nieuws

‘Drenthe moet westen niet kopiëren’

utiliteitsbouw

‘Drenthe moet westen niet kopiëren’

Een dreigend gebrek aan vakkrachten. Opdrachten onder de 5 miljoen euro die toch worden aanbesteed. Drenthe snakt naar oude tijden en nieuw elan: “Hunebedden verkopen niet meer.”

Het is krimp wat de klok slaat in Drenthe. Bewonersaantallen lopen terug. Heeft het misschien iets te maken met de wijze waarop is gebouwd? “Nee”, reageert architect Henk Scholten resoluut. “Het is een breed verschijnsel dat zich vooral in Zuidoost-Drenthe afspeelt.”

Sloop meer, is zijn adagium, hergebruik meer gebouwen. “Op basis daarvan kun je pas weer kijken hoe je tot een nieuwe invulling kunt komen. Waarom dat niet gebeurt? Het is lastig, kapitaalvernietiging in de ogen van de investeerders en beleggers. Die lege gebouwen staan soms namelijk ook op karakteristieke plekken waar je het liefst parken en plantsoenen wilt hebben. Maar daar zit de belegger niet op te wachten, natuurlijk. Hoe je het ook wendt of keert: je zult die partijen tegemoet moeten komen.”

Scholten is geboren in een dorpje in de buurt van Emmen. Tegenwoordig zit hij met zijn atelier iets hoger, in Groningen. Sommigen noemen de tekenaar van onder meer de politietoren in Assen ook wel de architect van het Noorden. Hij mijmert over de tijd dat er nog met “visie en beleid werd ontworpen.” Toen het woonerf in Emmerhout internationale faam maakte. “Voor die tijd was dat vernieuwend, maar nog steeds is dat woonerf een schoolvoorbeeld van hoe je zou kunnen en moeten wonen. De eenvoudige architectuur, maar vooral de inrichting, ruim en groen, met boomwallen.”

Proppen in Drenthe

Wie je ook spreekt, van bouwer tot architect tot vastgoedman, allemaal zeggen ze hetzelfde. Dat de groene regio van Schoonoord en Assen, van ruimte en recreatie en fietsvakanties, zijn roots heeft verloren. Rust werd Vinex, ruimte werd proppen, terwijl lokale investeerders en bouwers weken voor landelijke spelers die riante uitbreidingsgebieden opkochten en alleen maar op geld uit waren. Bouwdirecteur Jan Brands zag het met lede ogen aan: “Drenthe is nog altijd één van de mooiste woonregio’s van Nederland, maar te lang maakten we de fout dat we met Vinex-achtige wijken het westen kopieerden. Dat apprecieert de woonconsument niet meer. We hebben ons de kaas van het brood laten eten. Als 25 jaar geleden de regionale bouwers niet tegen elkaar waren uitgespeeld, waren wij nu vaker spekkoper.”

Op slot

Brands overleefde de crisis als een van de weinige middelgrote bouwers. Berouw komt volgens hem na de zonde: “Ik ben er heilig van overtuigd dat in Drenthe te weinig woningen in crisistijd zijn gebouwd. Daardoor stevenen we nu af op een gigantisch woningtekort. De politiek kijkt te vaak terug naar het verleden, Drenthe wordt half op slot gezet, we moeten kijken naar de toekomst. Als de nood er straks is, komt de inhaalslag misschien te laat.”

Terug naar oude glorie, terug naar vakmanschap, terug naar de tijd dat een school in de buurt nog gebouwd werd door een bouwer uit de buurt. Brands vraagt aandacht voor midden- en kleinbedrijven. “Veel gemeenten hier zijn roomser dan de paus. Al het werk, ook al gaat het om kleinere projecten, besteden ze Europees aan. Dan krijg je elke keer een tombola en zijn er zoveel gegadigde bedrijven, dat ze lotingen moeten houden. En aan het einde van de rit gaat een opdracht voor een schooltje in de buurt naar een bedrijf uit het westen. En als je dan een keer een opdrachtgever hebt die supertevreden is over je werk, is de grootste beloning dat je de volgende keer weer mee mag doen met aanbesteden.”

Wonen in Drenthe moet weer meer een feest zijn, bouwen meer onderscheidend en ruim. Dat verhaal moet beter worden uitgevoerd en verteld. Brands geeft een voorzet: “Landelijk zouden we moeten adverteren met een plaatje van een vrijstaande woning met daarnaast een rijtjeshuis uit het westen voor dezelfde prijs om te laten zien wat wij te bieden hebben. Veel beter zouden we dat verschil moeten uitbuiten. En hé. Het woord file kennen we alleen van de keren dat we naar het westen gaan.”

De vader van Kees Vos was makelaar. Kees Vos zelf is “met hart en nieren verknocht met vastgoed”. De man uit Emmen verkaste met zijn bedrijf naar Apeldoorn. “Nee, ik ben Emmen niet ontvlucht. Maar mijn broer en ik besloten te gaan samenwerken met mijn neef, zeiden we: laten we dat in het midden van het land doen.”

Investeren

Hij heeft er nog wel belangen, maar heel eerlijk gezegd doet Vos nog maar beperkt zaken in Drenthe, “vroeger een veelbelovende regio”. “Nu is het een ander tijdsmoment. Van krimp en dat soort dingen. Maar het is heel goed dat gemeenten zoals Emmen investeren in de stad. Nu is echter het moment aangebroken om die impulsen te verzilveren. De wethouder, maar ook de directie van het nieuwe belevingspark spelen daar een grote rol in. Op papier is het allemaal dichtgerekend, nu moet het worden waargemaakt. Of dat spannend is? Ik vind het cruciaal.”

Met de verhuizing van de dierentuin is Emmen een groen gebied in de stad rijker. Vos ziet kansen voor ontwikkelingen. “Misschien kun je iets doen met hotels, of met parkachtig wonen, of iets met een mooi museum. De kracht daarvan kan ook enorm zijn. Ja, dat ben ik met je eens: de Drent kan ook wel iets meer flair gebruiken.”

Hoe wordt Emmen, Drenthe weer een gezonde plek? Kansen zat, zien betrokkenen. Architect Scholten, die Emmen verruilde voor Groningen, waarschuwt wel dat er snel iets moet veranderen. Qua mentaliteit en qua opvattingen. “Je zult afscheid moeten nemen van het verleden. Voor klassieke aannemersbedrijven is geen plek meer. De huidige wereld is er een van samenwerken en consortia vormen. Maar dat gebeurt nog steeds te weinig. Bijna iedereen hoor ik nu alweer roepen ‘het wordt weer een beetje zoals het was’. Daar begrijp ik niets van.”

Benut de logistieke kansen, voltooi de ring om Emmen. Ook de 67-jarige bouwer Brands heeft nog zat plannen en peinst er niet over met pensioen te gaan. “We zouden iets kunnen met de nieuwe vaarroute die we onlangs kregen. Misschien een jachthaven, of iets met een mooie molen. Hoe dan ook moeten we ervoor zorgen dat de mensen hier weer langer willen blijven. Dat vraagt om inspanning. Hunebedden verkopen niet meer.”

Cobouw Café

 

Het eerste Cobouw Café vindt dinsdagavond 30 juni plaats in Café Groothuis in Emmen. Te gast zijn onder meer de ‘duurzame bouwvrouw’ Ellen van Acht, wethouder Albert Smit (Assen) en ontwikkelaar Peter van Dijk. Kijk hier voor meer informatie.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels