoestiek is daarbij een niet te onderschatten factor. Net als de aanwezigheid van stopcontacten. De zoektocht naar die stopcontacten gaat het best vanaf de trap.  De studenten laten de lift links liggen. Dat scheelt energie en draagt weer bij aan de duurzaamheidsscore. Zo is de cirkel rond.”

 

 

 

 

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels