nieuws

Sloopaannemer Schotte ontmantelt kolencentrale Borssele: “Nabijheid kerncentrale maakt project specifiek”

infra 584

Sloopaannemer Schotte ontmantelt kolencentrale Borssele: “Nabijheid kerncentrale maakt project specifiek”

De kolencentrale in Borssele is voor sloopaannemer Schotte niet de eerste centrale die het bedrijf samen met Meuva ontmantelt, en wat directeur Aad van Vliet betreft ook zeker niet de laatste. Maar het is wel de eerste die pal naast een werkende kerncentrale staat. Waarschijnlijk als enige in de wereld, denken ze bij de Zeeuwse elektriciteitsproducent EPZ. Veiligheid en behoedzaamheid staan dan ook voorop bij de ontmanteling waarbij de centrale stukje bij beetje verdwijnt.

De hele operatie had een stuk eenvoudiger gekund. Vanuit het buitenland was belangstelling om de complete kolencentrale na demontage over te nemen. Dat ging aandeelhouders Delta Energy en Energy Resources te ver, zegt plantmanager Martin Oosterveld van EPZ. “De centrale werd uit bedrijf genomen vanwege milieudoelstellingen, dan gaan we hem niet elders in de wereld weer opbouwen.” Sluiting van een aantal kolencentrales, waaronder die in Borssele, was één van de afspraken die gemaakt zijn in het ‘Energieakkoord voor duurzame groei’ dat ruim veertig organisaties sloten in het najaar van 2013.

Eind 2015 is de centrale vervroegd uit gebruik genomen na een aantal ernstige ongevallen in de tweede helft van dat jaar. De afgelopen jaren, direct na de sluiting, is al veel voorbereidend werk gedaan ter voorbereiding op de demontage. Zo zijn chemicaliën, vlieg- en bodemas afgevoerd, is de installatie schoongemaakt en zijn alle systemen ontvlochten die de kolencentrale en de kerncentrale deelden, zoals water, riool, elektra en hulpsystemen. Door die voorbereiding en alle documentatie die EPZ “als een goed huisvader” heeft overgedragen, verwacht Van Vliet geen grote tegenvallers tegen te komen. “Je weet welke materialen zijn gebruikt en welke zijn achtergebleven, want daar zijn allemaal rapportages van gemaakt. En EPZ heeft aan de inspanningsverplichting voldaan door alle installaties zo schoon mogelijk op te leveren. Eventuele verrassingen zijn daardoor altijd beheersbaar.”

Negen zones houden het beheersbaar

Het project is opgesplitst in negen verschillende zones. “Je moet het beheersbaar houden. We zijn begonnen op het kolenpark. Twee afgravers, een grote opwerper, diverse kolentransportbanden, spoorrails, inclusief bielzen en ballastmateriaal hebben we verwijderd, er staan nog twee kolentrechters. We hebben al een stuk bodemsanering uitgevoerd. Als alles weg is, schonen we de rest van de ondergrond op”, legt Van Vliet uit. Per zone moet de aannemer zijn werkplan aanleveren en toestemming krijgen, voordat er gestart kan worden. “Het is niet zo dat we de sleutel krijgen en die weer teruggeven als we klaar zijn.” Hoe dichter bij de kerncentrale, hoe strenger de eisen worden. Oosterveld: “Wij hebben geen ervaring met slopen. Voor ons is alles nieuw, maar we willen geborgd zien dat zij alle voorzorgsmaatregelen hebben genomen, zodat er niets kan gebeuren.”

Nabijheid kerncentrale maakt het bijzonder

Sloopbedrijf Schotte ontmantelde eerder voor Nuon de Willem-Alexander Centrale in het Limburgse Buggenum en is nu gelijktijdig met de centrale in Borssele bezig met de sloop van de kolencentrale Gelderland-13 van Engie in Nijmegen. In grote lijnen is het werk vergelijkbaar, maar de nabijheid van de kerncentrale en de eis dat een aantal kantoren en bedrijfsgebonden gebouwen behouden moet blijven, maakt dit project wel specifiek. Van Vliet: “Zeker bij de naastgelegen gebouwen is het precisiewerk. De centrale zit verbonden aan het kantoor. Vandaar dat we alles goed separeren en dan in delen afhijsen om geen schade te laten ontstaan aan het te behouden gebouw.”

