nieuws

‘Met net iets meer inspanning kun je iets heel moois maken’

utiliteitsbouw

‘Met net iets meer inspanning kun je iets heel moois maken’

Na een stormachtig eerste half jaar is de Hermitage al weer dicht. Bouwdirecteur Pieter van Empelen lost de laatste opleveringsgebreken op en coördineert de inrichting van de nieuwe tentoonstelling. Dan geeft hij zich weer over aan een andere passie: het cabaret.

Halverwege een betoog over luchtventielen, voorgespannen vloeren en
groutinjectiepalen, valt het oog van bouwdirecteur Pieter van Empelen op een
vleugel. Een oude Bechstein in de kerkzaal van het 17de eeuwse gebouw aan de
Amstel, dat weer stevig onderhanden wordt genomen. Hij kan niet nalaten een paar
tonen aan te slaan en binnen de kortste keren schalt een klassieker van Tom
Waits door de ruimte. Gevolgd door een lied van eigen hand. Het maakt deel uit
van het liedjesprogramma waarmee hij de theaters in wil zodra hij klaar is met
zijn werk in de Hermitage. Want eerst moeten de laatste opleveringsfouten worden
hersteld, nu het museum toch dicht is voor inrichting van de nieuwe
tentoonstelling. Zodra de klep van de vleugel is dichtgeslagen, maakt de zanger
weer plaats voor de bouwmanager. Hoewel er geen diepe kloof lijkt te gapen
tussen die twee werelden die in de persoon van Van Empelen samenkomen. Over
beide praat hij met evenveel hartstocht. De liefde voor de bouw ontstaat bij de
in 1943 geboren cabaretier via de scheepsbouw. Eind jaren ’60 zoekt Van Empelen
een boot waarop hij met zijn toenmalige vrouw wil wonen. Hij stuit op een Deense
coaster uit 1894 die hij grondig verbouwt. Eigenhandig vervangt hij houten
gangen, vernieuwt spanten en verzorgt de binnenbetimmering. Voor hij het in de
gaten heeft, zit hij in het bestuur van scheepswerf Kromhout, waar zijn boot
ligt afgemeerd. Na tien jaar toeren met cabaretgroep Don Quishocking doet hij
een gooi naar de vrijgekomen functie van directeur van het Rotterdamse Maritiem
Museum. “Omdat ik een nieuwsgierig mens ben en ook wel eens iets anders wilde.”
Hij wordt, zegt hij, aangenomen omdat hij het antwoord weet op een strikvraag
van een oude reder in de sollicitatiecommissie die hem vraagt wat de grietjera
is. De onderste ra op de bezaansmast van een volschip, antwoordt Van Empelen
zonder aarzelen. “Dat gaf de doorslag en daar stond ik dan met mijn bos haar,
broek met wijde pijpen en sjaal, want andere kleren had ik niet. Was ik zomaar
ineens museumdirecteur.” Het Rotterdamse museum moet nieuwbouw plegen en dat is
Van Empelens eerste serieuze kennismaking met de bouw.

Regisseur

Het bevalt zo goed dat hij tien jaar later ook de nieuwbouw van het Cobra
Museum in Amstelveen coördineert, wederom met architect Wim Quist. Tussendoor
leidt hij, als zelfstandig bouwmanager nog enkele andere verbouwingen. Ook
blijft hij theaterwerk doen. Zo regisseert hij negen shows van Youp van ’t Hek.
De vraag wat de overeenkomst is tussen al die activiteiten probeert Van Empelen
te ontwijken. Bij voorkeur vlucht hij in een lofzang op de bijzondere
HPI-beglazing uit Japan in het nieuwere deel van de Hermitage. Of wijst op de
uitgekiende klimatiseringsinstallatie. Maar na enig aandringen klinkt het: “Van
alles wat ik doe, kom ik misschien het best tot mijn recht in mijn rol als
regisseur. Ik ben geen heel goede pianist, geen geniale liedjesschrijver, geen
briljante zanger, maar regisseren gaat me goed af. Ik vind het fijn om mooie
dingen te maken. Het maakt niet zoveel uit wat. Als het maar met een leuk team
kan. Als aan die twee voorwaarden niet wordt voldaan begin ik er niet aan.” Bij
de Hermitage zit het er volgens Van Empelen vanaf het begin in dat het iets
moois wordt. Er is een mooi gebouw, een doordacht plan van een goede architect
en een prachtige Russische collectie. Bij de aannemers heeft hij vooral gestuurd
op kwaliteit en toewijding. Er hoeft niet puur op prijs te worden gegund. Wat
niet wil zeggen dat de aannemers woekerwinsten maken. Ze hebben vooral een mooi
werk gemaakt. Dat betrekkelijk soepel verloopt omdat het bouwteam een groot
mandaat heeft en een slagvaardig bestuur. “Met net iets meer inspanning kun je
iets heel moois maken. Dat vind ik altijd een uitdaging. Ook bij het schrijven
van een liedje. Proberen om met de beperkingen er zoveel mogelijk uit te halen.”
Er schiet hem een voorval te binnen van een paar jaar terug. Was hij uitgenodigd
om als cabaretier de opening van een nieuwe bouwmarkt op te luisteren. Hij
schrok zich rot toen hij binnenkwam. Stalen hallenbouw van de ergste soort.
Beleefd als hij is, zei hij er niets van. Maar direct achter hem stapte Pim
Fortuyn binnen die minder schroom kende. Hij keek eens rond en zei daarna
luidkeels: “Wat een foeilelijk gebouw is dit!” Van Empelen kon daar weer handig
gebruik van maken in zijn sketch. “Want het was echt heel treurig. Terwijl er
met iets meer inspanning en slechts een fractie meer geld, iets moois van
gemaakt had kunnen worden. Dat moet je willen. Die visie moet er zijn.”

Loftuitingen

Dat is precies wat lukt bij de verbouwing van het voormalige verzorgingshuis
aan de Amstel. De loftuitingen over de gesmeerde operatie zijn niet van de
lucht. Ook het publiek reageert enthousiast. In zeven maanden tijd trekt het
700.000 bezoekers. Twee keer zoveel als waar het gebouw op is berekend en dat
eist zijn tol. Er moet nu veel worden geschilderd en hersteld. Het is zeker niet
de bedoeling dat elk half jaar te doen. Maar Van Empelen verwacht dat de hype
van de opening er nu wel af is. Verder moeten opleveringsgebreken worden
hersteld. De lichtinval wordt verbeterd, krimpscheuren worden afgesmeerd,
beschadigde glasplaten vervangen. Het bizarste vlekje dat nog moet worden
weggewerkt is een kleine afdekring voor de stangen waaraan de nieuwe trappen
zijn opgehangen. Een van die ringen is losgekomen en hangt nu 10 meter lager.
Maar hoe krijg je hem weer tegen het plafond op een plek waar geen kraan past?
Van Empelen bedacht dat er twee gaatjes in de ring worden geboord, waaraan
visdraadjes worden geknoopt. Daarna wordt de ring ingesmeerd met lijm waarna de
visdraden worden ingetrokken, door Van Empelens opvolger, een tengere dame die
net in de ruimte tussen de kapspanten past. Een onvervalste
houtje-touwtje-oplossing, zoals die soms nodig is in de bouw, maar die soms
alleen maar bedacht kan worden door een buitenstaander.

Lied

Of de cabaretier zich ooit heeft laten inspireren door de bouwheer? Van
Empelen heft meteen een lied aan over een timmerman, terwijl hij met zijn handen
met een denkbeeldig speelgoedhamertje tegen zijn stoelpoten slaat. Een act van
Don Quishocking uit de vroege jaren ’70. Om vervolgens te erkennen dat de tekst
niet van hem is en hij toen eigenlijk ook helemaal niet met de bouw bezig was.
En nee, hij heeft verder nooit een liedje of een sketch over iets in de bouw
geschreven. Het zijn dus toch twee gescheiden werelden; het theater en de bouw.
Zelfs in de persoon van Van Empelen.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels