artikel

Bouw en zorg moeten eens écht lef tonen

utiliteitsbouw Premium

In de zorgsector is er nog een wereld te winnen als het gaat om het energiezuiniger maken van het vastgoed. Slechts mondjesmaat dringt het volgens Harmke Bekkema, programmamanager Energiesprong Zorgvastgoed, tot zowel de zorg- als de bouwsector door, dat men op dat vlak iets voor elkaar kan betekenen. Het wordt in haar ogen tijd dat bouw én zorg eens echt lef gaan tonen.

Uit onderzoek blijkt dat de energierekening in de zorg met een kwart naar beneden kan. Dat levert een besparing op van 115 miljoen euro. Geld dat de zorgsector zeker in deze tijden goed kan gebruiken. Daarvoor moet het vastgoed natuurlijk wel flink worden aangepakt. In veel gevallen kan de energierekening worden ingezet om de huisvesting duurzamer en daarmee energiezuiniger te maken. En het is zelfs mogelijk om daarmee op termijn naar ’ nul-op de meter’ te gaan. Veel zorginstellingen vinden het echter lastig om voor de lange termijn beslissingen over het vastgoed te nemen. Zeker als zij op korte termijn het volume van zorg telkens zien wijzigen.

Toch is dat geen reden om op de handen te blijven zitten. Want behalve het energiezuiniger maken van het vastgoed gaat het vaak ook om comfortverbetering voor zowel bewoners als het verzorgend personeel. In dat licht bezien is het bijzonder dat juist het onderhoud en beheer en daarmee de kwaliteit van de woon- en zorgomgeving door veel zorginstellingen als sluitpost worden gezien, terwijl het de kern van de dienstverlening is. Eerst zorg, dan een hele poos niks en dan de rest. Logisch, maar ook wat betreft langetermijnvisie niet zo slim.

Kortom, het draait om een integrale benadering van vastgoed en het stellen van heldere doelen. Brabantzorg bijvoorbeeld heeft het duurzaam omgaan met mens en planeet tot in de vezels van de organisatie gebracht. Zo worden automatisch vanuit dit principe duurzame beslissingen voor de lange termijn genomen. En dat is niet alleen bedrijfsmatig slim, het geeft de bewoners en medewerkers van de organisatie veel meer werk- en woonplezier. De uiteindelijke integrale verduurzaming van het vastgoed kan bij marktpartijen, consortia van bouwers, energiebedrijven en installateurs worden gelegd. Concreet voorbeeld daarvan is natuurlijk Amstelring dat de komende jaren negen zorgcentra gaat verduurzamen. Door deze aanpak heeft Amstelring in 2033 zo’n 20 miljoen euro op de energierekening bespaard. Tijdens een bijeenkomst zei een vertegenwoordiger van Amstelring onlangs: “Het gaat niet gemakkelijk maar ik zou deze reis niet willen missen.”

Wat heb je nodig om een deuk in een pakje boter te slaan als het gaat om verduurzaming: lef, visie, een langetermijnstrategie en uiteraard solide partners om de gestelde doelen te bereiken. En dat laatste legt ook een claim bij bouwpartijen. Zij moeten immers uit hun aloude rol van aannemer stappen. Het ‘u-wenst-en-wij-draaienprincipe’ is in deze opgave namelijk niet langer wenselijk. De bouwpartijen moeten met kant-en-klare oplossingen inclusief prestatiegarantie komen en daarmee de zorgsector helpen bij het verduurzamen van het vastgoed. Inderdaad, ook daar is lef voor nodig om buiten de gebaande paden te treden. Maar voor beide sectoren geldt: die niet waagt, die niet wint. Stilstaan is geen optie.

Harmke Bekkema, programmamanager Energiesprong

Reageer op dit artikel