artikel

Vele meters interieur moeten ook duurzaam

utiliteitsbouw Premium

Vele meters interieur moeten ook duurzaam

Voor gebouwen bestaan verschillende duurzaamheidslabels, maar voor het interieur nog niet. Toch zijn er redenen waarom het interieur een steeds belangrijkere rol speelt bij het verduurzamen van de bouw, weten Diederik Fokkema en collega’s.

Bijna 8 miljoen vierkante meter kantoorruimte staat leeg, energierekeningen van oudere panden zijn onbetaalbaar, de bereikbaarheid per openbaar vervoer telt steeds zwaarder mee. De crisis versterkt de roep om duurzaamheid. Vooral (semi)overheidsinstanties stellen steeds hogere eisen aan een visie daarop bij de aanbesteding en op concrete maatregelen in de uitvoering daarna.

Greenwashing

Duurzame bouw is echter een glibberig begrip. Niet voor niets bestaat de term greenwashing: het verkopen van een oude werkwijze, voorzien van een pr-sausje duurzaamheid. Om duurzaamheid meetbaar te maken zijn verscheidene labels in omloop, zoals cradle-to-cradle, Energielabel, Leed en Breeam. Voor opdrachtgevers is een goede score een belangrijke motivatie om te investeren.

Vooral het Engelse Breeam beleeft de laatste jaren een groeispurt, dankzij de vertaling door het Dutch Green Building Council naar Nederlandse normen. Met het totaallabel Breeam zijn verschillende facetten van een gebouw te bekijken, zoals energie, afval, materialen en exploitatie.

Geen interieureisen

Heel vreemd is, dat dit totaallabel zich alleen richt op het gebouw zelf en niet op het interieur. Er zijn nauwelijks interieureisen in opgenomen, laat staan dat er een apart label Breeam Interieur is. Je kunt bij wijze van spreken het hele interieur in plastic uitvoeren en toch met glans een Breeam Outstanding voor je kantoorpand in ontvangst nemen. Terwijl interieur een steeds belangrijker rol speelt bij het verduurzamen van de bouw.

Zo is de omloopsnelheid van een interieur veel hoger dan die van het exterieur. Voor het eerste wordt in de kantorenbouw uitgegaan van globaal 10 jaar, voor het tweede 30 jaar. Een interieur verdwijnt dus drie keer zo snel in de container. Redenen zijn (interne) verhuizingen, slijtage, men wil eens ‘iets nieuws’, maar ook veranderende opvattingen over werken.

Make overs

Ten tweede maakt de crisis de interieuropgave veel belangrijker. Organisaties besluiten langer in hetzelfde pand te blijven en het interieur een make over te geven. Bestaande gebouwen worden – soms tijdelijk – heringericht om leegstand te voorkomen. Ook krijgen leegstaande kantoorpanden een nieuwe inbouw, waardoor ze als studentenhuisvesting of tijdelijke kantoorruimte gebruikt kunnen worden.

Ten derde gaan overheidsinstanties en andere organisaties op grote schaal over op het Nieuwe Werken. Hierbij werken mensen steeds minder in individuele cellenkantoren en steeds meer in open ruimten. Kernbegrippen als ontmoeten, meervoudig ruimtegebruik en zonering brengen vrijwel altijd een volledig nieuwe inrichting mee.

Als groot architectenbureau wiens opdrachten voor driekwart bestaat uit interieurprojecten, ontwerpen wij gemiddeld zo’n 100.000 vierkante meter aan nieuw interieur per jaar. Een globale berekening leverde op dat we jaarlijks zo’n zeshonderd zeecontainers plafondplaten, twintig voetbalvelden vloerbedekking, 255 zeecontainers maatwerkmeubilair, 665 zeecontainers los meubilair en 2700 potten verf voorschrijven. Veel hiervan wordt binnen tien à vijftien jaar vervangen.

Groene make-up

Naast de materialen hebben ook de indeling van de plattegrond, het onderhoud, de tijdloosheid of juist de hipheid van de vormgeving en zaken als akoestiek, licht en lucht een belangrijke invloed op de duurzaamheid van een gebouw. Zo kan voor een ruimte die eerder wordt verbouwd dan andere, zoals een restaurant, een andere vormgeving en tijdelijke materialen worden gekozen. Maatwerkmeubilair kan demontabel worden ontworpen met materialen uit de omgeving in plaats van gelijmd. Plattegronden met overmaat hebben meer mogelijkheden om ze aan te passen aan veranderend gebruik, en het zoeken naar lichte en flexibele materialen en constructies biedt mogelijkheden voor het tijdelijk inrichten van leegstaande gebouwen.

Te vaak ketsen deze oplossingen echter af op gebrek aan een goede certificering of verzandt het in een soort groene make-up, terwijl aan het begin van het traject duurzaamheid wel als uitgangspunt is geformuleerd. Het is hoog tijd voor de ontwikkeling van een goed meetinstrument om ook de vele tienduizenden vierkante meters interieur duurzamer te maken.

Diederik Fokkema, Laura Atsma, Marieke van Schaaijk, Anna Chris Eikelboom en Estelle Batist van Fokkema & Partners Architecten, Delft

Reageer op dit artikel