nieuws

‘Beetje reuring is goed voor de bouw’

utiliteitsbouw

‘Beetje reuring is goed voor de bouw’

Het Bouwhuis zou hét huis van de bouw worden. Dat gebeurde niet. Het gebouw langs de A12 bij Zoetermeer herbergt voornamelijk Bouwend Nederland en kampt nu al negen jaar met leegstand. “Ik houd niet vast aan het ideaal van vroeger”, kondigt directeur Fries Heinis veranderingen aan.

Twee van de negen verdiepingen van het Bouwhuis staan momenteel leeg. Hoe erg is dat voor Bouwend Nederland, dat zelf eigenaar is van het gebouw?

“Kijk om je heen, overal is leegstand. Wat dat betreft is het hier niet anders. Financieel hebben we het in de klauwen, maar ik ben te veel ondernemer om deze situatie te laten voort bestaan.”

Brancheorganisaties als NLIngenieurs, Uneto-VNI en de Vereniging van Waterbouwers zijn gevraagd om naar het Bouwhuis te verhuizen. Waarom wilden zij niet?

“Om verschillende redenen. De één zat nog met langjarige huurcontracten, de ander vreesde verlies van zijn eigen identiteit. En ook de huurprijs heeft een rol gespeeld.”

Want u vraagt te veel?

“Onze huurprijs ligt rond de 160 euro per vierkante meter. Marktconform is 130 euro, maar het Bouwhuis biedt veel toegevoegde waarde. Het is bovendien een gebouw met de modernste voorzieningen. Qua duurzaamheid is het state of the art. Het kan, bijna tien jaar na oplevering, nog steeds de concurrentie aan met gebouwen van deze tijd.”

Is het probleem ook niet dat het Bouwhuis te veel wordt gezien als het huis van Bouwend Nederland in plaats van het huis van de bouw?

“Ja, dat is denk ik zo. Maar is dat ook niet gek met Bouwend Nederland als grootste huurder . We doen er alles aan om het vol te krijgen. Dat is ook in ons eigen belang, we zijn immers eigenaar van het gebouw. Met de huidige leegstand gooien we dus geld weg. Maar ik wil ook gewoon dat het volkomt. Het moet hier bruisen. Als het daarvoor nodig is om het woord Bouwhuis van de gevel te halen, dan doen we dat. We sluiten niets uit.”

U bent minder selectief geworden als het gaat om nieuwe huurders?

“Kijk, plan A was om hier in Zoetermeer een soort bouwcampus te creëren. Dat was tien jaar geleden de ambitie. Dat is niet gelukt, helaas. Nu schakelen we over op plan B. Dat is om hier bouwgerelateerde organisaties bij elkaar te krijgen.”

Dat lukt wel?

“We zijn momenteel met zes partijen in overleg over een verhuizing naar het Bouwhuis.”

Dat zijn vooral brancheorganisaties?

“Ook. De glasbranche komt zeer waarschijnlijk hier naar toe. Maar we praten bijvoorbeeld ook met de gemeente Zoetermeer. Die gaat misschien een specifieke afdeling hier onderbrengen.”

Zijn bedrijven of andere commercieel ingestelde instellingen nu ook welkom?

“Ja, waarom niet? Maar dan wel bouwgerelateerd. Het gaat er uiteindelijk om dat er meer dynamiek ontstaat. Een beetje reuring is goed voor de bouw en voor de mensen die hier dagelijks werken.”

De gedroomde bouwcampus verrijst nu in Delft. Vindt u dat pijnlijk?

“Ik vind het natuurlijk jammer dat die bouwcampus niet hier in Zoetermeer van de grond is gekomen. Maar ik snap wel dat het daar gebeurt, dicht tegen de universiteit aan.”

U vindt niet dat daarmee het project Bouwhuis definitief is mislukt?

“Zo zie ik het niet. Het is inderdaad niet gelukt om één grote bouwlobby te creëren, maar we zijn wel representatief. Het Bouwhuis is in mijn ogen wel degelijk het centrum van de Nederlandse bouw. En dat wordt alleen maar sterker. De stratenmakers van de OBN zijn erbij gekomen en straks komt waarschijnlijk ook de glasbranche hier naartoe. Zoals gezegd ga ik niet vasthouden aan de idealen van tien jaar geleden. Ik geloof heilig in meer samenwerking met andere brancheorganisaties, binnen en buiten de keten. Maar daarvoor is het niet per se noodzakelijk om fysiek in één pand te zitten.”

Is overwogen om het Bouwhuis te verkopen en ook richting Delft te trekken?

“Nee. Het is ook helemaal niet nodig, we hebben geen financiële problemen. De situatie op de vastgoedmarkt is bovendien dusdanig dat ik bij verkoop miljoenen euro’s verlies zou lijden op het pand.”

Maar nu betaalt u jaarlijks bijna een miljoen euro aan hypotheekrente.

“Minder, we hebben afgelopen jaren al miljoenen euro’s afgelost.”

Als u erin slaagt de leegstand in het Bouwhuis terug te dringen, gaan de leden van Bouwend Nederland dan minder contributie betalen?

“Nee, dat zijn geen communicerende vaten. Ik denk overigens dat onze leden voor meer waar voor hun contributiegeld willen. Dat hebben ze afgelopen jaren ook gekregen, naast een contributieverlaging trouwens.”

Waarom niet naar het Bouwhuis?

Uneto-VNI sloeg een aanbod van Bouwend Nederland om naar het Bouwhuis te komen, enkele jaren terug resoluut af. “Ik heb daar destijds met voormalig directeur Jan van Tuinen over gesproken. Maar het was voor ons gewoon geen logische stap”, verklaart voorzitter Titia Siertsema van de brancheorganisatie, die hemelsbreed maar enkele honderd meters verderop is gehuisvest. “Onze leden zijn nu eenmaal niet alleen in de bouw actief. Wij zien onszelf ook als een onafhankelijke sector. We werken aan een eigen Installatiehuis.”

Hetzelfde argument brengt secretaris Paul Oortwijn van NLIngenieurs naar voren. “Als we in het Bouwhuis trekken, worden we te veel vereenzelvigd met de bouw. Dat zou niet goed zijn, want slechts 50 procent van onze leden werkt in die sector.” Ook de huurprijs van het Bouwhuis was voor de ingenieursvereniging aanleiding om te bedanken. “Laat ik het zo zeggen: het zou er voor ons niet goedkoper op zijn geworden.” De luxe uitstraling van het Bouwhuis wordt bovendien niet als passend beschouwd. “Het pand is gebouwd in een periode dat het allemaal wat luxer kon dan nu.”

Kennisinstituut SBRCURnet sprak in 2007 met Bouwend Nederland over een verhuizing naar Zoetermeer. “We hebben toen een aanbieding gekregen”, weet directeur Jack de Leeuw nog. “Ik vond het op zich geen gekke gedachte om de brancheorganisaties en kennisinstituten in de bouw bij elkaar te brengen, maar het kwam toen te vroeg. Nu vinden we het een uitstekend idee, maar hebben we voor de bouwcampus in Delft gekozen.” Achteraf vindt De Leeuw het ook beter dat er niet gekozen is voor het Bouwhuis. “We werken nauw samen met Bouwend Nederland, maar bijvoorbeeld ook met Rijkswaterstaat, Uneto-VNI en de Aannemersfederatie.”


Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels