artikel

‘De Kuip verdient een goed ontwerp’

utiliteitsbouw Premium

‘De Kuip verdient een goed ontwerp’

Een artist’s impression is geen goede basis om een icoon te bouwen. Dan spring je te vroeg door naar het eindresultaat, vindt Patrick van der Klooster. Partijen moeten gezamenlijk een ontwerpproces doorlopen. Zij komen dan nader tot elkaar.

Vorige week maakten voetbalclub Feyenoord, stadion Feijenoord en bouwbedrijf BAM bekend dat er een streep is gezet door de vernieuwing van de Kuip. Een verschil van negen miljoen euro bleek uiteindelijk onoverbrugbaar, zo luidde de verklaring.

Mijn stelling is dat zelfs een verschil van slechts een miljoen al tot een breuk zou hebben geleid. Want de drie partijen waren weliswaar te gast op een en hetzelfde verjaardagspartijtje, ze hadden weinig tot niets met elkaar te bespreken. En dat is een rechtstreeks gevolg van de keuze om samen te werken op basis van slechts een eenvoudige artist’s impression.

Hoe anders ging het bij dat andere iconische Rotterdamse bouwproject, de Erasmusbrug. Daaraan ligt een bijzonder krachtig ontwerp ten grondslag, als resultaat van een even intensief ontwerpproces. Het ontwerp van de Erasmusbrug maakte voor iedereen in één oogopslag duidelijk wat de potenties van de Kop van Zuid waren en welke belangen en ambities er voor de gemeente, Rijkswaterstaat en de RET op het spel stonden. Alleen vanwege het feit dat al die partijen hun bijdrage aan het ontwerpproces hebben kunnen leveren en alle verschillende belangen en behoeftes vervolgens in het uiteindelijke ontwerp ook daadwerkelijk aan elkaar zijn gekoppeld, kon de Erasmusbrug uitgroeien tot een icoon.

Dat effect bereik je niet als je met elkaar aan tafel schuift op basis van een artist’s impression. Want daarmee worden de gesprekken gevoerd op basis van het beoogde eindresultaat en een vooraf geformuleerde business-case, en niet op basis van uiteenlopende ambities en belangen. In het kader van een ontwerpproces vinden die betekenisvolle gesprekken wél plaats: wat willen we bereiken, voor wie doen we het, wie doen er allemaal mee, en wie gaat wat betalen? Door gezamenlijk een ontwerpproces te doorlopen komen partijen nader tot elkaar, ontstaat begrip voor elkaars positie, en wordt uiteindelijk ook gekozen voor een ontwerp, waarin het hele krachtenveld samenkomt. Die aanpak levert een icoon op.

Wie daarentegen een artist’s impression als uitgangspunt neemt voor de bespreking van een project, springt te vroeg door naar het eindresultaat. En onderschat dus feitelijk de functie én de kracht van het ontwerpproces. Dat is voor mij een belangrijke reden dat bouwer, club en stadion er met de verbouwing van de Kuip niet uit konden komen. Natuurlijk zijn zij er niet in geslaagd om een project te formuleren waarmee de gezamenlijke belangen zijn gediend. Die belangen zijn niet bij elkaar gebracht, laat staan dat ze werden herkend.

Het is alleen maar te hopen dat een nieuwe onderhandelingsronde over de nieuwbouw of vernieuwbouw van de Kuip wel op de juiste wijze wordt aangevlogen. Mijn advies: breng als eerste de betrokken partijen en hun specifieke deskundigheid bij elkaar. Leg de diverse belangen en ambities duidelijk op tafel, en ga vervolgens met elkaar in discussie over het ontwerp. Liefst onder leiding van een krachtige bouwheer, die niet zijn eigen zin doordrukt, maar echt in staat is om een door alle partijen gedragen ontwerp te maken, dat ook in de volgende fases van het realisatieproces voortdurend zijn bindende rol kan vervullen.

En ga vooral niet bij voorbaat zeggen: de Kuip is een icoon en daarom is het belangrijk en moeten we dit doen. Want een icoon is slechts de materialisering van de kwaliteit van het ontwerpproces dat eraan vooraf is gegaan.

Patrick van der Klooster, directeur AIR, Architectuur Instituut Rotterdam

Reageer op dit artikel