artikel

Volop werk voor de bouw in de zorg

utiliteitsbouw

Volop werk voor de bouw in de zorg

De capaciteit van zorg voor ouderen wordt afgebouwd, terwijl het aantal ouderen groeit en die worden gemiddeld ook nog eens ouder. Hier ontstaan interessante kansen voor nieuwe productmarktcombinaties, aldus George Müller.

De media buitelen de laatste tijd met artikelen over de zorg over elkaar heen. Verzorgingshuizen sluiten door het gevoerde overheidsbeleid gedwongen de deuren. Feit is dat de kosten voor de zorg in de afgelopen jaren flink zijn gestegen. En omdat Nederland vanuit internationaal perspectief bezien relatief veel intramurale instellingsplaatsen heeft, is een van de overheidsmaatregelen om ouderen met een lichte zorgbehoefte langer thuis te laten wonen. Daarvoor wordt de AWBZ-vergoeding voor wonen in een verzorgingshuis in rap tempo afgebouwd. Tegelijkertijd is er ook sprake van positieve berichtgeving. Zo voorspelt het EIB in zijn onderzoek ‘Bouwen voor de Zorg’ bijvoorbeeld een groeiende vraag naar zorgvastgoed.

En ook Woonzorg Nederland (‘s lands grootste zorghuisvester) concludeerde onlangs nog dat er volop kansen zijn voor bestaande verzorgingshuizen.

Kortom, dat de bouwsector de zorgsector nu als werkgebied moet vergeten voert veel te ver. Sterker nog, de demografische trend laat zien dat de vraag naar zorg door de vergrijzing de komende jaren zelfs fors zal stijgen. Dit staat dus los van het bezuinigingsbeleid van de overheid om het wonen in een verzorgingshuis af te gaan bouwen. Juist in een tijd waar enerzijds de capaciteit wordt afgebouwd terwijl de markt anderzijds groeit, ontstaan interessante kansen voor nieuwe productmarktcombinaties.

Maar dan moet er wel wat met het huidige zorgvastgoed gebeuren. Twee strategieën liggen dan het meest voor de hand: renovatie/transformatie en vervangende nieuwbouw. Uit een recent onderzoek, dat in opdracht van de Energiesprong door TNO is uitgevoerd, blijkt dat de eerste strategie vooral voor zorggebouwen uit de periode 1990-1995 interessant is. Deze gebouwen zijn vaak nog niet gerenoveerd maar zijn wel geschikt om zwaardere zorg in te verlenen of om te bouwen tot zelfstandig te verhuren appartementen. Vervangende nieuwbouw kan interessant zijn voor hele oude panden (voor 1965) of voor panden uit de periode van 1980-1984. Renovatie is voor deze gebouwen vaak geen kosteneffectieve optie. Bij de Energiesprong schatten we in dat er landelijk zo’n tweehonderd gebouwen van de eerste categorie zijn en liefst zo’n 325 van de tweede. Werk aan de winkel voor de sector dus.

Energieverbruik

Tegelijkertijd vraagt u zich wellicht af wie deze transformatie moet financieren, nu corporaties en banken het steeds vaker af laten weten. Dan is het fijn om te weten dat het energieverbruik van deze zorggebouwen uitzonderlijk hoog is. Een aanpak waarbij de transformatieopgave wordt gecombineerd met een forse energiereductie kan daarom mede worden gefinancierd vanuit de bestaande energiebudgetten. Zo tekende zorginstelling Amstelring bijvoorbeeld onlangs een meerjarenprestatiecontract met een consortium voor de renovatie, het beheer, onderhoud én de financiering van negen zorggebouwen.

Voor andersdenkenden zijn er dus volop kansen in het zorgvastgoed. En als u wilt weten met welke vragen zorginstellingen nu zitten, moet u eens een kijkje nemen op www.kansenvoorzorgvastgoed.nl

Ir. George Müller MRE, zelfstandig zorgvastgoedspecialist en programmamanager zorgvastgoed bij de Energiesprong van Platform31

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels