artikel

School als verbindend element met omgeving

utiliteitsbouw

School als verbindend element met omgeving

“Een school vormt steeds meer een actief ontmoetingspunt in de wijk of in het dorp en biedt aan vele maatschappelijke instellingen onderdak”, aldus het juryrapport van de Scholenbouwprijs 2013. Robbert Coops las het.

Verbindingen vanuit het onderwijskundige programma, de ruimtelijke verbindingen in het gebouw zelf en de verbindingen tussen de gebruikers onderling en vooral ook met de omgeving zullen optimaal moeten zijn. En blijven. Dat is voor opdrachtgevers, maar zeker ook voor de bouwsector een deels nieuwe benadering in de onderwijshuisvesting.

Sinds twintig jaar bepaalt een onafhankelijke jury van deskundigen op het gebied van onderwijs, architectuur en bouw om het jaar welk project het predicaat ‘Scholenbouwprijs’ mag dragen. Een goed initiatief van ICSadviseurs en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, want het levert elke keer discussie, kennis en ervaring op die de kwaliteit van de onderwijshuisvesting ten goede komt. En dat is – zeker in een tijd van bezuinigingen en decentralisatie – gewenst omdat gemeenten en schoolbesturen voor de niet eenvoudige uitdaging staan om goede, betaalbare, duurzame en multifunctionele onderwijsgebouwen of brede scholen te realiseren. Scholen vormen een onderdeel van maatschappelijk vastgoed dat niet alleen gebruikt, onderhouden en beheerd wordt, maar ook nog eens geëxploiteerd dient te worden. Directies en bestuurders zijn in dat opzicht maatschappelijk ondernemers die zich niet alleen bemoeien met achterstallig onderhoud, ondeugdelijk meubilair of het slechte binnenmilieu. Maar die zich professioneel bezig moeten houden met waardecreatie en ondernemerschap in een complexe en dynamische omgeving. Dat is nog wel even wennen trouwens, want vaak blijken schoolbesturen en gemeenten zich ongemakkelijk te voelen in hun functie als professioneel opdrachtgever.

Dat er sinds de uitreiking van de eerste Scholenbouwprijs veel veranderd is, moge duidelijk zijn. Toen bepaalde de centrale overheid hoe er tegen welke voorwaarden en prijs werd gebouwd. Daartoe was o.a. het gedetailleerde Londo-stelsel ontwikkeld. Kosten en kostenverdeling bij nieuwbouw waren de dominante factoren.

Nu ligt dat anders. Een onderwijskundig programma van eisen zet de toon – ook bij renovatie of hergebruik van een bestaand gebouw – terwijl de fysieke integratie met het publieke domein min of meer vanzelfsprekend is geworden. Opvallend is ook dat opdrachtgevers nu bereid blijken te zijn kritisch het eigen bouwproces achteraf te beoordelen. Want zo blijkt uit onderzoek naar het binnenmilieu op scholen dat eigenlijk pas na een jaar of vier na oplevering verbeteringen kunnen worden aangebracht, die ook in het kader van de jurering meegewogen dienen te worden. Dat is – mede op verzoek van de vorige rijksbouwmeester Liesbeth van der Pol – dan ook gedaan.

Dat de mytylschool Gabriel Kinderexpertisecentrum Atlent in Den Bosch uiteindelijk de winnaar in 2013 van de tiende Scholenbouwprijs is geworden is natuurlijk mooi voor de winnaar. En dat geldt ook voor de winnaars uit het voortgezet onderwijs aan wie vier innovatieprijzen werden uitgereikt door staatssecretaris Dekker van OCW. Maar misschien wel veel belangrijker is de constatering dat de enthousiaste opdrachtgevers niet alleen professioneler en verantwoordelijker zijn geworden maar ook nog eens ongelooflijk trots zijn op hun nieuwe of vernieuwde school, getuige de bijna 220 aanmeldingen en 160 compleet gedocumenteerde projecten – een record! – die voor deze prijs zijn ingediend en door de jury zijn beoordeeld. Dat enthousiasme leidt tot “onderwijs als verbindend element in een veranderende samenleving, als een duurzame drager voor programma, bouw en exploitatie”. En tot een mini-vorm van gebiedsontwikkeling 2.0.

Drs. Robbert Coops Sociaal geograaf en werkzaam bij Schinkelshoek & Verhoog (r.coops@schinkelshoekverhoog.com)

Onderwijskwaliteit en verbindingen; scholenbouwprijs 2013, ICSadviseurs, Amsterdam, 2013, ISBN/EAN 978-90-778-6624-5, 84 blz.; zie ook www.scholenbouwprijs.nl en ‘Schooldomein’, jrg. 26, nr. 2

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels