artikel

Niet-professionele opdrachtgever kan kwaliteit scholen nekken

utiliteitsbouw

Nu het kabinet overweegt vanwege de financiële crisis sterk te gaan investeren in publieke projecten wordt in dat verband steeds vaker ook scholenbouw genoemd. Maar ook provincies en gemeenten willen na de aanstaande verkoop van hun Essent- of Nuonaandelen fors aan de slag met nieuwbouw of renovatie van scholen. Dat lijkt goed nieuws, maar bij niet-professioneel opdrachtgeverschap liggen maatschappelijke en economische desinvesteringen op de loer.

Om het jaar wordt de Scholenbouwprijs uitgereikt. Het is een initiatief van
ICSadviseurs in samenwerking met het ministerie van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschappen. De belangstelling voor het schoolgebouw is mede door de
publiciteit rond deze prijs fors toegenomen. Een school vormt de plek waar veel
maatschappelijke ontwikkelingen het eerste zichtbaar zijn en is daarom alleen al
van maatschappelijk en stedenbouwkundig belang. Onderwijs blijkt een zinvolle
partner bij kinderopvang, vroeg- en voorschoolse educatie, buitenschoolse opvang
en Centra voor Jeugd en Gezin. De traditie van deze prijs wil dat tijdens de
Nationale Onderwijstentoonstelling de winnaars bekend gemaakt worden. Zo ook dit
jaar toen staatssecretaris Sharon Dijksma de prijzen aan de vmbo-school Niekée
in Roermond en de brede school De Matrix in Hardenberg overhandigde. Volgens de
staatssecretaris vormt duurzaamheid op scholen een belangrijk thema. “Veel
scholen kampen met problemen rond klimaatbeheersing en CO2-uitstoot. De
gezondheid van kinderen moet voorop staan en bovendien beïnvloedt een gezond
leer- en leefklimaat de leerprestaties op een positieve manier”. Vandaar ook dat
de Scholenbouwprijs 2008 deze keer in het teken van duurzaamheid stond.

Er deden 139 scholen uit vooral het primaire en voortgezette onderwijs aan
mee, hetgeen inderdaad duidt op de toegenomen belangstelling voor aspecten als
passieve benutting van betonmassa voor verwarming en koeling,
daglichtafhankelijke regeling en aanwezigheidsdetectie, decentrale ventilatie
per ruimte, compacte bouwvorm, duurzaam materiaalgebruik, energieopslag met
warmtepomp, buitenzonwering of dikke isolatie. Al die bouwtechnische aspecten
komen bij de genomineerde en prijswinnende scholen in royale mate voor. Waar het
nu op aankomt is dat niet alleen bij het dagelijks gebruik en exploitatie, maar
ook in het onderhoud en beheer van deze onderwijsgebouwen de uitgangspunten voor
duurzaamheid een centrale sturingsrol spelen. Anders zijn alle aandacht en
investeringen eigenlijk voor niets geweest. De jury beoordeelde de ingediende
projecten uit het voortgezet onderwijs van hoge kwaliteit. Helder
opdrachtgeverschap, een goed uitgewerkte relatie met de architect en een goed
uitgewerkte visie van het onderwijskundige concept leidden tot veelkleurige en
veelvormige gebouwen. Dat heeft ook te maken met de in vergelijking met het
primair onderwijs grotere bestedingsruimte. Dat is eigenlijk vreemd, want juist
brede scholen of multifunctionele centra richten zich op verschillende
gebruikers die daar een langere tijd gebruik van maken. De jury – onder
voorzitterschap van oud-minister van VROM, Sybilla Dekker – pleit in het
juryrapport dan ook voor “een nieuw, vitaal opdrachtgeverschap van de gemeente,
die een leidende rol zou moeten spelen in deze complexe en samenhangende
projecten, waar gebiedsontwikkeling en maatschappelijke duurzaamheid hand in
hand gaan”. Zij vond dat de gescheiden geldstromen in dat opzicht tot problemen
leiden die vooral in de exploitatiefase snel zichtbaar worden.

Het duurzame schoolgebouw; kwaliteit en samenhang,

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels