artikel

Renovatie van B30: de evolutie van een Rijksmonument

utiliteitsbouw 79

Wie B30 binnentreedt, ziet bij binnenkomst een weids foyer. Een metersbrede draaideur biedt toegang tot een sierlijke binnentuin. Bedoeling is dat alle ambtenaren en wetenschappers hier en in de rest van het imposante gebouw gaan samenwerken. B30 is na de renovatie namelijk een broedplaats waar planbureaus als CPB, SCP, PBL, de Raad voor de Leefomgeving Infrastructuur en Autoriteit Persoonsgegevens elkaar ontmoeten. Tezamen vinden ze inspiratie en prikkelen ze tot politiek debat en wetenschappelijke inspiratie.

Renovatie van B30: de evolutie van een Rijksmonument
B30 aan de Bezuidenhoutseweg in Den Haag ©Karin Borghouts

“B30 moet die overheidsinstanties bij elkaar brengen en is als gebouw een eenheid”, aldus Pieter-Jan van Hooijdonk, directeur PPS en DBFMO bij Facilicom Solutions. “De groene binnenplaats staat midden in de stad, maar vormt ook een geheel met het Haagse bos bij Bezuidenhout. Wij wilden van B30 een plezierige plek maken voor ambtenaren en wetenschappers om in te werken.”

B30 heeft daarom ook vele flexplekken waar ambtenaren zelf bepalen hoe ze hun werkzaamheden uitvoeren. Dit Nieuwe Werken is ook in B30 de trend. Desondanks blikt Van Hooijdonk wel op deze ontwikkelingen vooruit. “Stel dat over een aantal jaren de behoefte afneemt om telkens van werkplek te wisselen, dan is B30 daar ook op ingericht.” Ook nu is het mogelijk voor een ambtenaar om zich af te zonderen en in alle rust aan de slag te gaan.

Exploitatie voor langere periode

Facilicom moet bij de renovatie wel vooruitblikken op de komende drie decennia, omdat zij het gebouw voor zo’n lange periode exploiteert. Facilicom werkt volgens de principes van DBFMO (Design, Built, Finance, Maintenance en Operate). Samengevat betekent deze afkorting dat Facilicom niet alleen de bouw van een gebouw realiseert, maar vervolgens een exploitatiecontract afsluit voor een langere periode.

“Dat is een groot verschil met wanneer je een renovatie alleen maar uitvoert zonder exploitatiecontract. Want dan lever je af en stopt de verhouding met de opdrachtgever”, aldus Van Hooijdonk: “Bij DBFMO voer je ook het onderhoud uit dus ben je op een andere manier kostenbewust. Bij exploitatie benader je kosten op de lange termijn. Dure investeringen zijn dan ook gemakkelijker te verantwoorden, omdat je ze over zo’n lange periode terug kunt verdienen.”

In regel sluit Facilicom deze DBFMO-contracten vooral af met (semi)overheidsgebouwen die zij in hun portefeuille heeft. Dat doet zij bewust. Van Hooijdonk licht dat toe: “Dit is een Publiek Private Samenwerking (PPS) waarin wij uitgaan van een termijn van 30 jaar. En van de overheid weet je zeker dat die er over zo’n lange tijd nog bestaat.”

Renovatie en puzzelen met belangen

Het is al een uitdaging om bij een renovatieproject zo ver in de toekomst te kijken. Maar Facilicom moest ook nog het “evenwicht behouden tussen meerdere belangen”. Dat herinnert Van Hooijdonk zich dan ook: “Wij wilden en moesten enerzijds het nieuwe ontwerp van Kaan Architecten eerbiedigen. Maar wij moesten ons ook verantwoorden tegenover een monumentencommissie. Alles draaide om samenwerking en afwegen. Daarin zijn wij gelukkig wel geslaagd.”

Tussen het gepuzzel van de belangen door kwam Van Hooijdonk soms verrassingen tegen: “Ineens zie je monumentale delen. Dat betekent dat je toch in overleg moet met de andere partijen zoals de monumentencommissie. Of we kwamen erachter dat de monumentale dakgoten moesten worden gerenoveerd vanwege zwamvorming. Dat doe je bij een monument ook niet zomaar, dus dat gebeurde onder toezicht van die commissie.” Een gespecialiseerde partij van dakrenovaties bij monumenten, namelijk Burgy uit Leiden voerde dit uit.

De renovatie van het B30-gebouw daagde ook technisch projectleider Eric Derksen, Facilicom/Breijer uit om meerdere ballen in de lucht te houden. Hij loopt door de lange gang tussen de foyer en het atrium. Op de vraag hoe hij tijdens de bouw rekening hield met duurzaamheid wijst Derksen ad rem op de houten vloer in de hal: “Je weet waar dit hout van de vloer vandaan komt, want je bent er onderweg langs gelopen. Het is namelijk afkomstig uit het Haagse bos waar B30 op uitkijkt.”

Nostalgie en comfort

Het gebouw is voorzien van state-of-the-art techniek op gebied van luchtcirculatie. Maar dat moest wel worden gecamoufleerd om geen afbreuk te doen aan het monument.

Renovatie Den Haag

Interieur van B 30. Foto: Karin-Borghouts

Derksen wijst naar een rooster boven de deur. “Mensen zien deze houten versiering in de muur, die perfect past bij dit klassieke gebouw. Maar in werkelijkheid is dit camouflage voor een rooster waarmee de lucht de hal wordt ingeblazen.” Op hoog tempo zorgt deze voor de luchtstroom en conditie: “Toch voldoet dit systeem (afkomstig van OC Waterloo, een Europese fabrikant in luchtverdelingsapparatuur) aan de geluidsnormering.”

 

Stelde deze vermomde luchtcirculatie in de nostalgische hal Derksen al voor een uitdaging, de bovenste verdiepingen maakten de hele renovatie nog complexer. Want hoe realiseer je hier luchtcirculatie zonder een monument te verbouwen? Derksen: “De cassettes in het plafond op de derde verdieping horen bij het origineel. Hier bleven wij van af.” Het enige wat het projectbureau kon doen, was ventilatie- en elektriciteitsleidingen aanbrengen tussen de derde en vierde etage in de nieuwe tussenverdieping. Er moest wel goed naar de uitgangspunten van de installatie worden gekeken, zodat de luchteisen van het gebouw wel gewaarborgd bleven.

Contactdozen met nostalgische uitstraling

Het was bij de realisatie erg belangrijk dat B30 authentiek en monumentaal bleef. Hoe plaats je bijvoorbeeld wandcontactdozen zonder dat het nadelig opvalt in het monument? Derksen: “Om dat te voorkomen heb ik de contactdozen in het nieuwe meubilair geplaatst. In overleg met de monumentale architecten hebben we voor contactdozen en afwerking met een nostalgische uitstraling gekozen.” Hij wijst op een kast in het midden van een kamer op de vierde verdieping.

Wie goed kijkt, ziet dat de kast met de stopcontact van boven schuin afloopt. Facilicom deed dat bewust. Van Hooijdonk: “Mensen zijn dan minder snel geneigd om wat op de kast te leggen dat stof aantrekt. Dus kost het de schoonmaker minder tijd om het te onderhouden. Reken maar uit hoeveel dat bespaart aan onderhoudskosten over 30 jaar.”

Het duurde 2,5 jaar, maar Facilicom is uiteindelijk trots en kijkt terug op een geslaagde renovatie. “We moesten een goed evenwicht vinden tussen elkaars belangen”, aldus Pieter-Jan van Hooijdonk: “Ik weet hoeveel energie en inspanning er in dit project is gestopt. Maar uiteindelijk is dit een fantastisch omgeving geworden om in te werken. Ik ben ook wel een beetje jaloers op de eindgebruikers van dit pand.”

Dit artikel verscheen in de Cobouw Special Renovatie & Transformatie.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels