nieuws

Bijen komen volgend voorjaar naar het Melarium in Midden-Delfland

utiliteitsbouw

Bijen komen volgend voorjaar naar het Melarium in Midden-Delfland

Tussen de Schie en de A13, bij het Ackerdijkse Bos, even ten zuiden van Delft, staat een gebouwtje voor bijen, imkers, wetenschappers en natuurvrienden. Het heeft een trappenhuis, een dakterras en een onderkomen voor leden van de vereniging voor veldbiologie KNVV. Op de begane grond is ruimte voor negen bijenkorven.

“De bijen komen volgend voorjaar”, kondigt David Veldhoen aan. Hij is kunstenaar, nam deel aan een wedstrijd over het graven van een kabel onder de A13. “Ik heb voorgesteld een gebouw voor bijen neer te zetten en de verzorgingsplaats met honingbloemen in te zaaien”, aldus Veldhoen.

Hij ontwierp het Melarium (‘mel’ is Latijn voor honing). De provincie Zuid-Holland trad op als opdrachtgever. “Maar de aannemer ging failliet. Daarna heb ik zelf gebouwd. Bouwen is duur en de kunstbudgetten zijn krap, ik heb zelfs mijn eigen honorarium ingezet.” Maar met hulp van bouwadviesbureau Strackee, architect Claudia Schmidt, timmerbedrijf De Nieuwe Norm en vele anderen is het wel gelukt. Het ‘kunstwerk in architectonische gedaante’ is eind juni opgeleverd aan het Recreatieschap Midden-Delfland.

Het gebouwtje van 8 meter hoog, 12 meter lang en 4 meter breed zweeft als het ware boven het maaiveld, op zes stalen funderingspalen. “De grond moest zoveel mogelijk ongeroerd blijven vanwege archeologische vondsten”, licht Veldhoen toe. “Ik wilde een dragende houten gevel, maar het is een hybride hoofdconstructie geworden van staal en hout. De gevel is een massieve wand van accoya met een dikte van 56 millimeter. Haaks op de gevel staan twee binnenwanden, die het gebouw in drie compartimenten verdelen. Net als de kop, het midden en het achterlijf van een bij. In de gevel zijn ronde gaten met een diameter van zo’n 54 millimeter aangebracht. Een deel daarvan is voorzien van glas. Je neemt de wereld waar als door de ogen van een bij. Hoewel die eigenlijk uit zeshoekige facetten bestaan.”

Alles is inpandig en de deuren zijn letterlijk uit de gevel gezaagd

Het gebouwtje heeft geen aansluiting op energie, water en riolering. Op de eerste verdieping staat een houtkachel. Handen wassen en het toilet doorspoelen kan met hemelwater. Zonnepanelen op het dakterras leveren elektriciteit. Poep en plas worden gescheiden, de urine gaat naar een helofytenfilter en de faeces wordt met koffiedrab en afval van groenten en fruit verwerkt tot mest. Veldhoen: “De bijen komen op de begane grond. Het zijn nogal onverstoorbare dieren, die geen last hebben van bijvoorbeeld geluid.” De kunstenaar legt uit dat het gebouw zo veel mogelijk sculptuur is en zo min mogelijk architectuur. “Alles is inpandig en de deuren zijn letterlijk uit de gevel gezaagd.” Alleen twee sprieten steken boven het dak uit. Het zijn bliksemafleiders, verbonden met de wapening van de betonnen vloer.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels