nieuws

Zorg moet vastgoed kritisch tegen het licht houden

utiliteitsbouw Premium

Zorg moet vastgoed kritisch tegen het licht houden

Zorginstellingen moeten vanaf volgend jaar zelf betalen voor hun huisvesting. Bestuurders maken zich op voor een ingrijpende sanering.

Richard Janssen kan vanuit zijn werkkamer in het hoofdkantoor in Den Dolder de eekhoorntjes in de boom zien zitten. Toch wil de bestuurder van Altrecht, de vijfde instelling voor geestelijke gezondheidszorg in het land, van het bomenrijke en sfeervolle terrein af.

“Ik ben de zolder aan het opruimen. Ik moet afrekenen met een verleden van 150 jaar.” De geestelijke gezondheidszorg heeft zich volgens Janssen, tevens hoogleraar economie en organisatie van de gezondheidszorg aan de Universiteit van Tilburg, jarenlang teruggetrokken op afgelegen terreinen. “De patiënten deden daar in de beginjaren van de instellingen zo rond 1900 agrarische werk en verbouwden bijvoorbeeld aardappels”, vertelt Janssen. Die geïsoleerde en afgezonderde positie hebben de instellingen volgens de zorgbestuurder niet meer. “Wij willen patiënten nog steeds aan het werk helpen, maar dan niet meer op het platteland of in de bossen. Wij denken dan eerder aan een fietsenwinkel of een softwarebedrijf in de stad.” Patiënten, zo is de gedachte in de geestelijke gezondheidszorg, komen niet meer naar de zorginstelling toe. De zorginstelling gaat zoveel mogelijk naar de patiënten toe die overwegend in steden en dorpen wonen. En daarom heeft Janssen niet veel meer aan het terrein in Den Dolder.

Afstoten

Als de patiënten gedurende de behandeling overwegend thuis blijven wonen, dan heeft Janssen veel van zijn huidige vastgoed niet meer nodig. Altrecht is daarom voornemens om van de huidige 160.000 vierkante meter huisvesting ruim een derde af te stoten. Daarbij wordt de komende tien jaar in het totaal 90 miljoen euro uitgegeven aan renovatie en nieuw- en verbouw.

Instellingen als Altrecht moeten niet alleen door een veranderende zorgmarkt hun vastgoedportefeuille kritisch tegen het licht houden. De zorg staat ook financieel onder druk om het huisvestingsbeleid te herzien. Minister Schipper van Volksgezondheid heeft onlangs aangekondigd dat met ingang van 1 januari 2012 instellingen in de geestelijke gezondheidszorg, verzorging en verpleging zelf financieel verantwoordelijk worden voor hun huisvesting.

Het Rijk betaalt momenteel de rente en aflossing van de huisvesting van zorginstellingen. Deze regeling is officieel al op 1 januari 2009 afgeschaft. Maar omdat de uitwerking van de maatregel nog niet duidelijk was, hebben de Haagse beleidsmakers de daadwerkelijke invoering lange tijd voor zich uitgeschoven.

Het oude stelsel waarin het Rijk de financiële risico’s draagt en de instellingen eigenaar zijn van de gebouwen wordt vanaf volgend jaar vervangen door de normatieve huisvestingscomponent (NHC). Instellingen ontvangen via de NHC een vaste huisvestingsvergoeding die wordt verwerkt in het tarief dat de instellingen voor hun diensten ontvangen van de zorgverzekeraars. Doel van de maatregel is om de huisvestingskosten terug te dringen.

Door de nieuwe regelgeving zullen de instellingen zelf hun huisvestingslasten terug moeten verdienen met de zorg die zij verlenen. Daarmee worden de financieringsvoorwaarden voor de geestelijke gezondheidszorg, verzorging en verpleging gelijk getrokken met die van de ziekenhuissector waar instellingen al ruim drie jaar zelf de financiële risico’s op hun vastgoed dragen.

Omdat het Rijk garant stond voor de financiering, kostte leegstaande of verouderde gebouwen de instellingen vrijwel niets. Maar de nieuwe spelregels zorgen er voor dat dergelijke gebouwen direct voor hoge kosten zorgen die de NHC bovendien niet vergoedt. Instellingen kunnen hierdoor op korte termijn in grote financiële problemen komen.

Vastgoedbank

Een publiek-private samenwerking (pps) is volgens Altrecht-bestuurder Janssen een goed hulpmiddel om de vastgoedportefeuilles van zorginstellingen te herstructureren. Instellingen brengen in het voorstel van Janssen het overtollige vastgoed en de instellingsterreinen die zij niet meer nodig hebben onder in een grond- en vastgoedbank waarin marktpartijen – pensioenfondsen, grote projectontwikkelaars en banken – participeren. Janssen: “Heeft zo’n pps tien tot vijftien terreinen in bezit, dan kunnen die onder toezicht van de overheid in pakketjes weer worden uitgegeven. Zo kunnen we de instellingen in relatief korte tijd en op een professionele manier van hun terreinen afhelpen. Want voor de instellingen is dat dood kapitaal. En er is geen industrie die het zich kan veroorloven om dat lang in stand te houden.”

Reageer op dit artikel