nieuws

Kazerne strak in het gelid

utiliteitsbouw

Kazerne strak in het gelid

Op de bouwplaats voor de Kromhout Kazerne lopen twintig projecten in alle verschillende bouwstadia tegelijk.

Op 1 november staan de eerste 1000 militairen op de stoep en moet ook de
ruwbouw van fase 2 klaar zijn. Waren rangen en standen maar ook zo duidelijk
binnen het consortium, wenst projectdirecteur Han van Ooste van consortium
Komfort tegen beter weten in. De enorme bouwplaats is modderig en druk.
Honderden mensen vanuit allerlei disciplines zijn aan het werk en het is een af-
en aanrijden van shovels, hoogwerkers en graafmachines. De een is aan het kitten
in de toekomstige ontvangstruimte, twee anderen zijn bezig op het dak van de
legering voor de opperofficieren, “dat zijn de generaals”. Hoewel een paar
panden nog niet verder zijn dan de fundering, begint het nieuwe hoofdkwartier
van de Landmacht indrukwekkende vormen aan te nemen. Door het gebruik van grote
prefab-elementen werden soms letterlijk vijf verdiepingen per week uit de grond
gestampt. Het grootse straalt er vanaf: twintig gebouwen, drie tot vier
bouwstromen per gebouw en zeven uitvoerders om gemiddeld 300 tot 400 bouwvakkers
aan te sturen. Er heerst een ijzeren discipline op het gebied van sancties en
veiligheid: Wie op eigen houtje randbeveiliging of afdekkingen verwijdert, kan
zonder waarschuwing vertrekken. Het instructieboekje laat niets aan
duidelijkheid te wensen over.

Bouwweg

De geasfalteerde één kilometerlange bouwweg is strak gescheiden van het
voetpad. “De beslissing om te asfalteren dateert al van voor de strenge winter,
maar heeft zich dubbel en dwars terugbetaald. Tijdens de vorst lagen de
werkzaamheden voor de parkeergarage noodgedwongen stil. Je kunt bij min acht
graden geen beton storten, maar er werd wel zoveel mogelijk doorgewerkt. Met het
invallen van de dooi veranderde het hier in één grote modderpoel en was vaart
maken ook niet makkelijk”, schetst Van Ooste. De strak gerenoveerde negentiende
eeuwse tamboershut is inmiddels klaar, evenals de betonnen kelder voor
tientallen vleermuizen. Deze vaste bewoners moesten vorig jaar verhuizen uit de
bomvrije wachtruimte. Dit deel van het monumentale fort Vossengat wordt eveneens
opgeknapt en komt in het groen te liggen. Later dit jaar zal ook het water
terugkeren langs de gloednieuwe ‘Strip’ van tien panden parallel aan de Weg tot
de Wetenschap. “Onderdeel van de historische waterlinie, maar meteen ook
onderdeel van het beveiligingspakket”, wijst Van Ooste naar een vlakte van zand
en grond die vanaf deze zomer wordt afgegraven. “Met al het materieel houden we
zo lang mogelijk het maaiveld in stand.” De bouwplaats is met hoge hekken
afgesloten van de buitenwereld, maar het echte beveiligingswerk met “veel
klikkers en klakkers” moet nog plaatsvinden met de aanleg van verschillende
installaties. Ook de externe beveiliging komt voor 25 jaar in handen van het
consortium en die overdracht vergt nog heel wat afstemming.

Onderhandelen

De projectmanagers van zowel opdrachtgever Defensie als het consortium zien
elkaar vaker dan gedacht. “Ik had echt verwacht dat de rust zou weerkeren na de
intensieve aanbestedingsfase van het dbfmo-contract. Vooral de uitbesteding van
het grote dienstenpakket, inclusief automatisering en beveiliging, kost veel
tijd. Daarnaast is de bouw nog helemaal niet gewend aan functionele eisen.
Aannemers horen toch liever ‘daar moet een groene deur met die scharnieren’, in
plaats van zelf met een voorstel te moeten komen. We kunnen nog niet putten uit
een reservoir van ervaren pps-mensen. De integrale uitbesteding betekent
voorlopig nog niet dat Defensie er geen omkijken naar heeft. Het
uitvoeringsproces komt vooral neer op veel onderhandelen over de concrete
invulling”, heeft Visser ervaren. De defensiemanager is daarnaast veel tijd
kwijt aan afstemming met zijn eigen achterban. De 3000 mensen van de landmacht,
materieel en ondersteunende diensten variëren in rang van korporaal tot generaal
en stellen allemaal eigen eisen aan bureaus, lunch en ontspanning. Ook de
consortiummanager moet van alles regelen met onderaannemers, banken en de
exploitanten. “Alle beslissingen worden doorgerekend in netto contante waardes
over 25 jaar. Maar naast geld spelen natuurlijk ook een stukje emotie en gevoel.
Het zou best prettig zijn als alle verhoudingen zo duidelijk en overzichtelijk
zouden zijn als in het leger”, weet Van Ooste inmiddels. “De bouwplaats ziet er
niet anders uit dan anders, maar de koppeling met onderhoud en exploitatie maakt
het proces toch echt anders.” De veelheid van partijen compliceert de
onderhandelingen en ook de invulling van de functionele eisen vergt veel
afstemming met Defensie. De discussies gaan bijvoorbeeld over materiaalkeuze,
zwevende toiletten en vloertegels.

Contract

Architectenbureau Meyer & Van Schooten heeft een aantal beproefde
technieken van het ministerie van Financiën herhaald bij het ontwerp voor het
hoofdkwartier van de Landmacht: Zo zijn kabels en leidingen in vloeren
weggewerkt en verloopt klimaatbeheersing via de plafonds. Het ontwerp zet vooral
in op duurzaamheid in materiaalgebruik, flexibiliteit en laag energieverbruik.
Complicerende factor voor Visser was de toevoeging van fase 2 aan het contract
met een extra uitbreiding van duizend werkplekken: “We hadden nog maar net
getekend, toen het besluit viel bij Defensie om de contracten weer open te
breken. In plaats van over te gaan naar de bouwfase, gingen we weer terug naar
de onderhandelingstafel. Het waren lastige onderhandelingen, want we zaten nog
maar met één partij aan tafel en wilden niet meer betalen dan de eerste fase.”
Dat werd bemoeilijkt doordat de financieringsvoorwaarden sterk waren veranderd
door de economische crisis. Fase 1 was nog net voor het uitbreken van de cris
afgesloten tegen gunstigere voorwaarden. Tegelijk begonnen buiten al de eerste
werkzaamheden, want er wordt pas na oplevering betaald. Visser raadt niemand aan
deze volgorde te herhalen: “Maar het is uiteraard veel goedkoper dan eerst
afbouwen en daarna uitbreiden.” Wijze les voor andere dbfmo-contracten is dan
ook meteen duidelijkheid te scheppen over het eindbeeld. Gedurende de
uitvoeringsfase komen al allerlei praktische problemen naar voren waarvoor
aanpassing van het contract nodig is en dat is al complex genoeg.

Partnership

Toch is zowel Visser als Van Ooste ervan overtuigd dat opdrachtgevers steeds
vaker ontwerp, bouw, onderhoud en exploitatie zullen combineren. Samenwerken is
daarbij niet de juiste term voor de verhoudingen in de praktijk zijn de managers
het eens. De Engelse term ppp, waarbij de laatste p staat voor partnership dekt
al veel beter de lading van een dbfmo-contract, vindt Van Ooste. Visser
waarschuwt: “De trend is niet te stoppen en de voordelen zijn aantoonbaar. Maar
het is beter die s te vervangen door de z van zakendoen.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels