artikel

Cultuursector scoort met hergebruik

utiliteitsbouw

Cultuursector scoort met hergebruik

Als er één sector is die bestaande gebouwen succesvol hergebruikt, dan is het wel de culturele sector. Met beperkte financiële middelen worden oude, afgeleefde panden getransformeerd tot karaktervolle hotspots die vaak méér kwaliteit hebben dan nieuwbouw ooit zal kunnen krijgen. Laat de vastgoedsector daarvan leren, betoogt Remko Wiltjer.

In juni is in Dordrecht Het Energiehuis geopend. Het theatercomplex is gebouwd in een oude energiecentrale uit het begin van de vorige eeuw. Daarbij is het industriële karakter volledig behouden. Zo zijn de schitterende stalen spanten in het zicht gelaten. Oud en nieuw vormen samen een architectonische pas de deux die in nieuwbouw onmogelijk zou zijn. Modern theatercomfort en robuuste eerlijkheid gaan hand in hand. Het Energiehuis is het zoveelste succesvolle voorbeeld van hergebruik in de culturele sector. Een belangrijke reden waarom juist déze sector vooroploopt, is dat de financiële middelen er altijd al karig waren. Schouwburgen, theaters en poppodia zijn gewend iedere euro eerst een paar keer om te draaien voordat ze ’m uitgeven. Dat stimuleert de creativiteit die nodig is om bestaande gebouwen te transformeren. Maar behalve creativiteit is er nóg een ingrediënt onontbeerlijk, namelijk het besef dat de bestaande kwaliteiten en mogelijkheden van een gebouw het uitgangspunt moeten zijn. ‘Wat kan er’ moet leidend zijn in plaats van ‘wat willen we’, zoals bij nieuwbouw het geval is. Hergebruik vraagt dus om een radicaal andere aanpak. Tegelijkertijd legt het de existentiële vraag bloot wat nu precies ‘kwaliteit’ is.

Neem stadion De Kuip. Als er toch gekozen wordt voor nieuwbouw, zal het vast een fantastisch stadion worden, een icoon met alles erop en eraan. Met een schitterende afwerking en mooie materialen. Een stadion dat dus ook veel geld zal kosten. Maar een ingrijpende renovatie kan minstens zoveel kwaliteit opleveren, misschien wel méér en voor een substantieel lager bedrag. Het zal alleen een andersoortige kwaliteit zijn, zoals een nieuwe auto en een oldtimer ook elk hun kwaliteiten hebben. Gebruikmaken van een bestaand gebouw geeft niet alleen een fysiek omhulsel dat je niet meer hoeft te maken en dat dús flink in de kosten scheelt, het geeft ook historie, karakter en architectonische en stedenbouwkundige waarde. Die kwaliteiten worden overigens vaak niet direct herkend. De eerste keer dat wij in ons huidige kantoor stonden, was het een verlaten oude fabriekshal die menigeen in een oogwenk tegen de vlakte zou hebben gegooid. Door deze met alle onvolkomenheden intact te laten, en er nieuwe onderdelen aan toe te voegen, is het een toonbeeld van succesvol hergebruik geworden, zo blijkt uit de vele onderscheidingen, publicaties en bezoekers.

Overigens wil dit niet zeggen dat als je een bestaand gebouw een nieuwe start geeft, het automatisch ook kwaliteit en karakter krijgt. Ook in hergebruik kun je het goed en slecht doen. Maar dat ligt dan niet aan hoeveel geld je meebrengt, maar aan de creativiteit die je aan de dag legt in het slim gebruiken van de technische en ruimtelijke mogelijkheden van een pand. Zo zijn in Het Energiehuis de zwaardere functies dáár geplaatst waar de bestaande fundering eenvoudig en goedkoop versterkt kon worden. Andere, lichtere functies zijn juist boven de oude houten paalfundering geplaatst. Pas het gebouw dus niet aan op je plannen, pas je plannen aan op het gebouw. Veel meer dan nu kunnen bestaande, ‘gewone’ panden dan met relatief beperkte financiële middelen aan een tweede leven beginnen – een leven waaraan nieuwbouw niet kan tippen.

Ir. Remko Wiltjer, constructief ontwerper en directeur-eigenaar van IMd Raadgevende Ingenieurs, Rotterdam (r.wiltjer@imdbv.nl)

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels