nieuws

Interview | Vijf miljard bouwomzet zonder een cent gedoe: Hoe kan dat?

infra 9927

Interview | Vijf miljard bouwomzet zonder een cent gedoe: Hoe kan dat?
Dr.ir. Hans Ruijter, projectdirecteur van Schiphol Amsterdam Almere. Foto: Eran Oppenheimer

Ruim 5 miljard euro investeert het Rijk in de snelwegen rond Schiphol Amsterdam en Almere. Complexe projecten zonder gedoe en zonder rechtszaken. Wat is het geheim? Projectdirecteur Hans Ruijter bedacht op eigen houtje ‘dienend opdrachtgeverschap’ en paste die werkwijze meteen toe bij ‘zijn’ eigen SAA -contracten. De basis: “Jouw succes is mijn succes.”

Elkaar iets gunnen, voorspelbaar zijn en op tijd knopen doorhakken, horen bij de kernwaarden van dienend opdrachtgeverschap. Is het zo simpel? “Nee, zo simpel is dat helemaal niet. Dat doet geen recht aan het vak van bouwen.”

Vandaag, woensdag 27 maart, promoveert hij op zijn filosofie bij de VU Amsterdam. Hij mag zich nu doctor noemen, een dr.ir. met veel oog voor de menselijke maat.

Ruijter vertelt graag. En doet dat met passie, met liefde voor zijn vak. Hij zegt: “Vertel verhalen, mooie verhalen, leuke verhalen, eerlijke verhalen. Besef dat verhalen bepalen hoe medewerkers een project ervaren. Dat geldt voor zowel een positief als een negatief beeld.”

Bewust ‘framen’ kan een project maken of breken, weet de projectdirecteur uit ervaring. Hij vertelt over een van de technische hoogstandjes bij de aanpak van de A1/A6: het verplaatsen van de spoorbrug bij Muiden over de snelweg. Het gevaarte van 255 meter lang en 8400 ton zwaar moest ruim 400 meter worden verplaatst. ‘Het zwaarste transport ter wereld’, werd het genoemd door de projectorganisatie. Met opzet.

‘Worst-case scenario was dat de spoorbrug midden op de snelweg zou stilvallen’

Ruijter verhaalt: “Het was het meest risicovolle onderdeel van het hele project en heeft heel wat hoofdbrekens gekost. Volgens het contract moest de bouwcombinatie het transport voorbereiden. Daar hoort Rijkswaterstaat zich eigenlijk niet mee te bemoeien en kan makkelijk worden gezien als wantrouwen van de opdrachtgever. Maar het worst-case scenario was dat de spoorbrug midden op de snelweg zou stilvallen. Dat wil niemand. Dus ben ik toch vooraf het gesprek aangegaan. Heb mijn zorgen eerlijk op tafel gelegd. Beseffend dat een eerlijk antwoord eveneens kwetsbaar is. Ook de marktpartijen waren niet helemaal zeker van hun zaak en deelden die twijfel. Zoveel vertrouwen is niet vanzelfsprekend en kan alleen stap voor stap opbouwen in de periode daarvoor.”

CV Hans Ruijter

(Rotterdam, 1961)

Ir, Civiele Techniek TU Delft
2012-heden Projectdirecteur Schiphol-Amsterdam-Almere
2010-2013 Landelijk Tunnelregisseur
2006-2009 HID Maaswerken
2000-2009 Directeur Verkeersinfrastructuur
1996-2000 Projectmanager Rekeningrijden
1990-1996 Afdelingshoofd Beleidsanalyse Natte Infra
1989-1990 Projectmanager Sluizenbouw
1986-1989 Hoofd beheer en onderhoud Oosterscheldekering

In overleg werd besloten een ‘second opinion’ naar de operatie uit te laten voeren door een aantal hoogleraren. “Daar is uitgekomen dat het oorspronkelijk ontwerp uitvoerbaar was, maar risico liep als het transport halverwege zou stilvallen. Zoiets als een dun laagje ijs: Zolang je beweegt, blijft het ijs heel, maar als je stopt, zak je door het ijs. Zo was het bij de A1 ook. De ondergrond was sterk genoeg voor het transport, maar zou kunnen doorzakken als de brug halverwege onverwachts moest stoppen.”

De snelweg werd alsnog extra verstevigd. Zo sterk dat er een Boeing op zou kunnen landen. Ruijter vervolgt: “Het transport van de brug liep daarna relaxt en op rolletjes, met de minister en de hele landelijke pers ernaast op een tribune. Niets dan lof over het snelle verloop en het bijzondere gezicht van een spoorbrug die meter voor meter over de snelweg schuift. Achteraf zullen we nooit weten of het oorspronkelijke idee ook goed had uitgepakt, maar iedereen was tevreden over het inbouwen van extra marge en extra zekerheid. De meerkosten hebben we verdeeld. Door het verhaal uit te leggen, besefte iedereen dat dit een risicovolle klus was. En niemand is gevallen over die extra kosten.”

‘De risico’s zitten in die laatste 10 procent’

Waarom Ruijter dit verhaal vertelt? Omdat het een van de meest aansprekende voorbeelden is van hoe dienend opdrachtgeverschap volgens hem werkt. Door open kaart te spelen en samen te werken is de spoorbrug een ‘successtory’ geworden.

Maar Ruijter kan wel tien cruciale momenten bedenken waarop ditzelfde project helemaal anders had kunnen aflopen. “Standaard bouwcontracten werken voor 90 procent prima om een project goed uit te voeren. Dan maakt de contractvorm helemaal niets uit. Die spelregels zijn duidelijk. De risico’s zitten in die laatste onvoorspelbare 10 procent. Afwijken is dan soms nodig”, concludeert hij in zijn promotie.

“Gebruik dat voorspelbare deel om ruimte voor vertrouwen en reflectie in te bouwen. Dan heb je iets om op terug te vallen als dat een keer echt nodig is. Ik vergelijk het graag met het opvullen van een matras. Alleen een goed gevuld matras zorgt voor een zachte landing. Partijen in de bouw zijn afhankelijk van elkaar: Jouw succes is mijn succes. Help elkaar op die lastige momenten, in plaats van naar elkaar te gaan wijzen.”

Ruijter kent de bouw van haver tot gort. Hij ziet veel wrijving, misverstanden en wantrouwen. “Volgens mij vaak onnodig. Ik wilde aantonen dat het anders kan.” Ruijter is als projectdirecteur ‘spin in het web’ en erkent zijn voorbeeldfunctie, maar benadrukt dat het succes geen eenmansactie is.

‘Dienend opdrachtgeverschap is geen trucje, maar een andere manier van werken’

“Het is geen trucje. Het is een andere manier van werken die alleen lukt door breed in te zetten en lang vol te houden. De belangen zijn groot en een misverstand zit in een klein hoekje. Ook als je hetzelfde bouwcontract hebt ondertekend, is het heel goed mogelijk dat de andere partner bepaalde clausules anders leest. Besef dat er meerdere werkelijkheden naast elkaar kunnen bestaan, simpelweg omdat iets anders wordt geïnterpreteerd. Dat is geen boze opzet, maar wel snel een basis voor misverstanden. Ingenieurs denken altijd dat er maar één goed antwoord is op een technisch vraagstuk, maar bouwen is mensenwerk en dan gaat die regel niet op. Het is dan ook belangrijk constant met elkaar in contact te blijven. Bij veel projecten houdt het op na de verplichte ‘start-up’ en is er weinig ruimte om daarna nog te reflecteren ‘zijn we op de goede weg’.”

Kernwaarden Dienend Opdrachtgeverschap

  • Inhoudelijke expertise
  • Inlevingsvermogen
  • Transparantie en voorspelbaarheid
  • Reflectief vermogen
  • BesluitkrachtMaar Ruijter kan wel tien cruciale momenten bedenken waarop ditzelfde project helemaal anders had kunnen aflopen.

Dienend opdrachtgeverschap is de basis waarom de dbfm-contracten dit keer niet uit de hand zijn gelopen en alle partijen, dus ook de bouwers, tevreden terugblikken op de uitvoering van de A1/A6, Gaasperdammertunnel en A6 Almere. Stuk voor stuk mega-projecten met forse risico’s. Van vertraging of enorme kostenoverschrijdingen is geen sprake. Twee van de drie projecten worden zelfs maanden eerder opgeleverd.

‘Dienend opdrachtgeverschap’ is geen toverformule, maar wel een – inmiddels – bewezen werkmethode om problemen en risico’s in de kiem te smoren.

‘In dienst staan van, luisterend, meevoelend en meehelpend. Daar gaat dit over.’

Cobouw noemde de term in een eerder interview een ‘tikkeltje oubollig’. “Die kwalificatie galmde lang na. Ik heb nog hard nagedacht over een alternatief. De Engelse term ‘resilient partnership’ klinkt beter, maar ‘dienend’ is het goede woord: ‘In dienst staan van’, luisterend, meevoelend en meehelpend. Daar gaat dit over.”

Het promotieonderzoek – in boekvorm – is bijzonder leesbaar en staat vol met anekdotes en verhalen uit de praktijk. Ruim vier jaar verzamelde hij de verhalen – “meer dan 60” – en tikte ze op in de piepkleine werkkamer van zijn woning in IJsselstein.

Volgens Ruijter zijn de bevindingen uitdrukkelijk bedoeld om ook breder toe te passen bij andere infraprojecten. “Bouwen is bijna per definitie lastig, niet in de laatste plaats door de complexe omgeving. Dan is het de vraag wanneer een project is geslaagd? Is dat als een project binnen budget en planning wordt opgeleverd of als ook de maatschappelijke belofte is ingevuld en alle ‘stakeholders’ tevreden zijn. Ik denk dat beide aspecten meewegen, al is dat lastig meetbaar. Het loont de moeite om omwonenden en gebruikers tevreden te houden, ook als dat extra maatregelen vergt en dus extra geld of inspanning kost. Dat is geen blanco cheque, maar dienend opdrachtgeverschap.”

 

Planning wegverbreding SAA

  • A10-Oost/A1 Diemen 2012-2014
  • A1/A6 knpt Diemen-Almere Havendreef 2014 – 2017
  • A9 Gaasperdammerweg 2015 – 2020
  • A6 Almere Havendreef – Buiten-Oost 2017-2020
  • A9 BaHo Amstelveen 2020-2024/2026

Bron: MIRT 2019

Reageer op dit artikel