De veelzijdigheid van het project en de omvang maken het voor hem een uitdagende klus. “Alle facetten van de sloop die je tegen kunt komen, zowel asbestsanering, ontmanteling, recycling als bodemsanering, zitten hierin verwerkt.” Bij de Gelderland-13 is de sloop minder uitgebreid, tot maaiveld. “Hier in Borssele leveren we op tot greenfield. Alle vervuiling, alle verhardingen worden verwijderd en aangevuld met schone grond.” En natuurlijk is het voor de sloopcombinatie ook een mooi referentieproject met oog op de centrales die nog op de nominatie staan om gesloopt te worden. Van Vliet: “Die willen we niet alleen doen, dat gaan we ook doen. Het kan drie of vijf jaar duren, maar ze gaan komen. Het moet wel gek lopen als we er niet twee scoren.”

Schoorsteen is het hoogste punt van Zeeland

Het meest in het oog springend van de installatie is de 175 meter hoge schoorsteen met een diameter van 8 tot 15 meter. Dit hoogste punt van Zeeland is pas aan de beurt als eerst de omliggende gebouwen en installaties weggehaald zijn. Het is vooral de hoogte die beeldbepalend is. Verder is het betonnen bouwwerk met binnenmantel niet echt het behouden waard, meent Oosterveld. Bovendien zou onderhoud kostbaar zijn.

foto’s: Erald van der Aa

“Dat doe je niet met een steigertje.” De slechtvalken die al jaren boven in de schoorsteen broeden, hebben net als de vleermuizen een nieuw onderkomen gekregen. Het gebruik van explosieven is vanwege de nabijheid van de kerncentrale en een aantal kantoorgebouwen die blijven staan absoluut uit den boze. De schoorsteen wordt zo veel mogelijk van binnenuit ontmanteld. Een hydraulische betoncrusher wordt ingezet om de schoorsteen in kleine partjes van boven naar beneden af te happen.

Een huzarenstukje wordt de demontage van de ruim zestig meter hoge stoomketel. De ketel hangt in een frame in het ketelhuis. Een gespecialiseerde onderaannemer zal strand-jacks, grote, hydraulische vijzels, inzetten om het gewicht van de ketel over te nemen, om hem daarna in etappes van steeds vier meter heel beheerst te laten zakken en van onderaf met snijbranders per laag te slopen. Datzelfde gaat Schotte eerder al doen bij de kolencentrale van Engie in Nijmegen, nog een slagje groter dan die in Borssele.

Afvalstroom kleiner dan reguliere materiaalstroom toen de centrale in gebruik was

Een misverstand dat Oosterveld en Van Vliet willen wegnemen is dat de sloop jarenlang een onafgebroken afvoerstroom van puin oplevert. De ontmanteling levert 70.000 ton aan afvalstoffen op in ruim drie jaar. “Toen de centrale nog in gebruik was hadden we jaarlijks een aan- en afvoer van 350.00 ton aan materiaal, exclusief de kolen. Dan moet je onder meer denken aan reststoffen vliegas, bodemas en gips die we afvoerden als gecertificeerde bouwgrondstoffen. Vliegas ging naar de cementindustrie, gips naar de gipsverwerkende industrie en bodemas wordt heel veel ingezet in de wegenbouw”, stelt Oosterveld. Nu zijn dat maximaal zo’n vijf vrachtwagens per werkdag, schat Van Vliet. “We hebben wel een logistiek plan, maar dat is niet heel uitgebreid.”

Ook het aantal personeelsleden dat de klus gaat klaren is met tien tot vijftien redelijk beperkt. “Je hebt niet veel mensen nodig om een groot werk te doen.” Het scheelt dat er volgens Van Vliet weinig asbest aanwezig is. Het beperkt zich hoofdzakelijk tot de pakkingmaterialen in leidingen en kitten in de doorvoeringen van elektriciteitskabels. Verwijderen kan grotendeels machinaal. “Per zone zetten we dezelfde mensen in, maar wel verschillend materieel.” De meeste machines zijn binnen de sloopcombinatie aanwezig. “De inhuur blijft tot een minimum beperkt.”

Het grootste deel van de afvalstoffen wordt gerecycled. Van Vliet: “We recyclen 98 tot 99 procent via de erkende verwerkers waarmee we werken.” Voor grote grotere elementen en specifieke onderdelen, zoals verlichting, elektromotoren, machineonderdelen en magazijnvoorraden heeft EPZ een website ingericht, waarmee gemikt wordt op andere industriële bedrijven. De vraag zal beperkt zijn, verwacht Oosterveld. “Er is best interesse, maar minder als je alle inspanning afzet tegen iets nieuws kopen. Ze willen het liefste dat wij de onderdelen eruit halen en bij de poort zetten.”

Reageer op dit artikel