nieuws

‘Veel ontwikkelaars doen garage er een beetje bij’

utiliteitsbouw

‘Veel ontwikkelaars doen garage er een beetje bij’

Het zal menig automobilist zijn overkomen: op zoek naar een parkeerplek in een parkeergarage is alleen een smalle strook naast een flinke kolom nog over. Als na vijf keer steken de auto eindelijk staat, kan de deur niet meer open. Een parkeergarage is een functioneel gebouw, waar een automobilist zo snel en comfortabel mogelijk gebruik van wil maken. Maar sommige garages maken dat erg moeilijk.

“Heel belangrijk is om zo weinig mogelijk kolommen te hebben, dus veel open
ruimte”, zegt Ed Lodewijks, hoofdredacteur van De Kampioen. Het ANWB-ledenblad
deed voor de nieuwste editie een test van Nederlandse parkeergarages, en
ontdekte dat er nog veel te verbeteren valt. “Veel daarvan is eigenlijk
cosmetisch: een goede verlichting voor een betere veiligheid, goede
bewegwijzering, bewaking en voorzieningen.” Maar verbetering wordt lastiger
wanneer een garage gewoon verkeerd is gebouwd. Lodewijks: “Kolommen staan soms
op rare plekken, er is te weinig ruimte tussen de parkeerrijen, te krappe
plekken, slechte scheiding van verschillende verkeersstromen met voetgangers. En
dan heb je nog de steile hellingen. Ik was laatst in een parkeergarage in Den
Bosch met hellingen van 19 procent. Als je daar plotseling moet remmen, heb je
een caravantraining nodig om die helling weer op te komen. Wat ontwerpers
kennelijk vergeten, is dat niet iedereen een topchauffeur is.” Wim van der Heide
werkt bij Grontmij Parkconsult en is tevens vice-voorzitter van parkeerplatform
Vexpan. Hij heeft wel een verklaring voor de slechte ontwerpen. “Het probleem is
eigenlijk dat veel ontwikkelaars het er een beetje bij doen. Dat was zeker
vroeger het geval. Inmiddels gaan steeds meer partijen de waarde inzien van een
goed ontwerp, maar er worden ook nog steeds verkeerde parkeergarages gebouwd. De
garage is vaak het extra onderdeel onder de grond. Het hoofddoel van het project
is het gebouw dat daarboven staat. Maar juist het ontwerp en de randvoorwaarden
van dat gebouw bepalen de mogelijkheden van de parkeergarage.” “Het is
natuurlijk wel zo dat we in Nederland met flink wat verouderde parkeergarages
zitten. Maar die zijn wel voor dertig tot veertig jaar gebouwd en vaak moeilijk
aan te passen. En vergeleken met twintig jaar geleden zijn de auto’s breder en,
niet te vergeten, de portiers dikker geworden. De oude parkeerbreedte voldoet
dus niet meer. Die normering gaat ook binnenkort veranderen.”

Specialisme

Volgens Van der Heide moet ook de ontwikkeling van een parkeergarage als
specialisme worden toegevoegd in het bouwproces. “Mensen weten vaak niet hoe
complex het ontwerp van een parkeergarage kan zijn. Het is nodig om daar in een
zeer vroeg proces specialisten bij te halen.” Veel grote bouwbedrijven als
Ballast Nedam en Heijmans hebben zelf specialisten in dienst, maar Van der Heide
vindt dat mensen met specialistische kennis nog eerder in het bouwproces aan bod
moeten komen. “Het zou het best zijn als specialisten al bij het
stedenbouwkundig traject worden betrokken. Die hebben vaak een beter inzicht in
de te verwachten verkeersstromen en de vraag hoeveel plekken er eigenlijk nodig
zijn. Een van de meest gemaakte fouten is dat parkeergarages te groot zijn.
Bijvoorbeeld een complex van seniorenwoningen waar een parkeernorm van2,1 auto
per woning wordt aangehouden. Dan zit je ineens met een hoop lege plekken.” De
parkeergarage die het best uit de Kampioen-test kwam was Mosae Forum in
Maastricht. Niet helemaal verrassend, want die garage won ook al eens een
Europese prijs in 2007. De garage, gebouwd door Volker Wessels, wordt beheerd
door exploitant Q-Park, die drie parkeergarages uit de Kampioen-topvijf onder
zijn hoede heeft. Q-Park was al vanaf het begin betrokken bij het ontwerp van
het gebouw. Dat heeft bijgedragen aan het succes, meent corporate director real
estate Karel Brouns van Q-Park. “Wij beheren in een groot deel van Europa
parkeergarages. In Nederland alleen al gaat het over een paar honderd. Dus wij
weten hoe een goede parkeergarage eruit moet zien.” Brouns zou graag zien dat
een partij als Q-Park zo vroeg mogelijk bij het ontwerp betrokken wordt. “Zelfs
als wij de uiteindelijke exploitatie niet gegund krijgen, willen we graag
meedenken over de vormgeving. Dat gebeurt ook steeds vaker, en wordt zeker op
prijs gesteld.” Voor een exploitant is het soms lastig om de eigen ideeën naar
voren te brengen. Vaak stapt een exploitant pas in als het definitief ontwerp al
is afgevinkt, of wanneer het gebouw al staat. Brouns: “Wij proberen de
parkeergarages toch zoveel mogelijk aan te passen aan onze eisen en voorwaarden.
Maar als het echt niet gaat, als het slecht is voor onze klanten, dan doen we
het niet.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels