artikel

Nederland is af

utiliteitsbouw Premium

Nederland is af

Nico de Vries, bestuursvoorzitter BAM, is volgens Cobouw “allesbehalve optimistisch” over de toekomst van de Nederlandse bouwmarkt. Dat geluid wijkt af van optimistische geluiden van profeten die “de bodem” zien en spreken van “voorzichtig herstel”.

Een beetje optimisme kan geen kwaad in dit land van mopperaars en sombermannen, maar ik ben bang dat De Vries gelijk heeft. We hebben van alles genoeg: winkels, zwembaden, zorginstellingen, scholen, hotels, kantoren, bedrijfsterreinen en op veel locaties woningen. In die markten en op die plekken is er voldoende aanbod, ook al zal soms wat verbouwd of aangepast moeten worden.

Slechts op een aantal plekken doen winkels of kantoren het nog goed. En zelfs daar blijft het kwetsbaar. In Amsterdam investeren particulieren fors in de herontwikkeling van Damrak en Rokin. Over het Rokin is iedereen in Amsterdam enthousiast, maar niemand had erop gerekend dat een icoon als Maison de Bonneterie (dat stond voor high end retail) zou moeten sluiten voordat Marks and Spencer zou openen. Voor woningbouw geldt hetzelfde. Mondjesmaat op specifieke locaties is aanbod bepalend, terwijl voor de meeste locaties geldt dat sprake is van een vragersmarkt.

En nieuwe markten? Zijn die er dan niet? Bouwen van datacentra is een relatief nieuwe activiteit, net zoals aanleggen van windparken of ontwikkelen van campusachtige voorzieningen voor studenten in de koopsector. Maar dat gaat om nichemarkten. Een scenario van “voorzichtig herstel” lijkt me dan ook niet voor de hand te liggen. Die terugkeer naar de tijden van weleer (dat is de werkelijke betekenis van herstel), zit er niet in. We krijgen structureel te maken met een kleinere bouwsector, gespecialiseerd in onderhoud en herontwikkeling enerzijds en series van één in de nieuwbouw anderzijds. Niets mis mee, toch?

Lenny Vulperhorst, adviseur Andersson Elffers Felix Utrecht l.vulperhorst@aef.nl

Reageer op de column via mail of twitter.com/cobouwNL

Reageer op dit artikel