nieuws

‘Duurzaamheid zit in de genen van nieuwe faculteit educatie’

utiliteitsbouw

‘Duurzaamheid zit in de genen van nieuwe faculteit educatie’

LIAG Architekten en Bouwadviseurs uit Den Haag ontwerpt het nieuwe gebouw voor de faculteit educatie van de Hogeschool Arnhem Nijmegen in Nijmegen. Het wordt het meest duurzame onderwijsgebouw van Nederland, zo laten architect Thomas Bögl en bouw- en kostenadviseur Arie Aalbers zien.

“De hogeschool, kortweg HAN, startte een Europese aanbesteding met de ambitie
de duurzaamste school van Nederland neer te zetten”, zegt Bögl. “Een goede
gedachte, maar duurzaamheid moet eigenlijk geen wedstrijd zijn. Het is een
noodzaak.” LIAG analyseert bij elk plan de locatie en bestemmingsplannen. “De
rooilijnen dwongen ons het gebouw een schop te geven, waardoor er een knik in de
noordvleugel komt”, lacht Bögl. “Het was mijn doel het gebouw in te bedden in de
omgeving en tegelijkertijd een landmark te creëren, als hét gezicht van de
hogeschoolcampus. Want de faculteit zal straks het poortgebouw naar het gebied
vormen.” LIAG heeft het gebouw ook ‘opgetild’, om het groen erachter te laten
zien. Het onderwijsgebouw moet ook duurzaam zijn voor de omwonenden. “Het komt
dicht op een rij villa’s uit de jaren dertig te staan”, verklaart Bögl. “Maar
het is niet de bedoeling dat een bouwvolume van 20 meter hoog het daglicht
wegneemt. Want dan zou in die villa’s het kunstlicht aan gaan en is het effect
van duurzaamheid meteen weer opgeheven. Daarom wordt de noordvleugel, die het
dichtst bij de huizen staat, getrapt uitgevoerd.” Bögl toont aan de hand van een
digitale zonnestudie op zijn laptop dat de Nijmeegse villa’s daardoor een
minimaal verlies aan daglicht hebben.

Geluidsbuffer

De getrapte noordvleugel krijgt groene daken die CO2 opnemen en
biodiversiteit bevorderen. Het levert een spannend contrast op met de
zuidvleugel, die juist flink uitkraagt. Bögl: “De uitkraging zorgt voor
schaduwwerking in de zonrijke vleugel. Daardoor warmt het gebouw niet te veel
op, maar komt er wel daglicht binnen.” Daarnaast fungeert het volume van de
uitspringende gevel als geluidsbuffer voor de achterliggende woningen. Volgens
Arie Aalbers van LIAG heeft het gebouw constructief twee lastige eigenschappen.
“In de eerste plaats zit er die knik in de vleugel. En een ander punt zijn de
uitkra-gingen. Ze worden gedragen door een stalen constructie die door
scheepsverbindingen stabiel in de kern is verwerkt.” De twee vleugels hebben elk
vier verdiepingen. Ze worden verbonden door een atrium met twee trappartijen die
ook als tribune kunnen dienen. Door grote glaspartijen zorgt de centrale hal
voor veel daglicht in het gebouw. En het atrium maakt de nieuwe faculteit
overzichtelijk, zo laat Bögl zien. Vanuit de grote hal kan men door het hele
gebouw kijken. In de vleugels en het centrale deel heeft LIAG een aantal ‘rotsen
in het landschap’ gecreëerd. “Dat zijn blokken waarin de bijzondere functies
komen, zoals een sportzaal, collegezaal, dramalokaal en kantine. De daken van
die rotsen vervullen weer een rol in het studielandschap”, verklaart Bögl.

Warmtewisselaar

Duurzaamheid is volgens hem niet zo moeilijk. “De technieken zijn er al. Je
moet ze alleen toepassen.” LIAG zet in Nijmegen een keur aan technieken in,
zoals grijswatersystemen, C2C-materialen, led-verlichting, sensoren voor
verlichting en ventilatie en zonwering. De nieuwbouw krijgt een epc van minder
dan 0,5 door een warmtesysteem met aluminium buisjes in het beton. Door
betonkernactivering is het hele gebouw één grote warmtewisselaar. “De drielaagse
parkeergarage heeft een flinke betonmassa onder de grond”, legt Bögl uit. “De
grond houdt de lucht standaard op ongeveer 12 graden. Daardoor kunnen we ‘s
winters verwarmen en ’s zomers koelen zonder er energie in te stoppen.”
Daarnaast gebruikt LIAG de warmte van apparaten en mensen in het gebouw. “We
laten de betonconstructie open, zodat we de warmte kunnen opvangen en
verplaatsen. Dat maakt een energieneutraal gebouw voor een groot deel mogelijk.
We zijn het rendement van deze betonkernactivering nu aan het doorberekenen”,
zegt Aalbers. “Aanvullend onderzoeken we de mogelijkheden voor het plaatsen van
triple glass en pv-cellen.” Het opvangen van menselijke warmte heeft gevolgen
voor de indeling van het gebouw, voegt Thomas Bögl er aan toe: “In de
noordvleugel waar minder zon komt, bevinden zich de leslokalen. In de sterker
belaste zuidvleugel komen minder mensen. Hier zijn de kantoren gehuisvest. Beide
vleugels zijn flexibel in te delen binnen stramienmaten.” “Duurzaamheid zit in
de genen van het gebouw”, kwalificeert Aalbers. “Maar dat impliceert ook
duurzaamheid in het bouwproces. We zijn nu al bezig met de realisatiefase. Zo
willen we de grond, die we weghalen voor de parkeergarage, hergebruiken in de
buurt. En we bekijken nu de logistiek. We weten dat er twee bouwkranen nodig
zijn en waar die komen te staan. De bouw wordt een lastige klus, want de
parkeerkelder staat precies op de kadastrale grenzen. Het gebouw bestrijkt het
hele bouwterrein.”

Schoonheid

LIAG bedacht tal van technische en logistieke oplossingen, maar liet de
weegschaal doorslaan naar “gezondheid en schoonheid, dat is de basis”, besluit
Bögl. “Kijk bijvoorbeeld naar wat daglicht doet met mensen. Daarin zie je de
impact van architectuur. Duurzaamheid zit ‘em vooral in de waardering door
gebruikers. Die moeten zich prettig voelen in het gebouw. Bovendien is het beeld
van een school bepalend voor iemands toekomst. Iedereen herinnert zich toch nog
precies de school waar hij of zij op heeft gezeten?”

Projectgegevens

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels